Jan Davidsz de Heem, Vaas met bloemen, circa 1670.

PlusAchtergrond

Tulpen, rozen en vazen zo propvol dat het in het echt nooit was blijven staan: het Mauritshuis viert het genre ‘bloemstilleven’

Jan Davidsz de Heem, Vaas met bloemen, circa 1670.Beeld Mauritshuis

Het Mauritshuis in Den Haag viert zijn tweehonderdste verjaardag met een tentoonstelling met bloemstillevens van 1600 tot 1730. Het krioelt er ook van de beestjes.

Kees Keijer

Opeens waren ze er. Aan het begin van de 17de eeuw werd het bloemstilleven vrij plotseling een zelfstandig genre in de schilderkunst. Maar het schilderen van bloemen kwam natuurlijk niet uit de lucht vallen. In de 16de eeuw was al een grote belangstelling voor botanie op gang gekomen. Er verschenen boeken over plantkunde en er werden botanische tuinen aangelegd, waarin liefhebbers curieuze en zeldzame planten en bloemen bijeenbrachten.

En er waren incidenteel al eerder bloemstillevens geschilderd. Een bijzonder vroeg voorbeeld van een vaas met bloemen in een nis werd omstreeks 1485 geschilderd door Hans Memling. Het is het allereerste bloemstilleven dat bekend is en het panel zit in de collectie van het Museo Nacional Thyssen-Bornemisza in Madrid. Nu hangt het tijdelijk op de tentoonstelling In volle bloei in het Mauritshuis.

Symboliek

Dat eerste bloemstilleven is zo interessant, omdat op de achterkant een portret is te zien van een biddende man. Het paneel was onderdeel van een twee- of drieluik met Maria en kind. De bloemen zijn witte lelies, die verwijzen naar de maagdelijkheid van Maria. Irissen staan voor haar lijden en de akelei voor de verkondiging van de geboorte van Jezus. Het monogram van Christus is ook op het vaasje afgebeeld. We kijken dus niet zomaar naar een vaasje met bloemen, de ruikers zitten vol symboliek.

Dat geeft te denken over de rest van de tentoonstelling. Hoe moeten we bloemstillevens interpreteren? Zijn ze puur decoratief bedoeld? Of zijn de zorgvuldig geschikte bloemen ook drager van verborgen boodschappen? Een zonnebloem of tulp, die met hun kop de zon volgen, werd wel gezien als een gelovige die zich richt tot God. Maar een schilder kon natuurlijk ook gewoon mooie zonnebloemen of tulpen hebben willen schilderen.

Als er wel een duidelijke boodschap is, gaat het meestal om bespiegelingen over de vergankelijkheid van het leven. Dan zijn schedels of zandlopers bij de bloemen te zien. ‘Memento mori’ (gedenk te sterven) staat op het gekreukte papiertje naast een boeket van Jan Davidsz de Heem.

Fantasieboeketten

De schilderijen in de tentoonstelling zijn min of meer chronologisch opgehangen zodat de veranderingen in het genre duidelijk worden. Aanvankelijk zijn de bloemstukken erg bont en tamelijk symmetrisch. Gigantische boeketten zijn in piepkleine vaasjes gepropt. In werkelijkheid zouden ze topzwaar zijn en omvallen. De bloemen zijn ogenschijnlijk natuurgetrouw weergegeven, maar toch wringt er iets. Het zijn fantasieboeketten, die in werkelijkheid nooit hebben kunnen bestaan. Tulpen die in het voorjaar bloeien staan doodleuk naast rozen die veel later in bloei staan. De stillevens zijn een kunstmatige optelsom van tientallen mooie, vaak zeldzame bloemen, geen directe nabootsing van de werkelijkheid.

Na 1630 zien de boeketten er wat natuurlijker en rommeliger uit, minder symmetrisch ook. De lichtval wordt belangrijk, waardoor de composities meer dieptewerking krijgen. In de tweede helft van de 17de eeuw werd de symmetrie nog verder losgelaten. Willem van Aelst schilderde in 1663 een dynamisch bloemstilleven met horloge. Bloemen lijken vervuld van een energieke oerkracht, stelen kronkelen vitaal en ongecontroleerd over het doek. Spectaculaire nieuwe bloemen als de provenceroos, sneeuwbal en slaapbol deden hun intrede. Het stilleven is als een zwierig gebaar opgevat en ook de vloeiende vormen van de vaas in kwabstijl werkt mee aan dat effect.

Vrouwelijke kunstenaars

Wat door de jaren heen constant is, is de aanwezigheid van kleine beestjes in en om de bloemstillevens. De schilderijen zitten vol slakken, mieren, torretjes, hagedissen, bijen, rupsen en vlinders. Ze getuigen van een belangstelling voor de natuur, hadden soms een symbolische betekenis en demonstreerden de virtuositeit van de schilder.

Zoals bekend kijken musea tegenwoordig met andere ogen naar de collectie, waarbij de belangstelling bijvoorbeeld uitgaat naar vrouwelijke kunstenaars. Het Rijksmuseum liet vorig jaar voor het eerst werk van vrouwen zien in de eregalerij, waaronder een bloemstilleven van Rachel Ruysch. Zij is in Den Haag uiteraard ook vertegenwoordigd, want Ruysch is een van de beroemdste schilders van het genre en was tijdens haar leven al succesvol.

Van de vrouwen die zich als kunstenaar konden ontwikkelen, legde een opmerkelijk aantal zich overigens toe op het schilderen van bloemstillevens. Er is in de tentoonstelling onder andere ook werk te zien van Judith Leyster, Maria Sibylla Merian, Anna Ruysch en Maria van Oosterwijck. Bloemstillevens werden gezien als een geschikt thema voor vrouwen met artistiek talent. Wat destijds niet positief bedoeld was, want het schilderen van bloemen werd in de hiërarchie van schilderkunstige genres eigenlijk niet erg hoog aangeslagen. Daar wordt nu gelukkig heel anders tegenaan gekeken.

In volle bloei is t/m 6 juni te zien in het Mauritshuis in Den Haag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden