Plus

Tovenaarsleerlingen van Rembrandt treden uit de schaduw

Ze staken hun leermeester Rembrandt naar de kroon. Ferdinand Bol en ­Govert Flinck treden uit de schaduw in het Amsterdam Museum, het Rembrandthuis en Museum Van Loon.

Jongensportret van Govert Flinck (157x150 cm), uit de National Gallery in Londen. Beeld -

Hun reputatie was lang overschaduwd door hun grote meester. Ferdinand Bol (1616-1680), geboren in Dordrecht, en Govert Flinck (1615-1660) uit Kleef vertrokken rond hun twintigste naar Amsterdam, om bij Rembrandt in de leer te gaan. Rembrandt was op dat moment op de toppen van zijn kunnen.

Maar langzaam gingen de leerlingen Bol en Flinck op hun eigen benen staan. Hun werk is nu te zien in het Rembrandthuis en het Amsterdam Museum. Ze werden grote spelers op de schildersmarkt, kregen opdrachten van belangrijke families in de stad.

Terwijl Rembrandt zijn eigen weg zocht, wisten Flinck en Bol zich uitstekend aan te passen aan de veranderende smaak van het koperspubliek. De leerlingen overvleugelden hun meester, kregen meer opdrachten binnen en werden rijke burgers.

Dat zie je ook aan de huizen waar ze woonden. Bol woonde bijvoorbeeld tijdens de laatste jaren van zijn leven in het indrukwekkende pand Herengracht 672, het huidige Museum Van Loon. Hier is overigens ook een tentoonstelling gemaakt, over de vroegere bewoner.

Er hangen werken van Bol zelf, Rembrandt - een bruikleen van de National Gallery in Washington - Brouwer, Rubens, Van Ruisdael en andere tijdgenoten. Samen tonen ze een reconstructie van de verzameling van Bol, zoals deze tussen 1672 en 1680 in hetzelfde huis gehangen heeft.

Na hun dood kwamen Bol en Flinck natuurlijk stevig in de schaduw te staan van Rembrandt, die uitgroeide tot een nationale held. Er werden weliswaar straten naar hen vernoemd en hun werk hangt in belangrijke museumcollecties, maar een tentoonstelling kwam er nooit.

Grappig dat de musea Febo hebben gestrikt als sponsor voor de tentoonstelling. Hoeveel mensen zouden een kroketje hebben genuttigd zonder te weten waar die afkorting Febo vandaan komt?

Licht en schaduw
Het Rembrandthuis volgt vooral de leertijd van Flinck en Bol. Beide schilders waren niet gelijktijdig bij Rembrandt in de leer, maar kort na elkaar. Ze wilden zich Rembrandts stijl en visie eigen maken en dat betekende in de zeventiende eeuw vooral: veel kopiëren.

De invloed van de leertijd bij Rembrandt wordt mooi geïllustreerd door twee schilderijen van Flinck die hier bij elkaar hangen. Links hangt een schilderij dat Flinck maakte voordat hij naar Amsterdam ging.

De figuren zijn nog een beetje schematisch opgezet en lijken niet echt op elkaar te reageren. Het is een beetje amateurtoneel. Rechts hangt een schilderij dat Flinck acht jaar later schilderde en daaruit blijkt dat hij de lessen van Rembrandt ter harte had genomen.

De compositie is doorwrochter, de figuren zijn individueler en licht en schaduw geven het tafereel een dramatische wending. Tegelijkertijd liet Flinck de stijl van Rembrandt achter zich. Hij gebruikte fellere kleuren, het verfoppervlak werd gladder en de algehele toon van de schilderijen werd lichter.

Voor Flinck waren de lessen van Rembrandt belangrijk, maar ook van voorbijgaande aard. Een mode, zoals Arnold Houbraken in de het begin van de 18de eeuw al schreef.

Slapende cupido van Ferdinand Bol (28x21 cm), uit een particuliere collectie. Beeld -

In het Amsterdam Museum zien we de kunstenaars als zelfstandig werkende schilders. Met portretten en voorstellingen gebaseerd op de Bijbel of de oudheid voorzagen Bol en Flinck in een behoefte van hun opdrachtgevers, veelal welvarende kooplieden en vertegenwoordigers van de maritieme en politieke macht.

Hier zien we onder andere de ontwerpen die zij maakten voor het nieuwe stadhuis op de Dam. Toen de burgemeesters opdrachten gaven voor de schilderingen in het gebouw, lukte het Flinck en Bol om prestigieuze ruimtes voor hun rekening te nemen.

Prachtige portretten
In het Amsterdam Museum zijn ook enkele spectaculaire bruiklenen te zien en veel schilderijen zijn speciaal voor de tentoonstelling gerestaureerd, waaronder Bols schitterende De ­regenten van het Leprozenhuis.

Sommige schilderijen zijn voor het eerst sinds de 17de eeuw weer terug in Amsterdam. Zoals Het offer van Abraham, een doek van bijna drie meter hoog en ruim twee meter breed dat normaal gesproken in een museum in het Italiaanse Lucca hangt.

Het Bijbelverhaal op het schilderij laat het moment zien waarop Abraham op het punt staat om zijn zoon te offeren. Dat onderwerp hadden Rembrandt en Flinck tien jaar eerder ook al geschilderd. De versie van Bol is echter wat ongelukkig.

Het is alsof hij verschillende fragmenten uit het verhaal in een schilderij heeft willen stoppen, waardoor het resultaat niet echt overtuigt.

Veel beter zijn Bols prachtige portretten. Zoals het schilderij van Frederick Sluijsken, de 8-jarige zoon van een Amsterdamse wijnhandelaar, of de even oude Otto van der Wayen, die in Pools kostuum poseert voor een wapenuitrusting.

De knaapjes hebben een monumentale aanwezigheid en deze schilderijen kunnen zich meten met het allerbeste uit de 17de eeuw.

Ferdinand Bol en Govert Flinck Amsterdam Museum en Museum Het Rembrandthuis, t/m 18 februari 2018

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden