PlusInterview

Tim Hofman blikt terug op Over mijn lijk: ‘Ik dacht dat ik wel iets gewend was’

Een half jaar na de laatste uitzending van Over mijn lijk blikt Tim Hofman met de nabestaanden en deelnemer Alex terug. De televisiemaker (32) over de dood, het leven, Op1 en zijn ambities.

Tim Hofman: ‘Over mijn lijk gaat eigenlijk meer over het leven dan over de dood.’Beeld Frank Ruiter / Lumen

Tim Hofman heeft net een mini­vakantie achter de rug, zijn eerste in vijftien maanden. Drenthe was het plan, maar het is gewoon Amsterdam geworden. Even lekker niks. De televisiemaker van BNNVara deed de reguliere uitzendingen van zijn YouTubeserie BOOS, viel in bij Op1 en 3FM en is alweer aan de opnames van een nieuw seizoen van Over mijn lijk begonnen.

Het overlijden van deelnemer Jeroen van het afgelopen seizoen van Over mijn lijk, begin deze maand, hakte erin. “Ik was gevraagd ceremoniemeester te zijn op zijn uitvaart. Een eer.”

Komende week heeft hij ze bij elkaar voor een reünie-uitzending: de enige nog levende deelnemer Alex en de familie en partners van de inmiddels overleden deelnemers. Pieter, de man van Lotte, is er. Net als Ruben, van Mirjam. Yentl, de tweelingzus van Fabienne. “Alex staat nog fier overeind. De laatste uitslag was goed, maar dat is goed in betrekkelijke zin, hoor. De tumor is niet gegroeid.”

Hofman praat met hen over de voorbije periode, het verlies, de verwerking, haalt herinneringen op. De korte uitzendingen zijn de komende weken online te zien. Hij kijkt ernaar uit. “Er is begrip, warmte, iedereen begrijpt elkaar zo goed. Maar er wordt ook gelachen, hoor. Het is niet alléén maar een zware bedoening.”

Zwemen van geluk

De dood, merkte Hofman, is in Over mijn lijk een schizofrene reisgenoot die staat voor intens verdriet, maar ook – hoe gek het klinkt ­– voor zwemen van geluk. “Het programma gaat ook eigenlijk meer over het leven dan over de dood. Leven bij de gratie van de dag in plaats van de dood.”

Tim Hofman was al vroeg bezig met de dood en de zin van het bestaan. Hij nam toen hij elf, twaalf jaar was bewust afscheid van het geloof en kreeg op z’n veertiende een ernstig ongeluk. “Geschept door een auto. Ik heb echt mazzel dat ik hier nog zit. Mijn arm was in tweeën, allerlei schroeven enzo. Ik kon ook een paar weken niet lopen en ving de klap op met mijn gezicht, daar komen die littekens op mijn neus en voorhoofd vandaan. Niet te vergelijken met Over mijn lijk, maar ik realiseerde me wel dat het zo gebeurd kan zijn.”

Toen hij anderhalf jaar geleden aan zijn eerste reeks Over mijn lijk begon, dacht hij dat hij ‘redelijk beslagen ten ijs kwam’. “Ik heb Patrick Lodiers gebeld, die het jaren heeft gedaan. Hoe gaat dat met interviewen? vroeg ik. ‘Nou, maak je je daar maar niet te druk over, bereid je mentaal goed voor.’ Ik had veel ellende gezien door de reisprogramma’s die ik had gemaakt in Mexico, op de Filipijnen, India, Oost-Afrika. Kinderprostitutie, drugsbendes. En ik heb letterlijk in mensenbloed gestaan. Heavy shit. Ik heb ook Je zal het maar hebben gemaakt, een programma waar sommige mensen ook van zijn over­leden. Ik dacht dat ik wel iets gewend was, maar bij Over mijn lijk moest ik wel een tandje bijschakelen.”

Hoe heeft u dat gedaan?

“Je rol van interviewer vervalt best snel. Dat wordt, klinkt gek, een bijzaak. Buiten het programma om heb ik ook veel contact. Je praat veel. Belt, appt, deelt belevenissen, foto’s. Er ontstaat een band en soms een vriendschap. Wat ik belangrijk vind: ik zit er niet in met voorbehoud. Zo van ‘ik houd afstand, want dan wordt het minder pijnlijk’. Je vraagt iemand alles te geven voor het overlijden en dan zou je dat zelf niet doen – dat is niet eerlijk.”

“Je probeert voor een gespreid bed te zorgen waarin mensen veilig kunnen praten. Zelf moet je zorgen dat je fit bent. Ik sport veel, creëer rust rond de draaidagen. Je kunt het niet maken om er niet helemaal bij te zijn. De mensen willen nog iets zeggen tegen de wereld, of een document nalaten.”

Hofman had vooraf twijfels. Niet dat hij het programma niet zou kunnen maken, maar hij is ook de man van Boos, het platform waarmee hij in actie komt als mensen worden benadeeld door bedrijven of de overheid (‘David tegen Goliath’). “Dan kom ik fel uit de hoek, ja. Niet voor mezelf, maar voor een jochie van negen dat naar Irak wordt getrapt (Hofman streed ook voor verruiming van het Kinderpardon, red.). Ik heb tatoeages, een baard, doe wel eens een oorbelletje in. Mensen kunnen dat lastig vinden. Dat mag, maar mijn grootste zorg was dat dat het programma niet in de weg zou zitten.”

Zijn zorgen bleken ongegrond. Bewierookt werd Hofman. Zijn betrokken houding viel op. “Soms moet je niets zeggen. Ik weet nog dat Jeroen een slechte uitslag kreeg. Dan houd je elkaar alleen even vast.”

Bent u anders tegen de dood gaan aankijken?

“Ik ben er nog minder bang voor, al voelde ik me de eerste paar maanden heel vreemd. Ik dacht er nog meer over na. Is dit het dan? Gewoon verdrietig dat je een keertje doodgaat? Gelukkig heb je als maker een team om je heen, kun je bij een psycholoog terecht en heb ik veel aan mijn moeder. Ze werkt al veertig jaar in de zorg. Ze stond tijdens de beginperiode van corona in de frontlinie. Ik heb met Jeroen en Lotte anderhalf jaar gehad, zij heeft met patiënten kortere routes naar de dood. Allebei heel intens.”

En tegen het leven?

“Ik weet niet of dat alleen door het programma komt, maar ik heb wat minder haast, lijkt het. Ik denk minder vooruit. Het klinkt zwart, maar morgen is niet beloofd. Vandaag mag er zijn.”

Hij mijmert. “Soms besef ik ook niet helemaal dat ze er niet meer zijn. Mirjam, Lotte, Fabienne met wie ik zo vreselijk kon lachen. Nu heb ik dat bij Jeroen heel erg. Zo kort geleden. Ik heb wel goed afscheid van hem kunnen nemen. Heb een uur bij hem gezeten. Dat scheelt. Bij Lotte was dat anders. Dat ging per telefoon. Ik was op weg naar haar toe toen ze besloot tot euthanasie.”

En toen vroeg BNNVara of Hofman wilde invallen bij Op1, de talkshow van de publieke omroep. De reacties op zijn drie optredens varieerden. De talkshowhost was ‘enthousiast’, ‘verfrissend’ maar ook ‘agressief’, klonk het.

Wat vond u zelf?

“Ik snap dat ik veel te leren heb. Dat ik een jonge telg ben. Dat het gemiddelde publiek dertig jaar ouder is dan ik. Er waren twee werelden. Op Instagram kreeg ik veel reacties van millennials en ook oudere mensen die het fijn vonden om dit zien. De cijfers waren ook hoog. De mensen op Twitter, tja, daar ging het stroef. Maar daar hebben mensen vaker moeite met mij.”

Het ging voornamelijk over uw interview­methode.

“Ik kan stevig zijn, maar zeker aan zo’n tafel moet het journalistiek zijn. Ik ben nul keer gaan freewheelen, heb me netjes aan redactieafspraken gehouden. Ik heb niet de pretentie dat ik Jeroen Pauw of Matthijs van Nieuwkerk ben, maar als ik tegenover een beleidsmaker, politicus of machthebber zit en ik merk een inconsistentie in zijn verhaal, nou, sorry, dan ga ik niet voor een miljoen kijkers ja en amen zeggen. Dan vraag ik door. Kan dat galanter? Ongetwijfeld. Heb ik veel te leren? Zeker! Ik ben niet wars van zelfkritiek hoor, dus ik heb de volgende dag met de eindredacteur gebeld, met collega’s, mijn baas, maar ik heb niet gehoord: nou, nou, dat moet je nooit meer doen. En inhoudelijk vond ik ook niet dat ik ernaast zat. En laten we ook niet overdrijven, hè. Ik heb daar drie keer gezeten, niet driehónderd. Zoiets moet ook je jas worden.”

Is dat een jas voor de toekomst, of voor komende jaren?

“Een pak aandoen en vragen stellen, ja, dat ligt me wel. Vorig jaar heb ik er al aan geproefd toen ik voor Omroep Human De staat van het klimaat maakte. Ik lees al vijftien jaar elke dag de krant, ken veel dossiers. Als ik echt goed wil worden, moet ik daar elke week of elke dag gaan zitten. Kijk naar Matthijs. Die was nog jonger dan ik nu en al hoofdredacteur van Het Parool. En Eva had al het NOS Journaal gedaan. Ik heb een route en ambities, maar dat is wel lange termijn, hoor. Ik denk dat ik het wel zou kunnen, maar het moet gestaag. Laat mij eerst nog maar even meters maken.”

Over mijn lijk is vanaf 26 augustus zes keer te zien op woensdag en vrijdag op bnnvara.nl/overmijnlijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden