PlusPS

Truman Capote beschreef de gekke types

Zijn de misfits die Truman Capote zo meesterlijk beschreef, het platteland eigen? Na een Brabantse jeugd vol kleurrijke types meent cabaretier Johan Goossens van wel.

Beeld Tzenko Stoyanov

Over zijn jeugd in het zuiden van de Verenigde Staten heeft Truman Capote altijd geschreven met een soort exotische lyriek. De dorpen beschreef hij als afgelegen en heet, waar stofwolken nog een uur boven de weg bleven hangen als de laatste bus van de dag allang uit het zicht was verdwenen.

De bewoners van deze oorden waren vaak kleurrijke, eigenzinnige figuren. Wellicht overdreef Capote het heel erg, of focuste hij zich vooral op deze figuren, maar mij trof het ook altijd als iets plattelands, want als ik aan het dorpje van mijn eigen jeugd denk, denk ik ook meteen aan de gekken.

Ik kom uit Sprang-Capelle, een klein dorpje - niet in Alabama, maar wel in Brabant - en achteraf hadden wij best een indrukwekkende lijst misfits. Zo was daar Prulleke, een oude man in een vieze grijze stofjas, die elke avond stipt om zes uur prevelend hetzelfde rondje door het dorp maakte.

Hij sprak een brabbeltaaltje dat niemand verstond en het gerucht ging dat hij zijn vrouw had vermoord en schatrijk was. Zijn zoon was een dokter zonder patiënten, met een gekke, hoge stem. Hij besteedde het grootste deel van de jaren negentig aan het bouwen van een eigen praktijk in het dorp die, eenmaal af, niet aan de juiste vergunningen bleek te voldoen en moest worden afgebroken.

We hadden Braske, die altijd met zijn zwembroek opgetrokken tot zijn oksels van de hoge duikplank sprong en dan kraaiend van plezier met zijn bolle buik plat op het water terechtkwam. We hadden de zigeuners bij het spoor, die elke kerst sigaretten kwamen vragen, en dan hadden we de 'bukkum', een oude heksachtige vrouw die elke dinsdagmiddag door het centrum struinde en de vuilnisbakken leeghaalde.

Ze spaarde afval en hoewel ze een uur in de wind stonk, ging het gerucht dat ook zij eigenlijk schatrijk was. Nu ik erover nadenk gold dit eigenlijk voor al onze dorpsgekken, dat ze stiekem schatrijk waren of minstens iemand hadden vermoord.

Maar als Truman Capote een verhaal over mijn jeugd had geschreven, had hij ongetwijfeld geschreven over Piet Willemse. Piet was een manisch-depressieve schizofrene homoseksueel met een spierziekte, die altijd op een driewieler door het dorp fietste.

Ik leerde hem kennen via de praktijk van mijn vader, die fysiotherapeut was, waar ik een briefje had opgehangen met: 'Oppas nodig?', met daarbij een foto van mezelf en strookjes met mijn telefoonnummer die je eraf kon scheuren.

Op een dag ging de telefoon bij ons in de gang en hoorde ik een lispelende stem. "Je bent een lectomorf," hoorde ik. "Je hebt een nek als een giraf, maar je hebt ook een bril, dus je bent geen ectomorf maar een lectomorf."

Ik vroeg wie ik aan de lijn had.

"Piet!" zei hij met overslaande stem van enthousiasme. Hij zei dat hij een oppas nodig had. Ik vroeg op wie ik moest passen.

"Op mij," zei hij.

"En wanneer moet ik komen oppassen?"

"Maakt niet uit," zei hij. "Kun je vanavond?"

Die avond liep ik het pad op van de Spoordijk 39. Nou waren alle huizen in mijn dorp ongeveer eender: nette aangeharkte tuintjes, het liefst met al dan niet gipsen pompoen naast de voordeur en een stoffen eend in het raam.

Maar bij Piet was de voortuin een woestenij en de ramen waren bedekt door een donkerrood gordijn. Vanaf de straat hoorde je flarden zware klassieke muziek en bij het openen van de achterdeur voelde ik de klink trillen.

Toen ik bij Piet de deur door stapte, betrad ik een halfduistere schemerwereld van klassieke meubels, stapels zelfgemaakte gipsbeelden en joekels van schilderijen. In het midden zat kale Piet. Hij was een jaar of veertig en zat met grote wallen onder zijn ogen koffie te drinken.

Omdat hij nogal schokte, ging dit met een rietje en rekte hij zijn hoofd als een soort struisvogel naar de tafelrand waar het kopje stond. Om hem heen rende een blaffend hondje en af en toe kwam er een Pool de kamer in lopen om naar de wc te gaan. In zijn achterhuis herbergde hij er negen, die tevens voor hem kookten.

Bij mijn eerste bezoek vielen mij een aantal gordijnen op die aan een lange blinde muur vlak bij het plafond waren bevestigd. "Daar kwamen allemaal messen uit, en zwaarden," verklaarde Piet. "Toen ik dat mijn psychiater vertelde, heeft hij wel drie keer mijn medicijnen veranderd, maar toen zaten ze er nog. Dus toen heb ik er maar gordijnen voor gehangen. Nu zijn ze weg."

Piet praatte vaak cryptisch, maar tegelijkertijd begreep je het toch. "Mensen zijn net cassettebandjes," zei hij een keer. "Maar ze hebben vaak maar één kant. Als je het bandje omdraait, blijkt op kant B precies hetzelfde te staan." Piet had hier geen last van, integendeel: "Ik ben te veel cassettebandjes. Soms denk ik dat ik een hele kast vol ben. En ik heb ze zelf ook nog niet allemaal beluisterd."

Soms had hij manische periodes. Een keer stond ik voor zijn huis en was hij er niet. Toen ik een week later binnenkwam, zat hij op een kitscherige, troonachtige, eikenhouten stoel. Achter hem rees het grootste dressoir dat ik ooit had gezien.

"Geen idee," zei hij, toen ik vroeg waar hij dit vandaan had. "Ik had een manie. Ik herinner me er niks van. Toen ik wakker werd, stond dit in mijn huis. Ik vind het op zich wel mooi," zei hij droog over het loodzware, muurvullende object.

Ik kwam al snel een keer in de week op hem passen, maar ik hoefde geen geld. Ik had genoeg aan de verhalen die hij vertelde en de muziek waar hij me kennis mee liet maken op zijn grote, dreunende boksen. Ik weet niet hoe lang het duurde voor ik durfde te zeggen dat ik ook homo was, maar uiteindelijk deed ik het dan toch. "Echt waar?" zei hij. "Dan neem ik je mee uit."

Beeld Tzenko Stoyanov

Ik vond naar een homokroeg gaan al doodeng, laat staan met Piet, die overal waar hij kwam opviel. Niettemin had ik mijn mooiste blouse aangetrokken en toog naar zijn huis. Tot mijn grote schrik had Piet een leren broek aangedaan. "Ik wil wel met je slowen hoor, straks," zei hij. "Nou, dat weet ik nog niet," zei ik ongemakkelijk.

De driewieler lieten we gelukkig thuis, we gingen naar Tilburg met de deeltaxi. Daar zaten we dan, in onze uitgaanskledij, dicht op elkaar, tussen allemaal vastgesnoerde rolstoelen. De korte route naar Tilburg leek uren te duren. We stopten bij elke afgelegen boerderij om weer een rolstoeler op te halen en vast te klikken.

Misschien was ik wel opgelucht toen we in gaycafé Popcorn kwamen en de dansvloer volkomen leeg bleek. Het was ook pas negen uur 's avonds. De uitbater hield ons niet lang in spanning: "Pas rond één uur 's nachts begint het een beetje te lopen."

We hebben daar twee uur gezeten, samen aan een tafeltje, bier drinkend door een rietje. Een keer vroeg Piet of hij mijn hand vast mocht houden en in al mijn ongemakkelijkheid zei ik: "Oké." Hij legde zijn hand op de mijne. De paar mensen die er zaten keken om. Ik zweerde dat ik een valse nicht zag zeggen: "The beauty and the beast..."

Maar het deerde niet, want ergens klopte het wel, zo'n raar duo als wij. Erop terugkijkend denk ik dat Capote daarom die gekke types heeft uitgekozen voor zijn verhalen. Omdat ze een verademing zijn in de brave, godvrezende massa van een dorpje. En omdat hij ermee bevriend was.

Hommage Truman Capote in Paradiso

Truman Capote (1924-1984), de Amerikaanse schrijver van klassiekers als Breakfast at Tiffany's en In Cold Blood, staat bekend om zijn superieure observatievermogen en iconische personages.

Onlangs verscheen Alle Verhalen bij uitgeverij Podium, een bundel met 21 recentelijk ontdekte korte verhalen die Capote in zijn jeugd schreef. Naar aanleiding hiervan neemt Het Parool op 14 februari deel aan een feestelijke avond in Paradiso, met voordrachten en optredens van onder anderen auteurs Connie Palmen, Peter Buwalda en Annelies Verbeke, cabaretier/schrijver Johan Goossens en saxofonist Yuri Honing.

Tribute to Truman Capote, Paradiso, 14/2. Kaarten: €15.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden