Schrijvershotel

Tommy Wieringa: ‘Het water kruipt over de rand van de kades, de trottoirs, de trappen naar de grachtenhuizen’

Tommy Wieringa  Beeld Ireen Wyers/Ambassade Hotel
Tommy WieringaBeeld Ireen Wyers/Ambassade Hotel

Aan een tafel bij het raam twee heren van halverwege de zestig. Ze prijzen het uitzicht en de wijn. Het uitzicht: de gracht, de iepen, de huizen aan de overkant. De wijn: Apostelhoeve Cuvée XII uit 2019. Ze bestuderen het etiket langdurig. Zo’n mooie beendroge wijn van eigen bodem, het houdt niet op ze te verbazen.

Ze kennen veel dezelfde mensen, de olie van de conversatie. Wat een aangenaam gespreksonderwerp is de bekende die faalde in zijn beroep en zijn huwelijk, wat voelt hun deernis over zijn mislukking warm en goed. “Hij heeft natuurlijk ook de pech dat zijn ouders zo oud worden,” zegt de een. De ander beaamt dat. “Als er nou eens eentje zou overlijden, dan valt er ook een keer iets zijn kant op, hè.”

Zelf baden ze in het comfort van goede investeringen. Ook het huwelijk rekenen ze daartoe: een investering die zich heeft uitbetaald in kinderen en kleinkinderen. Niet alles pakte even goed uit, neem het appartement in Bangkok. De man zucht. “Je spreekt de taal niet, de jetlag wordt steeds zwaarder, helemaal als je van west naar oost reist.”

Ze hebben het verkocht en er in Dubai iets voor teruggekocht. Van noord naar zuid is beter. “Daar is het nu 24 graden, en je betaalt geen cent loonbelasting of inkomstenbelasting. Ideaal.”

De ander kocht het Amsterdamse appartement voor zijn zoon voor 350.000 euro en verkocht het onlangs voor een half miljoen. Je bent een dief van je eigen portemonnee als je het niet doet.

Twee mannen, uitbollend in de herfst van hun leven. Ze hebben het beste eruit gehaald, er zal nooit meer een generatie zijn die het beter heeft. Het geluk was hun verdienste, het ongeluk domme pech. Hoe ze de wereld achterlaten is hun zorg niet. ‘Heer, geef me het vertrouwen van een middelmatige witte man’, verzuchtte een Canadese schrijfster een paar jaar terug op Twitter. Een zin die vleugels kreeg;

ook vandaag staat hij in onzichtbare inkt geschreven boven een tafel aan het raam van het hotel-restaurant.

“Mooie stad zo, hè?” zeggen ze tegen elkaar, de ogen op de Herengracht.

Ja, een mooie stad, beaam ik in stilte. Maar zo onvast, sinds deze week de kranten vol staan met de uitkomsten van het grote klimaatrapport. Sindsdien kruipt het water over de rand van de kades, de trottoirs, de trappen naar de grachtenhuizen. Deze kamers, alles wat we maakten. Dit hotel, waar het al tot aan de eerste verdieping staat. Komt de vloed dan klotst het tegen het plafond. In bed, de zee rond de beddenpoten, sla ik het hotelbijbeltje open. Mensen – hun dagen zijn als het gras, zij bloeien als bloemen in het open veld; dan waait de wind, en ze zijn verdwenen, en niemand weet waar ze hebben gestaan.

Wat is een schrijvershotel zonder schrijvers? Een pen zonder inkt? Gedurende zes maanden wordt wekelijks een auteur uitgenodigd om tijdens een verblijf in het Ambassade Hotel te beschrijven hoe het schrijverschap in deze tijd voor hem of haar is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden