Plus

Tommy Wieringa: 'Ik heb de paranoia naar een kookpunt gebracht'

Tommy Wieringa's nieuwe roman De Heilige Rita speelt op het platteland en gaat over de wereld die verandert, en over angst. 'Er lag een verhaal dat ik al lang wilde vertellen. Van twee onhandige mannen in een huis.'

Tommy Wieringa wil ook aan de hogere verhaalwetten voldoen: 'Ik wil dat het verhaal aan iets universeels raakt' Beeld Daniel Cohen

Vanuit café Smit & Voogt ziet hij hoe op het fietspad een man op een gemotoriseerd skateboard voorbijraast. "Wat is dat? Je bent twee weken niet in de stad en alles is anders!" Hij schudt zijn hoofd.

Tommy Wieringa (50) is vanuit zijn woonplaats, even ten noorden van Amsterdam, naar de grote stad gekomen om over zijn nieuwe roman De Heilige Rita te spreken. Het verhaal van de bijna een halve eeuw oude Paul Krüzen, die al die tijd met zijn vader in een spookboerderij woont in het (fictieve) dorp Mariënveen aan de Duitse grens. Een dorp dat meegaat in de wereld die onontkoombaar in beweging is gekomen.

"Waarom ik over dit deel van Nederland heb geschreven? Omdat ik het goed ken. Het verhaal speelt zich af in de driehoek Vriezenveen, Langeveen en Geesteren. Twente, waar ik deels ben opgegroeid. En er lag een verhaal dat ik al langer wilde vertellen. De geschiedenis van twee onhandige mannen in een huis."

Dat is ook iets wat hij kent. "Mijn moeder vertrok toen ik twaalf was en liet mijn vader alleen achter in dat huis. Ik heb met mijn zussen een nacht in het nieuwe huis van haar en haar nieuwe man doorgebracht, en ik dacht: nee, nee, dit gaan we niet doen. Ik zei: verhuis me maar ­terug."

"Mijn moeder zei dat dat niet kon. Dan ga ik wel zelf, zei ik. Het móest. Mijn vader, een gewetensvolle man, vond dat de kinderen samen hoorden te blijven. Maar ik had dermate onaangename gevoelens in dat nieuwe huis, en tegelijkertijd vond ik dat die verdeling niet eerlijk was. Het klopte niet. Ik heb mezelf herverdeeld en ben bij mijn vader gaan wonen. We hebben beiden ons bestaan opnieuw moeten uitvinden."

Het krakende spookhuis
Wieringa begint te lachen. "Hij kookte vijf basismaaltijden, alle vijf met aardappel en jus, het weekeinde was voor de kliekjes. Bij Van der Valk vroeg hij steevast om een extra kommetje jus. 'Want wij zijn natte eters.' Haha. We hadden veel plezier, maar het was ook onmogelijk. Hij zat in het weekeinde vaak bij zijn vriendin in Tilburg."

"En ik alleen in dat spookhuis. Zag ik de hond opkijken. Ik keek dan met de hond mee en zag blauwachtige geschakelde vlammen over de vloer schuiven, heel energiek, de hele kamer door. Ben ik nou gek geworden, dacht ik. Maar ik zag dat de hond het ook zag. Die hond was het controlemechanisme. Ach, man. Mijn vader lag nachten wakker van dat onheilspellend krakende huis. Ik ben verder niet erg gevoelig voor het bovenzintuiglijke, maar een stoel die zomaar omvalt op zolder... Het was een naar huis."

Het is herkenbaar wat de schrijver vertelt, omdat veel ervan in de roman zit. "Maar ik ben ­natuurlijk niet Paul Krüzen. Ik heb heel erg het land gekregen aan autobiografisch schrijven. Ik wil het echt van de verbeelding hebben."

En dat zullen we weten. Hij beschrijft prachtig hoe midden in de Koude Oorlog een vrijheidslievende Rus in zijn sproeivliegtuigje (Wieringa heeft iets met vliegtuigen) naar het Westen ontsnapt en in Mariënveen in een maisveld neerstort. Waarna de wereld daar voor het gezin Krüzen op zijn kop gaat. De verandering - ook het platteland ontkomt daar niet aan - komt letterlijk uit de lucht vallen.

Schimmig seksueel bestaan
"Ik heb in dit verhaal een voorstelling gemaakt van het bestaan dat ik begonnen ben, maar niet heb afgemaakt. Zoals Paul had ik kunnen eindigen... Dat zie je wel bij jongens bij wie ik in de klas zat en die nog steeds met hun ouders wonen, en in die zin altijd kind zijn gebleven."

"Ze leiden een schimmig seksueel bestaan, waar je het fijne nooit van weet. Elk jaar in december een seksreisje naar Thailand of de Filipijnen. Ik vind daar dus niets van, ik heb alleen een soort lichte notie van droefenis. Jongen, was de wereld toch ingetrokken. Maar dan denk ik aan dat zinnetje: de jongen kan wel uit het dorp weg, maar het dorp nooit uit de jongen."

De Heilige Rita is een mooie, wat aardse roman. Geen tierelantijnen, geschreven naar de grond waarop het verhaal zich afspeelt. Droog schrijven, zoals de dichter Louis Lehmann ooit over het schrijven van Remco Campert zei. En al is de roman dus niet autobiografisch, het was geploeter om het dat niet te laten lijken. "Omdat het lastig is om iets wat dicht bij je ligt bij jezelf vandaan te schrijven. Een vreemde worsteling."

Tegelijkertijd moest de roman voor Wieringa ook aan de hogere verhaalwetten voldoen. "Die hogere wetten? Dat het verhaal aan iets universeels raakt, dat het niet gaat om het anekdotische van de Chinezen die de lokale horeca in Mariënveen overnemen, maar dat die Chinezen staan voor een wereldbeweging."

Tommy Wieringa: De Heilige Rita. €19,99. 288 blz. Beeld De Bezige Bij

"Die wereldbeweging is onstuitbaar. Zo'n dorp verzet zich, maar zoals ik ergens schrijf: 'Erger dan de barbaren die kwamen, waren de barbaren die weggingen.' Je hebt dan achter de angst gekeken, de angst voor het vreemde, en begrepen dat de dreiging die van het vreemde uitging erg meeviel. Wij waren eigenlijk de eerste buitenlanders in het dorp, we hadden jaren op Aruba gewoond. Mijn moeder was een ravissante vrouw met een enorme bos rood haar, rinkelende armbanden. Opzienbarend. Daarna is het snel gegaan."

Bang muisje
En dan is er de grens, die in De Heilige Rita (Rita werkt in het bordeel over de grens, en is het favoriete meisje van Paul) een belangrijke rol speelt. De zware criminaliteit die het dorp heeft zien komen na het wegvallen van die grens, ook daar lezen we over in de roman, waar een goede vriend opschept dat hij miljonair is, en een vroegere vriend van Paul, tevens eigenaar van dat bordeel, nu zijn tegenstander is. Daar speelt de angst (ook een groot thema) weer op, zo erg dat Paul zijn huis extreem goed laat beveiligen.

Weer dat lachje. "Ik heb de paranoia naar een kookpunt gebracht. Ik sprak daar iemand van een beveiligingsbedrijf. In de winkels is bijna geen contant geld meer in kas omdat je overal kunt pinnen. Tegelijkertijd neemt de criminaliteit niet af. Het volgende doel is de burger in zijn huis. Die zich daarop enorm gaat beveiligen."

"En wel zo geavanceerd dat een sprinkhaan de boel al vol in het licht zet, met bijbehorend alarm. De consequentie is dat je als een bang muisje gaat zitten wachten op wat er zal gebeuren. Je leeft in een voortdurende voorstelling wat er allemaal kan gebeuren. Dat is de paranoia van Paul."

Vooruit
Hij kijkt naar buiten. Op het fietspad rijdt een man bijna twee argeloze toeristen aan. "De stad..." mompelt Wieringa.

Paul Krüzen verandert eigenlijk niet gedurende de roman. Tegengesteld aan de wereld die wel in beweging is gekomen, een hoofdthema van de roman.
"Paul Krüzen is gehinderd door zijn emotionele conservatisme. Hij is een man die door zijn astrologische constellatie al is voorbestemd tot stilstand, tot behoudenszucht."

"Hij is in zekere zin zelf verantwoordelijk voor zijn ongeluk... maar hoe, dat verraden we hier niet. Hij handelt in militaria, en op SS-dolken die hij verkoopt staat Unsere ehre heisst treue. Pas laat heeft hij door hoe sterk dat op hem van toepassing is. Dat dat hem belet te veranderen en vooruit te leven, in plaats van achterwaarts. Hij verlaat het huis van zijn vader nooit, en is in die zin altijd kind gebleven. Trouw is het anker dat hij door de modder voortsleept."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.