Plus Boekrecensie

Trocadéro is spannend zonder de adem te benemen

John-Alexander Janssens tweede roman Trocadéro zit knap en goed onderhouden in elkaar, maar weet de lezer niet te echt verbluffen.

Boeken en films die zich in buitenlandse wereldsteden afspelen, kun je grofweg in twee soorten verdelen. Twee benaderingen, die je de Woody Allenaanpak en de Hemingwayaanpak zou kunnen noemen. In de eerste categorie is de stad in kwestie – Parijs, Rome, Venetië – een aantrekkelijk decor. 

De maker kent de stad zoals een geïnteresseerde toerist. Hij of zij spreekt een paar reisgidszinnen, heeft er wat contacten en een vaag besef van de plaatselijke geschiedenis en gebruiken. De stad voegt iets toe aan het verhaal – mooie sfeertekeningen en beelden – maar staat er ook los van: het verhaal had zich met een paar kleine wijzigingen in vrijwel elke andere stad kunnen afspelen.

De Hemingwayaanpak gaat verder. De maker spreekt de taal vloeiend, heeft in de stad gewoond of weet die indruk te wekken, loopt zonder op of om te kijken langs de Eiffeltoren of het Colosseum. De stad is meer dan een aantrekkelijk decor: ze is een thema op zich, of is in elk geval nauw verbonden met de grotere thema’s van het werk. Dít specifieke verhaal had zich alleen maar in déze stad kunnen afspelen.

Trocadéro is meer van de tweede soort. Na zijn debuutroman Een verhaal uit de zonnestad, die zich grotendeels in Damascus afspeelde, kiest John-Alexander Janssen dit keer voor Parijs. Hoofdpersoon Julian Perceval, een aspirant-rechter van 25, gaat er een semester studeren, ‘om tijd te overbruggen’. 

Hij heeft net de belangrijkste sollicitatie van zijn leven achter de rug en heeft een paar maanden te vullen. Dat is tenminste de oppervlakkige reden voor zijn komst, geschikt voor kennismakingsavonden en kroeggesprekken.

Oude belofte

De iets ingewikkeldere – en iets waarachtigere – uitleg is dat Julian een oude belofte heeft in te lossen. Achter díe op zichzelf sympathieke reden schuilt een complex aan dubieuze, koele, wraakzuchtige motieven. 

Janssen laat de lezer al op de eerste pagina aanvoelen dat er nogal een verschil zit tussen wat zijn hoofdpersoon aan de wereld laat zien en wat zich in hem afspeelt. Dat doet de schrijver onnadrukkelijk maar toch licht alarmerend: ‘Daarna, in bed, kwamen de zenuwen, eerder van ongeduld dan van spanning. Tot diep in de nacht hielden ze hem wakker.’ ­Direct gevolgd door: ‘Het was hem niet aan te zien. Zijn gezicht had een gezonde kleur. Achter zijn gesloten ogen school alertheid.’

Kortom: we hebben hier te maken met een zenuwenlijer die zijn emoties op afstand weet te houden. Nog wel. De karakterisering is niet alleen typerend voor Julian Perceval, maar ook voor de stijl van zijn schepper. Heldere, vrij directe zinnen. Niet al te veel beeldspraak of opzichtige kunstgrepen. Een trefzekere, adequate toon, vol soepele overgangen tussen binnen- en buitenwereld. En een subtiele ondertoon van suspense.

Die suspense komt eigenlijk overal in terug in Trocadéro: in Julians steeds iets minder raadselachtige motieven en zijn steeds gevaarlijkere blinde vlekken, in de onzekerheid over de uitslag van zijn sollicitatie, in zijn vreemde woonsituatie en sowieso in het decor. Onheilspellend-broeierig Parijs. De roman speelt zich af tijdens de maanden rondom de Charlie Hebdoaanslagen. Maar de hoofdverantwoordelijke voor de suspense is misschien wel Danto, een van Julians nieuwe tegen-wil-en-dank-vrienden.

Mysterieuze prikkeling

Alles aan Danto is ongrijpbaar. Zijn verwaarloosde studie kunstgeschiedenis, zijn geldsmijterij, zijn familie-achtergrond en uiterlijk, zijn engagement en zijn constante telefoontjes, zijn een combinatie van opdringerigheid en afstandelijkheid. 

Janssen onthult nét genoeg om Danto’s complexen invoelbaar te maken, zonder de mysterieuze prikkeling die van hem uitgaat teniet te doen. Zoals het even onheilspellende als indrukwekkende Parijs van Trocadéro een van de meer overtuigende romandecors is van de afgelopen maanden, zo is Danto een van de meer gedenkwaardige bijfiguren. Hij overvleugelt de intrigerende, maar ook wat kleurloze hoofdpersoon met ­gemak.

Zijn aantrekkingskracht benadrukt ongewild dat de lezer het grootste deel van de roman zit opgescheept met de stukken minder charismatische Julian. De combinatie van de bleue hoofdpersoon met de adequate, maar soms ook wat kleurloze stijl, maakt dat Janssens tweede roman spannend is zonder de lezer echt de adem te benemen. Verbluffend: nee. Knap, onderhoudend, goed gecomponeerd: zeker.

Fictie

John-Alexander Janssen - Trocadéro

De Arbeiderspers, €19,99

270 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden