PlusAchtergrond

Toneelvedette Elisabeth Andersen hield tot het einde de regie over haar leven

Toneelvedette Elisabeth Andersen (1920-2018) vertelde biograaf Birgit Kooijman over haar leven en liefdes. Het kwam echter tot een breuk tussen de twee. Nu verschijnt de biografie alsnog, in aangepaste vorm.

Elisabeth Andersen in 1973. Na de reeks interviews kreeg de ze spijt van haar medewerking.Beeld Hollandse Hoogte / Beeld en geluid

Voorzien van recorder, notitieboek en een doosje slagroomtruffels van de banketbakker uit de Haarlemse Grote Houtstraat bezocht journaliste Brigit Kooijman talloze woensdagmiddagen actrice Elisabeth Andersen. Soms kreeg de interviewster vooraf een telefoontje: of ze misschien een pakje sigaretten wilde meenemen, blauwe Marlboro’s. Een enkele keer trakteerde ze de toneelvedette in ruste op sinaasappels of een zoute haring.

Na 2,5 jaar en het stellen van alle vragen bleef de biograaf haar bijna 100-jarige buurtgenoot bezoeken. Uit oprechte belangstelling, deels ook uit plichtsgevoel, geeft ze toe in haar nu ­verschenen boek De oude actrice en ik, of Het verborgen leven van Elisabeth Andersen. ‘Haar gehoor verslechterde en echte gesprekken werden steeds lastiger, maar dat gaf niet, vond ik.

Ze leek mijn bezoeken op prijs te stellen – ze ­ontving me altijd enthousiast en hartelijk – en een interviewer is het gewend om vooral te luisteren.’

Geheime liefdesrelatie

In 2014 eerde de Haarlemse Stadsschouwburg de actrice met een schilderij. Kooijman interviewde toen de geportretteerde – niet voor de eerste keer overigens. Het was haar derde kranteninterview met Andersen en het begin van de gesprekkenreeks, met het oog op een boek.

Kooijmans ouders, beide toneelliefhebber, hadden het vaak over Elisabeth Andersen ‘als een van de grootste Nederlandse actrices, de ­allergrootste misschien wel.’

De biograaf heeft haar nooit zien spelen, ­Andersen was bij hun eerste ontmoeting al jaren met pensioen. Dat eerste interview voor NRC Handelsblad ging vooral over haar toneelcarrière en de verdwenen toneelwereld van omvangrijke gezelschappen die avond aan avond volle zalen trokken.

Telkens dook in de interviews Werner Muensterberger op, de zeven jaar oudere Duitse wetenschapper die tijdens de bezetting bij Andersen in de Herculesstraat was ondergedoken. De interviewer raakte geïntrigeerd door de geheime liefdesrelatie tussen een jonge actrice en een uiterst ambitieuze intellectueel, die later allebei roem zouden vergaren – de een in het Nederlandse theater en de ander als kunstverzamelaar, antropoloog en psychotherapeut van de New Yorkse beau monde. Een liefde die geen standhield.

Toch noemde Andersen hem altijd nog ‘de man van mijn leven’. Het was een verhaal dat in Kooijmans hoofd bleef rondwaren: ‘In mijn kranteninterviews kon ik er tot mijn frustratie elke keer maar een paar regels over kwijt.’ Op haar 94ste stemde Andersen in met een boek, drie jaar na Muensterbergers dood.

Het resultaat is geen klassieke biografie; eerder het relaas van een complexe liefdesgeschiedenis, die door het leeftijdsverschil, verschillende achtergronden en de onderduik al scheef begon. ‘Die man was het, en het had niets te maken met seksueel verlangen. Niets met passie,’ aldus Andersen. ‘Dat kwam pas veel later.’

Een geschiedenisverhaal ook, dat een kijkje biedt achter de schermen van een verdwenen hiërarchische toneelwereld, een verdorven milieu, waarin een reeks acteurs en zelfs een directeur poogden ‘iets gezelligs’ met de jonge langbenige toneelspeelster te ondernemen. Vaak werden ze daarin gesterkt door hun positie, alcoholische roes of een combinatie daarvan. Zonder wrok werkte ze later met hen samen, zelfs met de meest handtastelijke exemplaren.

Haar latere echtgenoot Jan Retèl was alcoholist en rokkenjager. Hem betrapte ze op een feest in de Koninklijke Schouwburg zoenend met Ann Hasekamp, toen nog ‘een 21-jarige meisje van het amateurtoneel’. Ook met Retèl bleef ze na hun scheiding goed contact houden. Met collega Nettie Blanken, die ‘haar de vrouwenliefde leerde kennen’, heeft ze na hun breuk nog verschillende keren op de planken gestaan. Ze keek tevreden terug op hun relatie, maar hield uiteindelijk toch meer van mannen– ‘wat voor stumperds ik het ook vind’.

Aan het einde van de reeks gesprekken kreeg de toneelvedette spijt van haar eerdere akkoord voor het boek, na lezing van enkele hoofdstukken. ‘Vooral de verhalende stijl waar ik voor gekozen had, stuitte haar tegen de borst,’ schrijft Kooijman in de epiloog. Andersen schakelde een advocaat in, wilde publicatie voorkomen.

Kooijmans: ‘Ineens zag ik het eenrichtingsverkeer in de communicatie met haar in een ander licht, en vroeg ik me af of ik mezelf niet meer had moeten ‘profileren’ tegenover haar. Hoe zag ze mij eigenlijk? Als een doorgeefluik, een ghostwriter?’ Vragen die helaas worden bewaard voor de laatste bladzijden, en kennelijk niet eerder waren gesteld. Het aangaan van die discussie op de woensdagmiddagsessies had meer recht gedaan aan de boektitel.

Aan de keukentafel

De oude actrice en de interviewer zien elkaar voor laatst aan een keukentafel aan de overkant van het huis waar ze talloze gesprekken hebben gevoerd en slagroomtruffels hebben gesnoept. Die verzoeningspoging in de woning van de advocaat van Andersen mocht niet baten, aldus Kooijman. ‘Uiteindelijk heeft haar verzet ervoor gezorgd dat ik de stijl van de verhalende non-fictie heb losgelaten en voor een andere, meer journalistieke vorm heb gekozen.’

Elisabeth Andersen heeft de verschijning van het boek niet meer mogen meemaken. Zij liet zich op 3 oktober 2018 op 98-jarige leeftijd ­euthanaseren.

Ze hield tot het einde graag de regie over haar eigen leven.

Anna Elisabeth de Bruijn

Elisabeth Andersen werd op nieuwjaarsdag 1920 geboren in Den Haag als Anna Elisabeth de Bruijn. In 1941 werd ze – een droom die uitkwam – toegelaten aan de Amsterdamse Toneelschool. Ze zou de opleiding nooit afmaken. In het voorjaar van 1943 kreeg ze een contract bij het Gemeentelijk Theaterbedrijf van Cor van der Lugt Melsert. 

Zo debuteerde Annie de Bruijn op 6 maart in Antigone van Sophocles, althans volgens Kooijman. Of was het toch een maand eerder in Spoken van Ibsen, zoals theaterhistoricus Rob van Gaal schrijft in zijn in 1998 verschenen toneelbiografie van Elisabeth Andersen? Eensgezinder zijn beide biografen over haar keuze om de Toneelschool voortijdig te verlaten. Dat was uit angst voor de verscherpte Arbeitseinsatz, waardoor ook studenten in Duitsland te werk konden worden gesteld. Dankzij het contract kon ze thuis in de Herculesstraat blijven zorgen voor Werner Muensterberger, haar geliefde en onderduiker.

Brigit Kooijman, De oude actrice en ik. Balans, €21,99 256 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden