Plus

Tom Kleijn: 'In alle ellende laten we de veerkracht soms te weinig zien'

Hij was oorlogsverslaggever, Amerikacorrespondent en interviewde de Syrische president Assad in zijn 19 jaar voor Nova en Nieuwsuur. Nu maakt Tom Kleijn 'mooie verhalen' bij Brandpunt+. 'In alle puinhopen vind je altijd weer mensen die inspirerend zijn.'

Tom Kleijn Beeld Rogier van 't Slot

Bijna vier jaar woonde journalist Tom Kleijn (48) voor Nieuwsuur in New York. Vanuit Brooklyn probeerde hij de stad en het land te doorgronden in het pre-Trumptijdperk. In 2014 liep Kleijns contract in New York af en besloot Nieuwsuur de standplek te schrappen en voortaan gebruik te maken van de NOS-verslaggevers die in Washington zetelen.

Kleijn keerde terug naar Nederland, maar in talkshows schuift hij nog met enige regelmaat aan als Amerikaexpert. "Als correspondent doe je een soort studie naar een land. Zo zat mijn zoontje daar op school, waardoor je makkelijk de vinger kunt leggen op eventuele problemen. De manier waarop ik Amerika ervaar, is veranderd doordat ik het niet meer aan den lijve ondervind. Dat fijngevoelige heb je op afstand minder, maar 60 procent van mijn nieuwsconsumptie is nog steeds Amerikaans."

Wat heeft u behalve werk nog meer in Amerika gevonden?
"Ik had er al een tijdje gestudeerd, voordat ik er voor Nieuwsuur naartoe ging. Wonen in New York is echt geweldig. Althans, dat vonden wij. Het is aan de ene kant soms pittig: New York is duur, druk en lawaaiig. Het leven gaat altijd maar door, ook bij -15 graden."

"Het is altijd gedoe, maar er gebeurt van alles. In Amerika, maar zeker in New York, krijg je elke dag wel een cadeautje. Iemand zegt iets raars, er staat iemand een scène te schoppen of er gebeurt midden op straat iets ontroerends. Het gaat nooit 'zijn gangetje'. Af en toe word je daar helemaal gek van, maar het glas is altijd halfvol. Het zijn allemaal clichés, hoor."

"Als je in Nederland een ober hebt die zegt dat hij acteur is, gaan we er al snel van uit dat zijn carrière niet bepaald goed gaat. Ik vind het heel aanstekelijk dat die reflex er in Amerika nauwelijks is en dat ze juist heel anders reageren: 'Jij bent acteur? Wat leuk, waar heb je in gespeeld?'."

Komt u er nog?
"Het zou kunnen dat ik er voor Brandpunt+ nog eens naartoe ga. Ik ben het afgelopen jaar een keer of drie naar Amerika geweest. Dat wil ik blijven doen, maar als journalist gaat het me vooral om het verhaal dat ik er kan halen."

Dat lijkt me op dit moment niet zo'n probleem.
"Nou, je moet er wel even wat langer over nadenken, vind ik. Ik wil verhalen maken die niet al in het NOS Journaal voorbij zijn gekomen. Het moet een langer, mooi verhaal zijn, dat mensen niet kennen. En er moet een constructief element in zitten. Trump mag dan volgens veel mensen gek zijn, maar wat gaan we daaraan doen?"

Waren internationale reportages een voorwaarde voor uw overstap naar Brandpunt+?
"Ja, ja. Dat vind ik leuk en doe ik al twintig jaar. Ik hang de school aan van het eropaf gaan. Ga maar kijken hoe het is, daar leer je meer van dan eindeloos te vergaderen. Ik heb negentien jaar lang met ontzettend veel plezier bij Nieuwsuur (eerder Nova) gewerkt en heb er alle kansen gekregen."

"Je zult mij niets negatiefs over het programma horen zeggen, maar als je er vandaag naar kijkt, zie je dat er minder lange reportages uit binnen- en buitenland worden uitgezonden dan voorheen. Dat is een keuze. Toen ik terug kwam uit Amerika had ik wel een aantal ideeën, maar daar was niet altijd ruimte voor. Bij Brandpunt+ (KRO-NCRV) is die ruimte er wel."

Nieuwsuur richt zich op achtergronden bij het nieuws, Brandpunt+ maakt reportages van 20 minuten. Vergt dat een aanpassing?
"Ik zie het vooral als een verrijking. Met items van 20 minuten ga je soms zelfs een beetje de documentairekant op. Ik krijg een iets andere rol met de camera. In het vernieuwde Brandpunt+ proberen we het verhaal bepalend te laten zijn en vanuit daar te kijken welk platform - online, op sociale media of op tv - daar het ­beste bij past. Dat vind ik interessant. Je moet jezelf blijven ontwikkelen, niet stil gaan staan. Ik wil niet te veel op routine werken."

Deed u dat?
"Dat gevaar lag er wel, ja. Dat je weer 'gewoon' een filmpje van drie of vier minuten maakt over een nieuwsonderwerp. Ik kan er slecht tegen als ik dat bij mezelf voel heb."

U bent een fanatieke journalist.
"Dat klopt wel, denk ik."

Kunt u dat fanatisme ook kwijt in een reportageprogramma? Het is geen nieuwsjagen.
"Ik zal bij Brandpunt+ geen liveverslaggeving meer doen, dat klopt. Het fanatisme zit er hier in dat je, in de tijd dat je ergens bent, er absoluut het maximale uithaalt. Voor een van de reportages die ik tot nu toe heb gemaakt voor het programma, gingen we langs bij Wahid Mohamed in Shirqat, Irak. Tien van haar familieleden werden vermoord door IS en nu wil ze wraak."

"Ze maakt met een militie jacht op IS-strijders en schuwt daarbij geen enkel middel. Het fanatisme zit hem erin dat we dan toch een extra halve dag bij haar in de buurt blijven en dat er dan net IS-strijders worden binnengebracht. Dat maakt voor het item een wereld van verschil. Er is minder tijdsdruk dan bij Nieuws­uur en het item duurt langer, dus die ruimte is er."

Bent u nog gespannen als u afreist naar Syrië? Afgelopen week was u er met oorlogsfotograaf Eddy van Wessel om een reportage te maken over kinderen van Nederlandse Syriëgangers - die nergens om gevraagd hebben.
"Dat vind ik wel spannend, ja, maar ik ben niet meer zo zenuwachtig als vroeger. Zeker als jonge verslaggever zei ik tegen mijn hoofdredacteur dat ik wel even vijf verhalen ging maken in Bagdad. Ter plekke moest ik dan ontzettend mijn best doen en was het stressen. Inmiddels weet ik beter wat ik aantref."

Toch gaan veel van uw verhalen over ellendige situaties. Voor Nieuwsuur maakte u ook veel items over de nasleep van internationale aanslagen. Is het moeilijk daarmee om te gaan?
"Ik vind het eigenlijk wel meevallen. Ik ga vaak met dezelfde cameraman, Joris Hentenaar. Aan het einde van een dag vol ellende praten we erover en dan ben je al heel veel kwijt. Flauwe grappen maken helpt ook. Je moet er alert op zijn dat je het niet gaat opstapelen. Volgens mij valt het bij mij wel mee, maar ik ken collega's die er niet zo goed uitkomen. Die gewoon niet meer zo aardig zijn of alleen nog sombere dingen op Facebook zetten."

Hoe houdt u dat buiten de deur?
"Door het erover te hebben. Door je te realiseren wat er gebeurt. Als je de dag na zo'n trip heel kortaf bent, moet je je realiseren dat dat dóór die trip komt. Toen we met Wahida in Irak waren, hadden we een krankzinnige 24 uur vol vluchtelingenkampen, schijnexecuties en andere ellende. Op enig moment zei Wahida dat ze twee IS-gevangenen ging doodschieten. Ze vond dat ik erbij moest staan om dat te zien."

"Daar zit ik niet op te wachten. Het is ook niet gebeurd, maar je kunt je afvragen hoe je dan in het vliegtuig zit. Een paar dagen later viel, terug in Amsterdam, Het Parool op de mat met een artikel waarin hardop de vraag werd gesteld of er een maximale snelheid voor fietsers moet komen. Daar kun je dan van denken: jongens, waar gaat het in godsnaam over?"

"In het algemeen denk ik dat je oog moet houden voor de positieve dingen die er gebeuren. In alle puinhopen vind je altijd weer mensen die inspirerend zijn. Een winkelier in Aleppo die zijn winkel weer opengooit, de jongen in een vluchtelingenkamp die een schooltje opzet."

Tom Kleijn: 'Aan het einde van een dag vol ellende praten we erover en dan ben je al heel veel kwijt. Flauwe grappen maken helpt ook' Beeld Rogier van 't Slot

"De veerkracht van die mensen, dat laten we te weinig zien. Misschien zijn we daar te vaak langsaf gelopen. Dat leidt er volgens mij ook toe dat er een stroming is van mensen die zich afwenden van het nieuws. 'Het is toch alleen maar ellende,' wordt er dan gezegd."

Wat kunt u daartegen doen?
"Laten zien dat tijdens een bombardement de markt in Aleppo gewoon doorgaat. Of dichter bij huis: bij de Zwarte Pietendemonstratie in Dokkum waren alle media dáár. Misschien ging het in de vijf steden eromheen wel prima. Daar kun je ook een verhaal maken."

In 2008 won u een Emmy voor een reportage over de Taliban, later zat u vier jaar in New York en daarna interviewde u de Syrische president Assad. Onlangs maakte u een Brandpuntreportage over de diversiteit op de Flevoparkschool. Is het moeilijk u daartoe te zetten?
"Nee, ik vind het niet moeilijk daar gemotiveerd in te blijven. Het heeft geen zin om stil te staan bij wat ik al gedaan heb, je moet de ambitie blijven zoeken. Ik ben 48, dan heb je een boel mensen die lekker blijven zitten waar ze zitten. Ik had geen reden om weg te gaan bij Nieuws­uur, maar je moet uitgedaagd blijven worden."

"Assad interviewen was geweldig. Hillary Clinton ook, maar wat dan? Ik vind het vaak interessanter wat, bij wijze van spreken, de chauffeur van een minister heeft te vertellen dan wat de minister zelf zegt. Al het andere komt toch wel binnen. Als je één stap opzij kan doen, kun je misschien een veelzeggender verhaal vertellen."

Toch bereidt u zich anders voor op Assad dan op Bert Meijer, de directeur van de Flevoparkschool.
"Natuurlijk, dat is zo. Het is anders als je één-op-één tegenover een beladen iemand zit en daar 25 minuten hebt om je werk te doen, dan wanneer je drie dagen in een wijk gaat draaien. Assad was géweldig om te doen. Ik vind het nog steeds fantastisch dat we dat voor elkaar hebben gekregen."

"Er zaten nogal wat haken en ogen aan, er mocht niet in gemonteerd worden, maar het lukte op de manier zoals wij het wilden. Maar het is niet zo dat ik enorm kick op het interviewen van grote namen. Het gaat mij echt om de verhalen. Als ik er maar op uit kan."

Ze moeten u niet, zoals eveneens voormalig Amerikacorrespondent Eelco Bosch van Rosenthal wel eens bij Nieuwsuur, in een studio zetten?
"Ik heb dat in 2008 een tijdje gedaan voor Nova, voordat ik naar Amerika ging. Dat was best prestigieus en ik vond het eervol. Het gaat om een onderdeel van het vak dat je dan leert. Het was interessant om te doen, maar het was óók een kantoorbaan. Begrijp me niet verkeerd, je moet goed kunnen interviewen, een gastheer zijn voor de mensen die in de studio komen praten en snel kunnen schakelen."

"Het is echt een gevarieerd vak. Jeroen Pauw heeft ooit gezegd: als je in de studio zit, kun je het gevoel hebben dat jij de hele dag binnen zit en dat mensen komen vertellen hoe het buiten is. Dat herkende ik wel. Ik vond de verhalen van de correspondenten waar ik mee sprak vaak interessanter dan wat ik vertelde."

Opgebiecht

Leermeester
"Ad van Liempt. Hij kon ideeën kneden tot een totaal andere reportage, waarvan je achteraf nog steeds het idee had dat het jouw idee was. En een ontzettend aardige man."

Beste in het vak
"Jeremy Bowen, Midden-Oostenverslaggever van de BBC. Omdat hij zichzelf nooit belangrijker maakt dan het verhaal en altijd met lichte ironie duidt wat er aan de hand is."

Slechtste in het vak
"Verslaggevers die zichzelf het belangrijkst vinden. Een interviewer die een vraag begint met: 'Als ik naar jou kijk, dan zie ik..." Dat is verschrikkelijke ijdelheid. Het draait niet om jou."

Beste advies ooit gekregen
"'Doen. Gaan.' Weet niet meer wie dat zei, maar het was wel een goed advies. Niet eindeloos hindernissen opwerpen of redenen verzinnen waarom iets niet zou lukken. Gewoon proberen. Anders wordt het nooit wat."

Slechtste advies ooit gekregen
"Ik had mijn vaste contract bij TweeVandaag opgezegd voor een driemaandencontractje bij Nova. Toen zei degene die mij aannam: "Ik zou het niet doen als ik jou was." Dat was Ad van Liempt. Dus het slechtste advies kwam van mijn leermeester."

CV

Geboren
15 mei 1969, Den Helder

Opleiding
Eerste jaar Western Maryland College, Verenigde Staten, propedeuse politicologie UvA, doctoraal communicatiewetenschap UvA

Loopbaan
1990: Stage CNN in Atlanta
1993: Stage BBC Breakfast News Londen
1994: Verslaggever Tros TweeVandaag
1998: Verslaggever Nova
2006: Emmy Award voor reportage Hunting for Taliban
2008: Boek Zwemmen in Bagdad
2008: invalpresentator Nova
2010- 2014: VS-correspondent in New York voor Nieuwsuur
2012: Boek Circus Amerika, over de presidentsverkiezingen
2016: Nominatie Tegel voor interview president Assad in Syrië
2018: presentator Brandpunt+

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden