PlusInterview

Toen ze zelf niet naar haar ouders in Libanon kon, stuurde Lina Issa een stand-in

Omdat ze niet naar haar ouders in Libanon kon, stuurde ze een goed geïnstrueerde stand-in die tien dagen in haar leven stapte. In Waar we niet zijn, een boek als een performance, bevraagt Lina Issa de grenzen van identiteit.

Marjolijn de Cocq
Schrijfster en kunstenares Lina Issa: 'Mijn wens is in levens van anderen te zijn en anderen in mijn leven toe te laten en zo verbonden te worden.' Beeld Renate Beense
Schrijfster en kunstenares Lina Issa: 'Mijn wens is in levens van anderen te zijn en anderen in mijn leven toe te laten en zo verbonden te worden.'Beeld Renate Beense

Ze woont sinds drie jaar met haar Siciliaanse man en hun dochtertje in Palermo. “Dichterbij de Middellandse Zee,” lacht Lina Issa (1981), die bij vrienden logeert op het Javaplein in de stad waar ze vijftien jaar thuis was en haar Nederlandse ‘familie’ heeft. “En dichterbij Libanon. Maar ver genoeg daar vandaan om toch buitenstaander te blijven.”

Een distantie die de Libanees-Nederlandse kunstenares en schrijfster nodig heeft, van een geboorteland waar ze door de schoten en explosies van de bezetting sinds haar vroege jaren het trauma van onveiligheid meedroeg. Een land waar iedereen op de rand van de vulkaan leeft en in overlevingsmodus staat. Maar waar alles, van de aarde en de zee tot de boom voor haar ouderlijk huis waar ze onder speelde, deel van haar is.

Sinds 2015 heeft ze een Nederlands paspoort. Haar redding, zegt ze, nu hoeft ze niet meer te bewijzen dat ze hier mag zijn. Dat was heel anders toen ze in 2002 op een studentenvisum naar Amsterdam reisde om hier haar kunstopleiding te vervolgen. Toen ze een paar jaar later naar haar Libanon wilde afreizen voor familiebezoek, bleek dat dat visum niet zou worden verlengd. Zou ze gaan, dan zou ze Nederland niet meer binnen komen.

Angst, woede, frustratie en tranen volgden elkaar op. Op haar zolderkamer in de Componistenbuurt bedacht ze wat te doen. In afwachting van de bezwaarprocedure, besloot ze, zou ze een stand-in naar Libanon laten gaan om alles wat ze daar zou doen in haar plaatst te beleven en haar ouders een gevoel van Lina mee te geven. Ze plaatste een advertentie: ‘Als je geïnteresseerd bent, stuur dan een e-mail naar: whatifIcouldtakeyourplace@gmail.com.’

In april 2006 reisde de Spaanse Aitana naar Issa’s ouders in Saida, naar haar vrienden en familie en de plekken, smaken, geuren en kleuren van haar jeugd. Aitana kreeg een notitieboek vol instructies mee én de opdracht zelf haar ervaringen op te schrijven. Later, in performances voor publiek, lazen ze voor en ondervroegen elkaar. En nu is er een weerslag op papier: Waar we niet zijn, 10 dagen in het leven van een ander. Met daarin ook delen van hun notitieboeken opgenomen, en foto’s. Een boek als een performance op zich. En een nieuw begin, als uitnodiging om in de huid van een ander te kruipen – het e-mailadres is nog steeds in gebruik.

Er waren meer gegadigden, waarom koos u voor Aitana?

“Ze straalde rust uit en een oneindige sensitiviteit. Ik dacht: die ogen mogen wel in de ruimtes kijken die voor mij zo intiem zijn. En ik zag het ook als kans om dichter bij haar, bij zo’n bijzondere persoon te komen. Maar later, toen ze was teruggekomen, zei ze: ‘Dit is niet hoe ík vriendschappen doe.’ Vriendschap was voor haar niet vanzelfsprekend na dit project. Want daarvoor had ik de regels opgesteld. Voor haar was het nog aftasten.”

Ze vond u gevaarlijk, noteerde ze, u had als dochter en opdrachtgever de macht. Zij en uw moeder worstelden daarmee omdat ze zich gemanipuleerd voelden.

“Ja, dat laatste hoorde ik voor het eerst toen we het gesprek aangingen met publiek erbij. Soms zes keer op een dag, met twaalf mensen in het publiek. Heel intens was dat en er kwamen heel veel emoties los. Ik kon haar notitieboek niet lezen omdat dat in het Spaans was. Maar zij vertaalde het ter plaatse en toen zij voorlas over haar pijn en mijn manipulaties voelde ik me superongemakkelijk. Dat was niet mijn intentie geweest, ik had voor dit project natuurlijk geen enkele referentie gehad hoe ik het moest inkleden.”

“Maar uiteindelijk heb ik me ook verzoend met die manipulatie van mijn kant. Manipulatie ligt in zekere zin ook aan dit project ten grondslag. Manipulatie van de ouders na de migratie, die wachten, die missen: wanneer kom je, wanneer kom je terug? Dat recht hebben ze natuurlijk. Maar dat wakkert schuldgevoel aan. Toen ik niet kon komen, was dit mijn voorstel om de afstand te overbruggen. Om ze te laten voelen: ik ben er niet, maar ik ben er op zoveel manieren wél.”

Het notitieboek dat u Aitana meegaf, is zeer gedetailleerd. U sommeert haar naar plekken te gaan, welke routes te volgen, welke muziek met uw moeder in de auto op te zetten. Om dat te kunnen schrijven, moest u in geest de reis zelf alvast maken. Hoe ging dat?

“Aitana en ik hadden eerst ontmoetingen. Aan het notitieboek ben ik pas een paar dagen voor ze vertrok begonnen. Schrijven, schrijven, schrijven. Het had iets compulsiefs. Als ik een straatnaam noemde, of dacht aan het gezicht van mijn vader, kwam die stroom van beelden van alle plekken waar ik niet ben, mensen bij wie ik niet ben en die ik toch bij me draag. Zo bewaar ik dus dingen.”

Het boek leest, met al die herinnerde details, ook als een liefdesbetuiging.

“Ja zeker, ik voel zoveel liefde voor mijn familie, ik heb zoveel liefde van ze gekregen ook. Maar het is ook een rouwproces. Het is een viering van alles wat er is en wat er niet is.”

U wil met dit boek niet archiveren en documenteren, schrijft u. Waarom moest het er, zoveel jaar later, toch komen?

“Die gedachte ontstond toen ik ging beseffen hoeveel verhalen mijn project heeft gegenereerd. Bij de performances kwam vanuit het publiek heel veel los – die gelegenheid wil ik met mijn boek ook creëren. Ik wil nieuwe verhalen laten leven. Zie het als een politieke daad: ik wil breken met alle patronen van identiteitspolitiek. We zijn geneigd ons ik, ons zelf, als iets vaststaands en vastomlijnds te zien en anderen buiten te sluiten in plaats van ons te laten overvloeien in anderen. Mijn wens is in levens van anderen te zijn en anderen in mijn leven toe te laten en zo verbonden te worden. Ik wil openstaan en zo poreus als mogelijk zijn.”

NON-FICTIE

Waar we niet zijn - 10 dagen in het leven van een ander
Lina Issa
Van Oorschot, €23,50.
285 blz.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden