PlusOperarecensie

Trojahns Eurydice is zinsbegoochelend prachtig

Manfred Trojahn schreef met Eurydice – Die Liebenden, blind een grandioos en vervoerend stuk. Geen gemakkelijke kost; wel prachtig.

Erik Voermans
Eurydice – Die Liebenden, blind van Manfred Trojahn.
 Beeld Ruth Walz
Eurydice – Die Liebenden, blind van Manfred Trojahn.Beeld Ruth Walz

De mythe van Orfeus en Euridice heeft al ontelbare componisten geïnspireerd tot prachtige opera’s. Daarin kon het publiek meehuilen met de ontroostbare musicus die zijn geliefde verloor, maar de dood met zijn gezang wist te vermurwen en haar weer terugkreeg, tot hij haar opnieuw verloor, en ditmaal voorgoed, omdat hij tegen de afspraak op weg naar het rijk der levenden te vroeg naar haar omkeek.

Zoals het een door mannelijk perspectief gedomineerde genregeschiedenis betaamt, concentreerde een overgrote meerderheid van de componisten zich op de figuur Orfeus, hoewel de allereerste bewaard gebleven opera, Jacopo Peri’s Euridice, zich juist richtte op de vrouw.

Hetzelfde doet de Duitse componist Manfred Trojahn (1949) in zijn drieakter Eurydice – Die Liebenden, blind, die bij De Nationale Opera in een regie van Pierre Audi zijn wereldpremière beleeft en tot 17 maart is te zien in het theater aan de Amstel.

Grote evocerende kracht

Trojahn schreef zelf het libretto, dat zeker ook door de verwerking van verzen uit Rainer Maria Rilkes Die Sonetten an Orpheus een groot poëtisch gehalte heeft. Dat komt de onmiddellijke begrijpelijkheid niet ten goede, maar de evocerende kracht van de beeldrijke taal is groot en raakt het hart van het drama: ook aan liefde en aan dood valt uiteindelijk bar weinig te begrijpen.

De blindheid van de twee geliefden is de essentie van het aangrijpende stuk. Ze zijn blind voor elkaar, kennen elkaar niet en leren elkaar ook niet kennen. Ze komen elkaar toevallig tegen in de restauratiewagon van een trein, waar Orfeus, of Orphée, zoals Trojahn hem noemt, als een blok voor haar valt en waar hij een puberale jaloezie voelt als hij wordt geconfronteerd met haar vroegere geliefden.

Hij weet dan nog niet dat Eurydice, die aanzienlijk ouder is dan hij, aan het einde van de reis zal sterven, waarna ze in een adembenemende scène wordt overgebracht op een boot, die naar de duisternis voert. Dat boottafereel is door de het strijklicht en de schaduwwerking van Jean Kalman pure magie, net zoals het dwalen van de twee geliefden in het contourloze dodenrijk, in akte drie, toveren is met licht en sfeer. De aanwezigheid van een reusachtige dode vlieg die op zijn rug ligt, is hier misschien een iets te aards accent.

Wonderbaarlijk mooie muziek

Het einde van het stuk is zwaar emotionerend: het loopt af met een Liebestod, waartoe Eurydice het initiatief neemt. Zíj trekt Orphée naar zich toe, wil dat hij haar aankijkt, waarna een allesveranderende lichtflits hun lot bezegelt en ze versmelten – ‘wees immer dood in Eurydice’, zingt ze met woorden van Rilke.

Wonderbaarlijk mooi is ook de muziek van Trojahn, die de opera schitterend laat beginnen met de onbegeleide solostem van Orphée en opteert voor een expressionistisch palet, waarin hij transparante Franse tinten heeft aangebracht. Soms doet de muziek denken aan Alban Berg (een groter compliment is nauwelijks mogelijk) en het begin van de derde akte, in het dodenrijk, is puur pointillisme à la Anton Webern.

Grandioze cast

Trojahns grootse beheersing van het orkest zorgt voor vele zinsbegoochelende momenten, die door het fantastisch spelende Nederlands Philharmonisch Orkest onder leiding van Erik Nielsen zeer overtuigend over het voetlicht worden gebracht. Ook de cast is grandioos.

Sopraan Julia Kleiter en bariton Andrè Schuen doen de soepele, elegante en nergens onnatuurlijk of onmuzikale vocalistiek van Trojahn alle denkbare eer aan, met als hoogtepunt de slotmonoloog van Eurydice. Thomas Oliemans is geweldig en zowel humoristisch als dreigend en malicieus in de rollen van de ex-geliefden en de scheepskapitein, die allen afsplitsingen zijn van Pluton, de heerser over het dodenrijk. En mezzosopraan Katia Ledoux is prachtig als Proserpine, de enige rol die in de opera amper is uitgewerkt.

Opera Forward Festival:
Eurydice – Die Liebenden, blind

Door Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Erik Nielsen
Regie Pierre Audi
Gehoord 8/3, Nationale Opera & Ballet
Nog te zien: 10, 13, 15 en 17/3, aldaar

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden