Plus

TransTaalKinderen: 'Wij leren onze ouders Nederlands'

Hun takenpakket is divers: bellen, de deur opendoen en formulieren invullen. Kunstproject TransTaalKinderen gaat over de kinderen die vertalen voor hun ouders.

Redouane Amine Beeld Tammy van Nerum

Redouane Amine (30)
HvA-student cultureel maatschappelijke vorming en zzp'er

"Toen ik op mijn elfde vanuit Marokko naar Nederland kwam, sprak ik binnen twee jaar al goed Nederlands, in ­tegenstelling tot mijn ouders. Zo was ik op mijn twaalfde al brieven van bijvoorbeeld de zorgverzekering aan het vertalen, en ik vul dus ook al heel wat jaren lastige formulieren in."

"Op dat moment was dat niet leuk. Ik wilde tv-kijken in plaats van brieven vertalen. Ze vroegen het ook pas als ik mijn huiswerk af had - heel slim - en het ging dus altijd ten koste van mijn vrije tijd."

"Nu zie ik het als een gigantische verrijking. Ik heb de Nederlandse taal sneller geleerd, doordat ik er af en toe een woordenboek bij moest pakken. En ik kan razendsnel schakelen tussen verschillende talen. Mijn hersenen zijn getraind om te switchen en dat uit zich volgens verschillende onderzoeken in creativiteit en oplossingsgerichtheid."

"Thuis spraken we Darija - Marokkaans Arabisch -, maar met mijn broertjes ging dat langzamerhand over naar het ­Nederlands. Dan zei mijn moeder: 'Jongens, we zijn nu thuis: Arabisch spreken.' Dat vond ze belangrijk, en terecht. Het is een onderdeel van ons. Mijn ouders hadden de angst dat we onze moedertaal zouden vergeten."

"Met mijn moeder praat ik nu meestal Arabisch. De inter­actie met mijn moeder voelt veel vertrouwder als ik de taal spreek die ik altijd met haar heb gesproken. In het Nederlands gebruik ik anders soms woorden die zij niet helemaal snapt. En dan ben ik wéér aan het vertalen."

Maya en Rana Beeld Tammy van Nerum

Maya (11) en Rana (9)
Groep 8 en 6 Lidwinaschool

Rana: "We zijn drie jaar geleden vanuit Syrië naar Amsterdam gekomen."

Maya: "In het begin was het moeilijk om de taal te leren, maar daarna werd het makkelijker. Mijn vader had een boek om Nederlands te leren, dat kon ik ­gewoon thuis doen. Op school krijg ik nu ook nog begelei­ding: op maandag en donderdag heb ik extra les."

Rana: "Thuis deden we dictees. Dan zei ik een woordje, en moest zij het vertalen. Na een paar woorden wisselden we om. Zo werd het heel erg leuk om de taal te leren."

Maya: "Op school maakten we er ook een spelletje van. De meester had een zin bedacht en dan moesten wij van de woorden zeggen of het een lidwoord, bijvoeglijk naamwoord, bijwoord, werkwoord, voorzetsel of zelfstandig naamwoord was."

Rana: "Degene die dat het snelste wist, kreeg een punt en werd de koningin!"

Maya: "Onze ouders zijn hard bezig met Nederlands leren. Mama gaat naar school, papa helpen wij."

Rana: "Ze zeggen dat ze het niet kunnen, maar ze kunnen het wel. Ze kunnen echt al veel beter Nederlands dan ze denken."

Maya: "Mama kan wel Nederlands verstaan, maar terugpraten vindt ze lastig. Dan weet ze niet precies hoe ze moet reageren."

Rana: "Wij zijn onze ouders de taal aan het leren. Ze luisteren naar hoe wij het zeggen, dan hebben zij het in hun hoofd en weten ze hoe ze het de volgende keer moeten zeggen. Wij leren door het vertalen ook weer nieuwe woorden, zo zijn we samen aan het ­leren."

Valentina Caporossi Beeld Tammy van Nerum

Valentina Caporossi (15)
4 havo St. Nicolaaslyceum

"Ik heb het een stuk drukker sinds mijn zussen een jaar geleden uit huis zijn gegaan. Mijn moeder vraagt mij nu dagelijks om voor haar te vertalen. Dan ben ik televisie aan het kijken en krijg ik de vraag wat iets betekent. Daarna ga ik terug naar mijn kamer en word ik weer geroepen voor een vertaling."

"Mijn Colombiaanse moeder kwam zeventien jaar ­geleden naar Nederland en volgt sinds acht jaar lessen om de taal te leren. Ze wil onafhankelijk worden en ik zie dat ze haar best doet, maar ze beheerst het nog niet goed ­genoeg om mij niet meer nodig te hebben."

"Ik ben socialer geworden door het vertalen. Als we gaan winkelen en ik een mooi T-shirt zie in de verkeerde maat, zegt mijn moeder: 'Ga jij het even vragen.' Ik moet vaker mensen aanspreken dan als je moeder dat voor je kan doen. Ook is mijn woordenschat gegroeid. Ik lees in sommige brieven woorden waarvan ik geen idee heb wat ze betekenen. Dat googel ik even en dan weet ik dat ook weer."

"Thuis spreek ik met mijn moeder Spaans. Natuurlijk zou het beter voor haar taalontwikkeling zijn om ­samen Nederlands te praten, maar ik wil dat zij zich ­ergens thuisvoelt. Op haar werk en buiten de deur is ze al omringd met mensen die Nederlands spreken en doet ze haar best. Wanneer ze dan thuiskomt, wil ik dat ze zich kan uiten met woorden die ze wel goed kent."

Lissa Zeviar Beeld Tammy van Nerum

Lissa Zeviar (42)
Oprichter Gebarenstem

"Als kind was ik helemaal weg van ­gebarentaal. Ik bedacht ze ook zelf als ik niet wist wat het officieel was. Een garage uitbeelden is toch veel logischer als je een klep omlaag doet, dan wanneer je met je handen uitbeeldt dat er een auto inrijdt? Al is dat wel een ­Canadees voorbeeld, ik ben geboren in Canada. Hier in de stad zijn niet zoveel garages."

"Mijn dove ouders vonden dat het niet goed was als mijn zussen en ik alles moesten vertalen. Voor lastige ­onderwerpen werd een tolk ingezet, maar dat gebeurde bij alledaagse dingen natuurlijk niet."

"Als er iets tegen de buren gezegd moest worden of de telefoon ging, moest ik helpen. Ook brieven vertaalde ik, het leesniveau van mijn ouders is namelijk gelijk aan dat van kinderen in groep zes. Dat komt vaker voor als gebarentaal de moedertaal is."

"Toen ik ouder werd zag ik het voordeel van dat ik gebarentaal kan, terwijl ik ook kan horen. Ik ging het mijn kinderen ook leren en kon al na acht maanden met ze communiceren via gebarentaal; spraak ontwikkelt pas na anderhalf jaar. En denk bijvoorbeeld aan mensen in de bouw."

"Ze hebben koptelefoons op en zijn ver weg van ­elkaar, dan is het veel handiger als ze kunnen gebaren in plaats van schreeuwen. Gebarentaal heeft ook aan horende mensen heel veel te bieden."

De tentoonstelling TransTaalKinderen van Moving Arts Project is tot 28 november te zien bij de OBA Oosterdok.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden