Plus Ten Slotte

Toots Thielemans (1922-2016): de man die je met zijn broodje kon laten huilen

Toots Thielemans, die maandagochtend op 94-jarige leeftijd in het ziekenhuis overleed, werd al vroeg gegrepen door de jazz. Al wist hij aanvankelijk niet eens dat het zo heette.

Toots Thielemans bij de uitreiking van de oeuvreprijs Concertgebouw Jazz Award, in 2009 Beeld anp

Hij heette voluit Jean Baptiste Frédéric Isidor Thielemans, maar sinds mensenheugenis werd hij 'Toots' genoemd, naar de eerste altsaxofonist van Benny Goodman, Nunzio 'Toots' Mondello, en de trompettist van Jimmy Dorsey, Salvatore 'Toots' Camarata.

"Wij jongens kenden al die bigband-bezettingen uit ons hoofd, zoals jongens van nu precies kunnen vertellen wie centrum-voor speelt bij Feyenoord of Anderlecht," zei Thielemans.

Maar er was in de wereld van de jazz, en ver daarbuiten, natuurlijk maar één Toots en dat was Thielemans, de grootste Brusselaar in de muziekgeschiedenis. Daarvan waren ze zich in België zeer bewust. In 2001 werd hij door koning Albert II in de adelstand verheven. Voortaan mocht bij zich baron Thielemans noemen. Maandag is hij overleden. Hij was 94 jaar.

D'n Huugstroet
Thielemans werd geboren in de Marollen - net zoiets als de Jordaan in Amsterdam. "Het was een echte volkswijk, waar een heel eigen slang werd gesproken, een mix van Vlaams en Frans. De Hoogstraat, waar mijn ouders een café hadden, noemden wij d'n Huugstroet," zei hij in 2002 in Het Parool.

Zijn eerste instrument was de accordeon, die hij naar eigen zeggen al op zijn derde leerde bespelen. Daarna bekwaamde hij zich op de gitaar, en pas daarna op de mondharmonica, het instrument waarmee hij uiteindelijk wereldroem zou vergaren.

Tijdens de bezetting
Thielemans werd al vroeg gegrepen door de jazz, al wist hij aanvankelijk niet eens dat het zo heette. "Voor de oorlog hoorde je wel Amerikaanse muziek, maar wat jazz was, wisten wij helemaal niet. Pas tijdens de bezetting kwam ik daarachter. In de Marollenwijk was een platenzaakske en die dame daar zei me op een dag: 'Jean, tu dois écouter ce disque, c'est Louis Armstrong.'"

"Dat was het begin van een levenslange liefde. In de oorlog was er moeilijk aan te komen natuurlijk. Jazz was de muziek van negers en joden, hè: two strikes against you. Maar in dat zaakske werden in het geheim jazzplaten verkocht en op de BBC hoorde je ook weleens wat."

Charlie Parker
Zijn eerste idool en eeuwig zijn grote voorbeeld was de gipsygitarist Django Reinhardt. Ook was hij diep onder indruk van Charlie Parker, de keizer van de bebop, kort na de oorlog de nieuwste mode in de jazz.

Thielemans maakte zich die muzikale taal snel eigen en zei dat Parker hem 'opnieuw had leren praten'. In 1950 kreeg hij de kans mee te spelen met de band van Benny Goodman, die toen een Europese tournee deed.

"Toen wij in Stockholm in een kroegske speelden, kwam Charlie Parker bij ons kijken. Hij had eerder op de avond in het lokale concertgebouw opgetreden." Thielemans maakte zo veel indruk op Parker dat hij later, met een visum voor Amerika op zak, werd gevraagd bij de Charlie Parker All Stars te komen spelen.

De enige blanke
"Stond ik daar als eenvoudige Belg ineens op het podium met idolen zoals Miles Davis en vibrafonist Milt Jackson. Ons eerste optreden was in een cinema in Philadelphia, midden in een negerkwartier. Ik was de enige blanke daar, maar dat was geen enkel probleem. The Bird took me under his wings."

Hoe groot de reputatie van Thielemans in de jazz was, wordt geïllustreerd door een uitspraak van Quincy Jones: "Ik kan zonder aarzeling zeggen dat Toots een van de grootste muzikanten van onze tijd is. Op zijn instrument behoort hij tot het beste wat jazz ooit heeft voortgebracht. Hij mikt op het hart en maakt je aan het huilen. We hebben al talloze malen samengewerkt, maar ik kan er geen genoeg van krijgen."

Thielemans' grootste succesnummer was ongetwijfeld Bluesette, waarin hij liet horen dat hij ook prachtig kon fluiten, maar in Nederland blijft zijn naam onlosmakelijk verbonden met de themamuziek van de tv-serie Baantjer en vooral met Dat Mistige Rode Beest, de melancholieke muziek uit de film Turks Fruit.

Broodje
In 1980 kreeg hij een hersenbloeding, waardoor hij geen gitaar meer kon spelen. Tot zijn diepe spijt. Maar het gaf zijn spel op de mondharmonica nog een extra emotionele lading. Hij noemde de mondharmonica zijn 'broodje'.

Daar was Willem Duys ooit mee begonnen. "Die zei eens: 'Laat Toots maar wat huilen op zo'n broodje van hem.' Ik speel altijd op Hohner, waarvan twee modellen mijn naam dragen: de Toots Thielemans Mellow Tone en de Toots Thielemans Hard Bopper. Toen ik begon met de mondharmonica, zei men: concentreer je op de gitaar, houd toch op met dat speelgoed. Maar ik heb bewezen dat het een volwaardig jazzinstrument kan zijn."

Lees ook dit interview met Toots Thielemans uit 2002: Ik moet bekennen dat ik Baantjer nooit heb gezien

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden