PlusFilmrecensie

Turnfilm met fraaie rollen speelt opzichtig de sentimentele kaart

Regisseur Rogier Hesp vertelt in het mooi klein gehouden en vrij donker gefilmde Goud een verhaal dat de clichés niet uit de weg gaat, maar speelt soms te opzichtig in op het sentiment.

GoudBeeld Pief Weyman

Films over sport zijn zelden geslaagd. U hoort dit niet voor het eerst. Om maar dicht bij huis te blijven; kijk naar de niet zo geslaagde voetbalscènes in het Nederlandse Catacombe (Victor Ponten, 2018), waarvoor rapper-acteur Willem de Bruin leerde voetballen. Of het matige koersen in de Belgische film Coureur (Kenneth Mercken, 2018).

Die films gingen natuurlijk over meer dan alleen sport, maar dat maakte ze, juist door het gebrek aan het realistisch verbeelden van de sport, minder overtuigend. (Noem een film waarin voetbal er wel goed uitziet.)

Regisseur Rogier Hesp wilde in Goud een acteur snel leren turnen. Hij werd door turners, aan wie hij zijn plan voorlegde, weggehoond. Dus werd er gescout onder jonge turners, die ook een zekere gevoeligheid moesten bezitten, want Goud is een coming-of-agefilm.

Hesp kwam uit bij David Wristers (1999), die op eredivisieniveau heeft geturnd en in 2016 Nederland kampioen werd op sprong. Zijn turntalent komt de film ten goede. Het turnen in Goud ziet er goed en overtuigend uit, en dat scheelt al de helft.

Die andere helft is een ander verhaal. Goud gaat over de jonge turner Timo (David Wristers dus), die droomt van olympisch goud op de vloer in Tokio. Nog meer is dat ­echter de droom van zijn vader Ward (Marcel Hensema) een oud-turner die bij een auto-ongeluk verlamd is geraakt, in een rolstoel zit, en volledig afhankelijk is van de hulp van zijn zoon. De moeder van Timo is nergens te bekennen.

Was in Coureur de vader van de jonge, getalenteerde wielrenner – zelf oud-wielrenner – een sta-in-de-weg die meer kwaad dan goed doet, in deze film is de vader van Timo dat. Dat is jammer, want het mooi klein gehouden en vrij donker gefilmde Goud vertelt een verhaal dat de clichés niet uit de weg gaat. De ouder die zijn gefnuikte droom moet waarmaken door zijn kind dwangmatig te sturen, het kind dat de moederliefde bij een substituutmoeder (Loes Haverkort) gaat zoeken en het einde (dat we hier natuurlijk niet verraden), dat eigenlijk ook precies zo is als gedacht.

Is Goud daarmee een mislukte film? Niet helemaal, want Wristers speelt een fraaie rol – hij is als het goed is later dit jaar in Jim Taihuttu’s oorlogsthriller De Oost te zien – en ook Hensema en Haverkort zijn goed op dreef. Aan hen ligt het niet. De regisseur heeft jammer genoeg wel ­verzuimd andere keuzes te maken dan de voor de hand liggende.

Daarbinnen zijn de scènes waarin Timo zijn vader helpt mooi, net als de beelden met het turnen. (Ergens horen we nog Hans van Zetten turncommentaar geven. Dan moet je je, heel flauw, bedwingen om, als Timo na een mooie sprong goed is geland, niet uit te roepen: Hij staat!) De filmbeelden van de jonge Timo met zijn moeder, waar Timo en Ward naar kijken, zijn dan weer over de top. Dat is het te opzichtig spelen van de sentimentele kaart. Ook daar had Goud heel goed zonder gekund.

Goud

Regie Rogier Hesp
Met David Wristers, Marcel Hensema, Loes Haverkort
Te zien via Picl (en vanaf 3/6 op andere on-demandkanalen)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden