Tijdschrift Hard Gras: honderd nummers literair voetbalgeluk

Onlangs kwam het honderdste nummer van Hard gras uit, het literaire voetbaltijdschrift. Met een bijdrage van Karl Ove Knausgård.

Beeld Hard gras

September 1994. Wie weet nog wat er in die maand gebeurde? De Nederlandse drugssmokkelaar Johannes van Damme werd in Singapore opgehangen. Bokser Regilio Tuur won in sportpaleis Ahoy van de Amerikaan Eugene Speed en werd wereldkampioen in het supervedergewicht. De veerboot Estonia verging tussen Estland en Finland (852 doden). En het eerste nummer van Hard gras, met als ondertitel voetbaltijdschrift voor lezers, kwam uit.

Het tijdschrift was een initiatief van de latere hoofdredacteur van Het Parool, Matthijs van Nieuwkerk, en journalist-programmamaker Henk Spaan. Op de cover van dat eerste nummer een juichende Romário, waarschijnlijk na zijn doelpunt tegen Nederland op het WK van 1994. In dat nummer prominent aangekondigde verhalen van de literatoren Ronald Giphart, Herman Koch en August Willemsen.

Fraai eerste nummer. Jammer dat Arnon Grunberg, die een paar maanden eerder met zijn eerste roman debuteerde, het mooie Blauwe maandagen, niet in Hard gras 1 stond. Nog een parallel: met de verschijning van Hard gras nummer 100, in februari, verscheen ook het nieuwe boek van Grunberg; Het bestand. Ze lopen gelijk op, Hard gras en Grunberg.

Hard gras heeft bewezen dat een tijdschrift over voetbal levensvatbaar is. In het begin verscheen het vier keer per jaar, tegenwoordig zes keer en de verkoop is stabiel, zo rond de tienduizend exemplaren per nummer. Grunberg groeide uit tot misschien wel de bekendste Nederlands schrijver.

Ook daarom is het jammer dat hij niet in dit honderdste nummer staat. Maar ach, je kunt niet alles hebben. Schrijven over voetbal werd met het verschijnen van Hard gras breder getrokken dan de verslagen en interviews op de sportpagina's van de kranten en in het weekblad Voetbal International. Je mocht er als schrijver voor uitkomen dat je van voetbal hield.

Hard gras was een soort coming-outplek voor schrijvers. Om het wat gechargeerd te zeggen: je mocht openlijk voor je liefde voor voetbal uitkomen, voetbal was salonfähig. Belangrijk: de ondertitel; voetbaltijdschrift voor lezers. In Hard gras geen analyses over techniek en tactiek, maar mooie, goede verhalen. Ronald Giphart die in het eerste nummer een reportage schreef over het Oranje legioen op het WK van 1994.

Navolging
Braziliëkenner August Willemsen over Romário. Maar in Hard gras is ook plaats voor fictie. Zoals het schitterende Honky Tonk Bomber van P.F. Thomése, over de spits Gerd Müller. Vrij snel werden schrijvers uitgenodigd een heel nummer voor hun rekening te nemen. Hugo Borst, in 2005 toegetreden tot de 'directie', schreef De Coolsingel bleef leeg. Later volgenden onder anderen Kees 't Hart met een nummer over SC Heerenveen, en Marcel van Roosmalen met een nummer over Vitesse. En er verschenen specials; over Ronaldo, over Cruijff, over Louis van Gaal.

Het blad heeft zijn bestaansrecht bewezen en kreeg navolging. Zo verschenen er literaire tijdschriften over schaatsen (Zwart ijs), hardlopen (42) en wielrennen (De Muur). Alleen De Muur bestaat nog, maar 'pas' sinds 2002. Henk Spaan schrijft in de brief die bij het honderdste nummer is gevoegd: 'Het deed me goed om door het eerste nummer te bladeren.
Het niveau was hoog. We zijn nu honderd nummers, een kleine zevenhonderd verhalen verder en ik ben zo onbescheiden om te zeggen dat het niveau nog steeds hoog is.'

Dat niveau in het jongste nummer, met een vernieuwde opmaak, krijgt een boost door een verhaal van de man die het schrijven de laatste jaren een ander dimensie geeft: de Noor Karl Ove Knausgård. 'Voor dit jubileumnummer moesten en zouden we een bijdrage hebben van Karl Ove Knausgård, de favoriete schrijver van de redactie en een procent of zeventig van onze schrijvers,' lezen we in het voorwoord.

Bezwerende toon
Die bijdrage kwam er. Een voorpublicatie uit het dit najaar bij uitgeverij De Geus te verschijnen brievenboek Uit en thuis dat hij schreef met Fredrik Ekelund. Over voetbal dus. Op zich is het niet een heel bijzonder verhaal. Knausgård bezingt zijn liefde voor voetbal. Dat is eerder gedaan, maar wat het zo goed maakt, is de bezwerende toon die hij ook in zijn zesdelige autobiografie Mijn strijd hanteert.

Knausgård zuigt je op. En hij noemt de twee woorden die alles te maken hebben met de beleving van voetbal. De twee woorden waar alles om draait als je van voetbal houdt: geluk en hoop. 'Als je voetbalde, leek het alsof je op een bepaalde plek was, het was een eigen wereld binnen de wereld, waar eigen regels golden, en waar ik gelukkig was. Ja, verdomd, daar ging het om: geluk.'

Over zijn opa: 'Hij praatte altijd negatief over het team; het was altijd slecht, maar dat was vooral een praatje voor de vaak, want de volgende keer stapte hij weer op de fiets, vermoedelijk vol nieuwe hoop.' Wat verder te zeggen van Hard gras nummer 100? Een ijzersterk nummer, met onder meer goede verhalen over Dan Petersen, Cees van Kooten, Ton Ojers en voetbal in Qatar. Op naar de tweehonderd.


Hard gras 100, februari 2015 Ambo/Anthos, 142 blz., €8,95

Beeld Hard gras, een editie uit 2007
Beeld Hard gras, een editie uit 1994
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden