Uit het archief

Toots Thielemans: Ik moet bekennen dat ik Baantjer nooit heb gezien

De maandag overleden jazzlegende Toots Thielemans zat in 2002, ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag, op 'de klapstoel' in Het Parool. Het gesprek ging over 'de Jordaan van Brussel', Turks Fruit, Baantjer en natuurlijk zijn broodjes.

Toots Thielemans Beeld ANP

Brussel
''Waar ik 65 jaar geleden werd geboren in de Marollenwijk. Of nee - ik blijf maar denken dat ik 65 ben, terwijl ik dit jaar tachtig ben geworden.''

''De Marollenwijk was vroeger zoiets als in Amsterdam de Jordaan: een echte volkswijk, waar een heel eigen slang werd gesproken, een mix van Vlaams en Frans. De Hoogstraat, waar mijn ouders een café hadden, noemden wij d'n Huugstroet."

"Ik kom er vrijwel nooit meer, eigenlijk alleen als een tv-ploeg me er wil filmen. Het is een heel andere buurt geworden, waar vooral Noord-Afrikanen wonen. Van de oorspronkelijke bewoners is niemand meer over, ze leven voor het grootste deel niet eens meer. Ik ben een van de laatste Marolliens.''

Accordeon
''Mijn allereerste instrument. In het café van mijn ouders speelde elke zondagmiddag een accordeonist. Op de grond had hij een hoed liggen; van wat de mensen daar in gooiden, kocht hij zijn pintje. Ik heb gehoord dat ik als driejarige met een schoenendoos die accordeonist stond na te doen."

"Mijn vader heeft toen een accordeon voor me gekocht, eerst een eenvoudig geval van papier, al snel een echte. De gave was daar, dat was direct duidelijk. I never was an Einstein, maar de muziek lag me. Voor de gitaar en de mondharmonica heb ik later ook nooit formele lessen hoeven volgen.''

Jazz
''Voor de oorlog hoorde je wel Amerikaanse muziek, maar wat jazz was, wisten wij helemaal niet. Pas tijdens de bezetting kwam ik daarachter. In de Marollenwijk was een platenzaakske en die dame daar zei me op een dag: 'Jean, tu dois écouter ce disque, c'est Louis Armstrong.'"

"Dat was het begin van een levenslange liefde. In de oorlog was er moeilijk aan te komen natuurlijk. Jazz was de muziek van negers en joden, hè: two strikes against you. Maar in dat zaakske werden in het geheim jazzplaten verkocht en op de BBC hoorde je ook wel eens wat.''

Charlie Parker
''De man die mij opnieuw heeft leren praten. Hij heeft me de taal geleerd die bebop heet. Mijn eerste teen tussen de deur van het internationale succes was in 1950 mijn engagement als gitarist tijdens een Europese tournee van Benny Goodman. Toen wij in Stockholm in een kroegske speelden, kwam Charlie Parker, die eerder op de avond in het lokale concertgebouw had opgetreden, bij ons kijken.''

''Blijkbaar heb ik indruk op hem gemaakt: toen ik later eindelijk mijn visum voor Amerika rond had, werd ik gevraagd bij de Charlie Parker All Stars te komen spelen. Stond ik daar als eenvoudige Belg ineens op het podium met idolen zoals Miles Davis en vibrafonist Milt Jackson. Ons eerste optreden was in een cinema in Philadelphia, midden in een negerkwartier. Ik was de enige blanke daar, maar dat was geen enkel probleem. The Bird took me under his wings.''

Broodjes
''Daar is uw Willem Duys mee begonnen. Die zei eens: 'Laat Toots maar wat huilen op zo'n broodje van hem.' Sindsdien noem ik mijn mondharmonica's broodjes. Ik speel altijd op Hohner, waarvan twee modellen mijn naam dragen: de Toots Thielemans Mellow Tone en de Toots Thielemans Hard Bopper."

"Ik deel mee in de opbrengsten ervan en natuurlijk word ik zelf gratis voorzien. Het is als met het racket van een tennisser: hoe harder je erop speelt, hoe eerder hij op is. Toen ik begon met de mondharmonica, zei men: concentreer je op de gitaar, houd toch op met dat speelgoed. Maar ik heb bewezen dat het een volwaardig jazzinstrument kan zijn."

Stevie Wonder
"Da's ook een goeie op de chromatische mondharmonica, ja. Welnee, hij is geen concurrent. Stevie is juist een vriend. Ik heb net een serie concerten gegeven in The Blue Note in New York, waarbij hij een paar avonden te gast was. Stevie Wonder is een mondharmonicaspeler van wie ik kan leren. Ik speel misschien sneller, maar hij heeft echt de black feeling. Hij vertelt zijn verhaal met heel weinig woorden. Dat is mooi, die eenvoud. Je hebt mensen die maar doorbabbelen en toch niks zeggen."

Hersenbloeding
"In 1980 was dat. Sindsdien loop ik moeilijk. I cannot do the moonwalk anymore, maar daar valt mee te leven. Het is erger dat mijn linkerarm ook niet meer wil en ik dus geen gitaar meer kan spelen. Thuis pak ik de Gibson nog wel eens, op het podium durf ik het niet."

"I still know where the good stuff is on my guitar, maar het kost me te veel moeite er te komen. Mijn linkeroor doet het ook niet goed meer. Maar de openingen van mijn harmonica bieden houvast, zo weet ik precies waar welke noot zit. Als violist zou ik geen baan meer hebben.''

Bluesette
"Vroeger kondigde ik het altijd aan als my social security number. Maar toen kon ik van de royalty's elk jaar met gemak een nieuwe Cadillac kopen. Dat is voorbij, maar het onderhoud van die Cadillac kan ik er nog steeds van betalen. Ik heb maar één zo'n succesnummer geschreven. Mannen zoals Michel Legrand en Tom Jobim schreven er vele."

"Overal waar ik optreed, willen de mensen Bluesette horen, zeker in Japan. Daar is het altijd: 'Pray Bruesette, pray Bruesette'. Maar daar moeten we geen grapjes over maken. Zoals mijn ouders al zeiden: 'Nooit je beste klanten uitlachen.' Ik verkoop nergens zoveel als daar."

Turks Fruit
"Rogier van Otterloo! Dat was ook een heel grote. Die muziek willen ze in Nederland altijd horen. Turks Fruit en de tune van de tv-serie Baantjer. In de rest van de wereld zegt dat niemand iets. Ik heb veel filmmuziek gedaan. Als ik één kwaliteit heb, is het dat ik lyriek in mijn spel weet te leggen. Dat hebben ze graag in zo'n film natuurlijk: met mijn harmonica onderlijn ik de weemoed van een scène."

"When two lovers meet en ik kom erbij met dat broodje, dan gebeurt er iets. Zal ik Turks Fruit even voor u spelen? Daar krijgt u kippenvel van, niet? Maar ik zelf ook, hoor, elke weer. Zo hoort dat. Mijn goede vriend Quincy Jones zegt altijd: 'Als ik er geen goosebumps van krijg, is het niks'.''

Sesamstraat
"Dat was in Amerika in een tijd dat ik wat vaker thuis wilde zijn en daarom vooral studiowerk deed. Ik pakte alles aan. Drie uurtjes voor een plaatopname van Tony Bennett, meteen daar achteraan een uurtje werken aan een sigarettenreclame. Op een dag kreeg ik een telefoontje: 'Toots, can you come to Fine?' Fine, dat wist iedere muzikant in New York, waren de Fine Studio's op de hoek van de 75ste straat en 6th Avenue."

"Ik moest zowel mijn gitaar als mondharmonica meenemen. In tien minuten stond het thema voor een nieuwe kinderserie erop. Veertig jaar later hoor je die tune nog iedere dag over echt de ganse wereld. En wat denkt u dat ik ermee heb verdiend? Zevenendertig dollar, meneer. Union-tarief, maar extra laag omdat het een educational program was.''

Brazilië
"Tegenwoordig kom ik er niet vaak meer, maar ik heb er twee cd's opgenomen. Na de jazz is de bossa nova mijn grote muzikale liefde. Die twee hebben ook veel met elkaar gemeen. Muzikaal hebben Amerika en Brazilië een parallelle evolutie doorlopen. In Harlem had je de muzikale explosie die we bebop noemen, in Rio de Janeiro zorgde de bossa nova voor net zo'n knal."

"Ritmisch zitten die twee genres heel verschillend in elkaar, maar harmonisch zijn er grote overeenkomsten. Kent u de One note samba? Eerst gaat die zo: ta-ta-ta-ta-ta-ta... Maar dan komt het: toe-bie-doe-bie-doe-bie-doe-ba-doe-tie-ba-doe-doe-boe... Hoort u het? Pure bebop, meneer.''

Postzegel
"Twee keer heb ik in België met mijn hoofd op een postzegel gestaan. Ik heb ook een eredoctoraat gekregen van de universiteit van Brussel. En wist u wel dat ik van adel ben? Meneer, u zit hier tegenover Baron Jean Thielemans. Elk jaar worden wegens verdiensten tien Belgen verheven in de adelstand. Ach, dat zijn zo van die onderscheidingen hè. Fier ben ik op heel andere zaken.''

''Een muzikaal hoogtepunt vind ik mijn samenwerking met Quincy Jones. In 1952 heb ik hem voor het eerst ontmoet. Hij was toen de trompettist over wie heel New York het had: Have you heard this new cat? Later werd hij de succesvolle filmcomponist en platenproducer, maar we zijn altijd vrienden geweest. Vanochtend belde hij nog. Stinky noemt hij me. Dat is begonnen in de studio toen hij na een solo tegen me zei: Man, you stink! Hij vond dat mijn mondharmonicaspel het aroma had van a black man who needed a shaver. Dat was een compliment, het betekende dat ik funky speelde. Sindsdien ben ik voor hem Stinky.''

Toots
''Die bijnaam kreeg ik al in 1945. Je had in Brussel een populair bandje dat Le Jazz Hot heette. Toen de gitarist er vandoor ging met de vrouw van de baas van de club waar ze altijd speelden, werd ik gevraagd te auditeren. Ik beviel, maar ik moest wel een andere naam hebben, want Jean Thielemans klonk niet bebop genoeg."

"Toots kwam van Toots Mondello, eerste altsaxofonist bij Benny Goodman, en Toots Camarata, die trompet speelde bij Jimmy Dorsey. Wij jongens kenden al die bigband-bezettingen uit ons hoofd, zoals jongens van nu precies kunnen vertellen wie centrum-voor speelt bij Feyenoord of Anderlecht.''

Isa Hoes (die een week eerder voor deze rubriek werd geinterviewd)
''Nooit van gehoord. We kunnen in Brussel wel Nederlandse zenders ontvangen, maar ik ben niet zo'n tv-kijker. Ik moet bekennen dat ik ook nog nooit een aflevering van Baantjer heb gezien.''

Toots Thielemans is maandag op 94-jarige overleden. Lees ook: Toots Thielemans (1922-2016): de man die je met zijn broodje kon laten huilen [+]

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden