Plus

Tim Fransen: 'De lach is de beste reactie op ons absurde leven'

Cabaretier Tim Fransen (30) kent het werk van alle grote filosofen uit zijn hoofd. Toch belandde hij in een existentiële crisis. 'Wat droeg ik nou bij aan de wereld met mijn triviale grapjes.'

Tim Fransen Beeld Martin Dijkstra

Daar liep Tim Fransen dan. In zijn eentje aan de oevers van het Zwitserse Silvaplanameer. Op de, modderige, plaats waar zijn held en filosofisch leidsman Friedrich Nietzsche ruim 100 jaar geleden een van zijn belangrijkste inzichten kreeg: de eeuwige terugkeer van het gelijke.

Want, beargumenteerde hij, als de tijd oneindig is, zijn herhalingen van dezelfde gebeurtenis dat ook.

In zekere zin hoopte de cabaretier op een indirect bewijs van die stelling. Maar dan met hem, Tim Fransen, in de rol van de filosoof met een groot nieuw inzicht.

Na een doorregende wandeling volgt inderdaad een eurekamoment, schrijft Fransen in zijn eerste boek Brieven aan Koos. 'Vaker couscoussalade eten. Gemakkelijk te bereiden en nog lekker ook.'

Waar Nietzsche vervolgens naar Turijn vertrok en daar krankzinnig werd, reisde Fransen terug naar Amsterdam, waar hij al zijn hele leven woont. Hij groeide op in Gaasperdam, bewoonde een studentenkamer in de Jordaan en betrok onlangs een ruim appartement aan het Stadionplein.

Terug in Amsterdam at hij vaker salade en speelde hij zijn voorstelling Het failliet van de moderne tijd (over Nietzsche). Die leverde hem de Neerlands Hoop-prijs op voor het grootste cabarettalent van Nederland, maar geen levensveranderend inzicht.

Daar was hij wel naar op zoek.

Op advies van bevriend filosoof René Gudde en theaterregisseur Koos Terpstra was hij op reis gegaan. Want de jongecabaretier raakte verstrikt in zijn eigen gedachten.

Terpstra had gezegd: "Je moet eens uit die bibliotheek van je komen. Dat zal je verbeelding prikkelen." Dat was in de herfst van 2014. In de vier jaar die volgden, maakte Fransen acht korte reizen. Van zijn reisbelevenissen en filosofische vorderingen doet hij nu in briefvorm verslag.

Met welke verwachtingen vertrok u?
"Ik wilde een patroon doorbreken. Mijn natuurlijke neiging is om een teruggetrokken leven te leiden. Maar daar liep ik een beetje in vast. Ik was afgestudeerd, kende het werk van de grootste filosofen uit mijn hoofd, maar had daarmee mijn zoektocht naar de waarheid niet voltooid. Er sluimerde een crisis, ook omdat een korte, maar intense relatie net was uitgegaan."

"Ik probeerde mijn ritme vast te houden door dagelijks naar de universiteitsbibliotheek te gaan. Daar schreef ik aan mijn eerste voorstelling. Het voelde veilig me te omringen met boeken van mijn filosofische helden. Maar hun wijsheden troostten me niet meer zoals eerder. De vaste grond onder mijn voeten was verdwenen."

"Mijn eerste programma werd goed ontvangen, ik kreeg er een prijs voor. Maar ik vroeg me steeds vaker af wat ik bijdroeg met mijn triviale grapjes. Moest ik dan echt nog meer onzin de wereld in helpen? Ik was op zoek naar betekenis. Wat was nu echt de moeite waard om voor te leven?"

U was aan uw studie begonnen om er de zin van het leven mee te ontdekken?
"Ik wilde de wereld doorgronden. In de hoop op een vast fundament uit te komen. Het leven leek me net zoiets als de zandbak waarin ik als kind speelde. Een magisch oord met onbegrensde mogelijkheden. Maar als je maar lang genoeg groef, kwam je uiteindelijk op een bodem uit."

"Dat mechanisme verwachtte ik van de filosofie ook. Ik hoopte op zekerheden, maar dat graven leidde juist tot meer los zand."

"Op dat moment kwam gelukkig René Gudde in mijn leven. Hij ervoer dat gebrek aan fundament ook, maar ging er veel pragmatischer mee om. Bijna vrolijk. Ik zat op dat moment nog vast in mijn filosofische rouwverwerking."

Gudde noemde filosofie de meestefficiënte vorm van tobben.
"Het illustreert hoe hij zich ermee verzoende dat hij het absolute morele fundament niet zou kennen. Ik ging - hij was inmiddels ernstig ziek, maar nog altijd opgewekt - bijna wekelijks bij hem op bezoek."

"René zag filosofen niet als mensen met unieke toegang tot de waarheid, zoals ik wel deed. Hij beschouwde ze als vrienden bij wie je te rade kon gaan als je worstelde. Zij waren namelijk net zo zeer worstelaars met het leven. Dat was voor mij een heel bruikbaar inzicht."

Uw ouders zijn christelijk en namen u als jongen mee naar de kerk. Hadden ze u geen moreel fundament meegegeven?
"Ze waren niet streng in de leer hoor. Maar hun geloof bevatte wel een duidelijke verantwoordelijkheid voor de wereld om je heen. Mijn zus en ik zijn beiden niet gelovig meer, maar hebben dat gevoel van sociale verantwoordelijkheid wel vastgehouden. Ik werd een tiener die zich het leed in de wereld erg aantrok."

Hoe verloor u uw geloof?
"Ik ben nooit fanatiek geweest, het religieuze verhaal kon simpelweg niet kloppen. Soms denk ik: zou mijn achtergrond de reden zijn dat ik zo'n behoefte heb de wereld te begrijpen?"

"Het is natuurlijk prettig te geloven dat er iemand is die de paal­tjes in het leven voor je heeft uitgezet. Misschien heeft iemand die zonder God is opgegroeid, minder behoefte aan een oplossing voor die zingevende vragen."

Wat brachten de reizen u uiteindelijk?
Fransen laat een stilte van twintig seconden vallen. Dan: "Mijn verbeelding is inderdaad geprikkeld en daardoor kon ik in 2017 een voorstelling van vlees en bloed maken, Het kromme hout der mensheid, in plaats van een droog filosofisch college."

"Maar wat ik me realiseerde toen ik alle brieven teruglas: ik heb me kunnen verzoenen met de absurditeit van dit bestaan. En als je je daarmee hebt verzoend, kun je je net als René de vraag stellen wat er vervolgens nog te redden valt."

Wat is dat voor u?
"Het scheppen van schoonheid, het bieden van troost, het vinden van vreugde, het plezier van sociale relaties. En we hebben de lach, misschien wel de beste reactie op de absurditeit van het leven."

"Bovendien vind ik het feit dat we als hier als kwetsbare en onwetende stervelingen rondlopen nu bijvoorbeeld troostend. We zitten allemaal in hetzelfde, lekkende schuitje. Al die dingen samen vormen mijn antwoord op de crisis van vier jaar terug."

Schrijver Philip Huff las uw boek al. Hij zegt: 'Als je het uit hebt, begrijp je beter hoe de wereld werkt en waarom Tim geen partner heeft.'
"De liefde vind ik nog steeds lastig, ja. Ervan uitgaande dat het leven soms 'een gedoetje' is, zoals René zei, kan ik me voorstellen dat een metgezel erg fijn is. Dan kun je die dingen samen aangaan. Maar ik vind het moeilijk."

U schrijft in uw brieven: 'De kern van mijn kwelling is denk ik een bijna neurotische dwang om dingen te controleren, terwijl verliefdheid me juist afhankelijk maakt van iemand anders.'
"Dat blijft lastig inderdaad. Daarbij kan ik me bedreigd voelen in mijn onafhankelijkheid. Ik kan best monomaan zijn in de dingen die ik doe. Als ik aan een voorstelling schrijf, bijvoorbeeld. Dan vind ik het moeilijk ook voor andere zaken ruimte te maken. Maar ik heb nog hoop hè? Ik wil me erin bekwamen."

U beschrijft hoe een verbroken relatie opvlamt en dan weer uitdooft. Toen u verliefd was, klonk u heel gelukkig.
"Ik had inderdaad periodes dat het conflict met mezelf er niet was. Maar ik weet niet goed wat dat voor de toekomst betekent. Ik vind het moeilijk onderscheid te vinden tussen wat er in deze specifieke relatie niet goed zat en wat ik in een volgende relatie opnieuw zal tegenkomen."

Zou een leven zonder relatie ook de moeite waard voor u zijn?
"Ik heb vaak gedacht dat ik prima zonder zou kunnen. Geen conflicten meer als ik me ongeremd op een creatief proces wil storten. Nu vind ik dat ik terughoudender moet zijn. We kunnen niet voorspellen in welke fases we nog terechtkomen en hoe we daarop reageren."

"Mensen gaan er als ze aan de toekomst denken vaak vanuit dat de omstandigheden misschien veranderen, maar dat onze persoonlijkheid en behoeftes hetzelfde blijven. Dat denk ik niet. Er komen vast momenten dat ik de dingen als een cabaret­voorstelling maken of essays schrijven, ga relativeren."

'Iets of iemand waarom je kunt geven is de enige zinvolle manier om je te verhouden tot het leven,' concludeert u uiteindelijk.
"Dat geloof ik zeker. Alleen kan dat van alles zijn. Je werk, maar ook een hechte vriendschap. Ik weet niet of de liefde daarin voor mij doorslaggevend is."

Wat dan wel?
"Momenteel voor een groot deel werkprojecten. Ik schrijf het essay voor de Maand van de Filosofie. Als ik in mijn eentje achter de computer met ideeën kan spelen, ervaar ik volmaakt geluk."

Werkelijk volmaakt geluk?
"Ja. Hoezo?"

Dat is op die manier wel erg makkelijk bereikbaar toch?
"We zien denk ik vaak over het hoofd aan welke voorwaarden al voldaan is, voor we kunnen beginnen geluk te ervaren."

Tim Fransen
13 april 1988, Amsterdam

2006 Studie Nederlands, niet afgemaakt
2007 Studies psychologie en filosofie
2013 Schrijft mee aan Oudejaarsconference Theo Maassen
2014 Winnaar publieks- en juryprijs Leids Cabaret Festival en solodebuut met Het failliet van de moderne tijd
2016 Winnaar Neerlands Hoop-prijs
2017 Première Het kromme hout der mensheid
2018 Nominatie Poelifinario voor beste cabaretprogramma en publicatie eerste boek: Brieven aan Koos

Tim Fransen is vrijgezel en woont in Oud-Zuid.

Beeld -

"Tijdens een eerdere relatie maakte ik de fout te denken dat mijn cabaretdebuut voor mij het belangrijkste in de wereld was. Dat kwam doordat mijn vriendin er op dat moment al was. De relatie leek ­vanzelfsprekend. Pas toen zij wegviel, kon ik de relatie op waarde schatten."

"Het feit dat ik achter mijn computer geniet van schrijven, komt doordat aan veel voorwaarden ongemerkt al is voldaan. Het feit dat ik mijn ouders elk moment kan bellen als ik ergens mee zit. Of ruimer: ik heb geen geldzorgen, ik heb een fijn appartement en leef in een veilig land."

Dat klinkt juist vrij rationeel. Moet geluk je niet gewoon overvallen?
"Ik denk dat we het belang van geluk overschatten. Mensen zeggen vaak: 'Als je maar gelukkig bent.' Dat vind ik toch wat smal. Zeker als je het in de pure genotzuchtige manier opvat. Een leven vol genot, zal ons niet tevreden stellen."

"Mag ik je een experiment voorleggen? Stel dat je een pil zou kunnen slikken die je vanaf nu tot je dood een permanent geluksgevoel bezorgt, zou je die dan slikken?"

Klinkt goed. Waarom niet?
"Emoties als woede en verdriet kunnen ons vertellen dat dingen ons iets waard zijn. Wat zou je dan doen als je partner straks ziek wordt? Wil je dan nog steeds gelukzalig blijven? Er is meer in het leven. Althans dat hoop ik voor je. Ik zou een leven met alleen genot en plezier compleet leeg vinden. Betekenisloos zelfs. En mij gaat het er om je leven een zo groot mogelijke betekenis te geven."

Maar u kunt toch ook niet permanent met betekenisvolle zaken bezig zijn? Dat houdt geen mens vol.
"Je zou kunnen beargumenteren dat elk uurtje dat je onderuitzakt voor Netflix, je daarvan afhoudt. Je bent dan niet bezig een helpende hand te bieden waar het écht nodig is. Ontken je op die manier de morele werkelijkheid? Moeilijke vraag."

"Er valt iets voor te zeggen dat we onszelf een zeker escapisme mogen permitteren, zolang we maar niet al onze morele verantwoordelijkheden verwaarlozen."

"We hebben nu een vrij liberale samenleving waarin iedereen, op een paar wetten na, bepaalt wat goed voor hem is. Ik denk dat er een keerzijde is aan al die vrijheden. Bepaalde morele kwesties worden amper nog aangekaart."

"We komen er niet meer mee weg om te zeggen: dat bepaalt iedereen zelf wel. Klimaatverandering bijvoorbeeld. Als we die niet aanpakken, is het straks te laat."

Mag de mens niet ook een beetje zijn kop in het zand steken? We kunnen toch niet al het wereldleed oplossen?
"Freud zegt: 'Er is te veel misère in het leven om allemaal onder ogen te komen. We kunnen niet zonder verzachtende middelen. Religie of letterlijk drugs.' Misschien heeft hij gelijk, maar het is niet zoals ik wil leven. Ik wil wel alle oncomfortabele waarheden onder ogen komen."

Allemaal? Dan wordt het leven toch een bijzonder trieste affaire?
"Ik leid nu toch een vreugdevol leven. Het is een misvatting dat de lach en de tragiek tegenpolen zijn. Ze hebben elkaar juist nodig. Het lukt me steeds beter al die tragiek te relativeren. De enige andere optie zou zijn de tragiek van het leven te ontkennen. Dat gaat even goed, maar uiteindelijk bijt het leven je in je staart."

"Toch valt het me op hoe mensen, ook zij die geen godsdienst aanhangen, niet tot zich laten doordringen wat het betekent sterfelijk te zijn."

"Hoe vaak hoor je niet dat mensen die na het bericht dodelijk ziek te zijn, hun leven nog omgooien. Voor mij een teken dat ze die mogelijkheid altijd op afstand hebben gehouden, niet tot zich hebben laten doordringen dat hun dood altijd om de hoek is."

Iedereen maakt toch stiekem een inschatting hoever zijn dood weg is? We doen constant dingen die we niet doen als we deze maand zouden overlijden.
"Ik zou nooit meer de afwas doen, inderdaad. Dat komt later wel en dan ben ik er toch niet meer. Maar goed, als ik daarmee nu begin, wordt mijn huis een zooitje. Ik kan me goed vinden in de boeddhistische aanpak van deze kwestie."

"Boeddhisten mediteren soms tegenover een verwelkte bloem. Soms zelfs een menselijke schedel. Simpelweg om van de vergankelijkheid doordrongen te raken. Dat vind ik wijsheid. De verzoening met de sterfelijkheid brengt juist levenslust en intensiteit met zich mee."

Treft u vaak leeftijdsgenoten die net zo analytisch naar het leven kijken? Ik zie vaak twintigers die juist onbekommerd door het bestaan dansen.
"Volgens mij is het bestaan zelden helemaal onbekommerd. Soms denk ik over mijn middelbareschooltijd: wat was het zorgeloos, maar natuurlijk had ik toen ook zorgen."

"Of mijn haar wel goed zat, of mijn transformatie naar een volwassen lichaam een beetje gunstig zou uitpakken, of de meisjes me wel leuk vonden. Dat laatste was overigens zelden het geval."

Beeld Martin Dijkstra

"Ik denk dat het beeld van twintigers die feesten en drinken grotendeels valse schijn is. Het is juist de periode waarin je moet bepalen wie je bent, waar je voor staat en hoe je je leven wilt leven. Tijdens mijn studie was ik omringd met mensen die daar volop mee bezig waren."

"Mijn persoonlijke ervaring is dat het leven met ongemakkelijke waarheden ook een intense waardering meebrengt voor de broze dingen die mooi zijn. Ik heb ook lang geloofd dat ik nog een eeuwigheid had. Juist het besef dat dat niet zo is, maakt dat ik het leven meer waardeer."

U leeft alsof het uw laatste dag is?
"Dat is natuurlijk nogal clichématig, maar dat we dat soort dingen vaak zeggen, geeft aan dat we blijkbaar de neiging hebben onze sterfelijkheid te vergeten."

Hoe zou u het wandtegeltje 'Leef alsof het je laatste dag is' herformuleren?
"Ik zou zeggen: 'De zin van het leven is troost vinden voor het feit dat er niet zoiets is als de zin van het leven.'"

Hoe brengt u dat in praktijk?
"Ik ervoer dat ontbreken van zin eerst als een dramatische crisis, maar heb er een prettige lichtheid in gevonden. Ik meen het als ik zeg dat de beste respons op de absurditeit van ons leven de lach is."

U citeert in uw brieven filosoof Hegel: 'Alleen van de toppen van een eindeloos goed humeur kun je beneden in de diepte de oneindige domheid van mensen observeren. En erom lachen.'
"Wat moeten we anders? Lachen betekent de tragiek van ons leven erkennen en die transformeren tot iets lichters. Ik heb het echt getroffen dat ik daarmee zo veel bezig kan zijn."

Brieven aan Koos van Tim Fransen (€19,99) ligt nu in de winkel.

Beeld Martin Dijkstra
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden