PlusRecensie

Tien personages maken in het Rijksmuseum verhaal van de slavernij inzichtelijk

De langverwachte tentoonstelling over de slavernij­geschiedenis in het Rijksmuseum is indrukwekkend en veelzijdig. Er klinken stemmen die nooit gehoord zijn.

Een tronco, een meervoudige voetboei voor het ketenen van tot slaaf gemaakte mensen. 
  Beeld Rijksmuseum
Een tronco, een meervoudige voetboei voor het ketenen van tot slaaf gemaakte mensen.Beeld Rijksmuseum

De expositie Slavernij begint al in de hal van de Philipsvleugel van het Rijks, waar de tentoonstelling is, Daar hangen klokken die gebruikt zijn om de werkdag op een plantage aan te kondigen. Het luiden van de klok werd door velen geassocieerd met hard werken en erbarmelijke omstandigheden. De klokken werden ook gebruikt om de verkoop van de oogst aan de poort aan te kondigen. Wat voor de één een welkom geluid was, klonk voor de ander als een straf.

Daarna, nog voordat de bezoeker goed en wel binnen is, word je met jezelf geconfronteerd. De bezoeker loopt door een poort van spiegels, waardoor je jezelf tot in het oneindige herhaald ziet. De boodschap is duidelijk, dit wordt geen gezellige tentoonstelling. De rol die Nederlanders hebben gespeeld in de slavenhandel en slavernij in de koloniale tijd mag dan voorbij zijn, de confrontatie met de geschiedenis leidt ondubbelzinnig tot zelfreflectie.

Het Rijksmuseum ging daarbij bepaald niet over één nacht ijs. De tentoonstelling werd al in februari 2017 aangekondigd. Samenstellers Valika Smeulders en Eveline Sint Nicolaas wilden geen overzicht van de economische geschiedenis van slavernij met cijfers en jaartallen. In plaats daarvan werden medewerkers vanuit verschillende disciplines aangenomen en werd van gedachten gewisseld met nationale en internationale experts op het gebied van geschiedenis en slavernij.

Daarbij kwamen veel vragen op. Is het gebouw van het Rijksmuseum bijvoorbeeld überhaupt wel geschikt om het verhaal van de slavernij te vertellen? En hoe zit het met de beschikbare spullen? Lang werd aangenomen dat het Rijksmuseum simpelweg te weinig objecten in de collectie heeft voor een tentoonstelling over slavernij.

Voorouders

Men ging dus met andere ogen naar de verzameling kijken. Zoals een fraaie doos vervaardigd van schildpad en goud die stadhouder Willem IV in 1749 ontving van de West-Indische Compagnie. Met zijn asymmetrische decoraties werd de doos lange tijd gezien als een schitterend voorbeeld van de rococostijl. Dat op het deksel de handel in ivoor, goud en mensen wordt verbeeld, dat op een kaart belangrijke posten voor de mensenhandel werden aangegeven, werd al die tijd niet opgemerkt.

Toch gaat de tentoonstelling niet alleen over objecten, maar vooral over mensen. Om het slavernijverleden te verbinden met de hedendaagse kijker is gekozen om tien personages centraal te stellen die het verhaal van de slavernij inzichtelijk maken. Tien uiteenlopende levens van mensen in de tijd van de slavernij, die onderdeel waren van het toenmalige systeem. Omdat ze in slavernij werden geboren, die trachtten te ontvluchtten of juist plantagehouder waren.

De bij de tentoonstelling horende audiotour is daarbij ­essentieel. Bekende en minder bekende personen vertellen over hun voorouders in Brazilië, Suriname, het Caribisch gebied, Zuid-Afrika en Azië. Zo vertelt kickbokser Remy Bonjasky over Wally, die in Suriname aan een slavenhouder was verkocht. Hij was een van de 156 tot slaaf gemaakte mensen die werkten op suikerplantage Palmeneribo, langs de bovenloop van de Surinamerivier. Het verhaal van Wally en de conflicten die hij had met de plantagedirecteur zijn overgeleverd via een relaas dat werd opgetekend op Fort Zeelandia. In de voorzomer van 1707 liep de spanning hoog op, waarna Wally met een groep lot­genoten de bossen in vluchtte. Vijf dagen hielden ze zich verscholen, waarna ze werden gepakt.

Doorgegeven

Op 11 augustus 1707 werd het vonnis uitgesproken: dood door langzame, levende verbranding. Bonjasky: “Wally zijn broers Baratham en Mingo en hun medestanders Sjarl en Joseph moesten bovendien tijdens die verbranding met gloeiend hete nijptangen worden geknepen. Hun afgekapte hoofden zouden later worden tentoongesteld als waarschuwing. De krachten waarmee Wally en andere tot slaaf gemaakten op plantage Palmeneribo in opstand kwamen zit nog steeds in mijn bloed. Het is in generaties doorgegeven en het is een van de redenen dat ik drie keer wereldkampioen kickboksen heb kunnen worden.”

De opzet van de tentoonstelling werkt goed. De geschie­denis wordt niet zozeer herschreven, als wel gelaagder en rijker gemaakt. Het meest sprekende voorbeeld van die nieuwe aanpak zien we bij het verhaal van Oopjen Coppit. Na een politiek steekspel werd het dubbelportret van ­Marten Soolmans en Oopjen Coppit in 2016 gezamenlijk bezit van Nederland en Frankrijk. De toenmalige Rijks­museumdirecteur Wim Pijbes verwelkomde de schilderijen in de eregalerij met de woorden: “Het is een feest. Het is hier echt de Gouden Eeuw op zijn goudst. De Nachtwacht, schuttersstukken, de eregalerij en Marten en Oopjen. Het verhaal is nu compleet.”

Het verhaal blijkt allerminst compleet. Nu wordt Marten gepresenteerd als erfgenaam van een van de grootste suikerhandelaren van Amsterdam. De suiker was afkomstig uit Brazilië, waar tot slaaf gemaakte mensen werden in­gezet. Oopjen trouwde later met Maerten Daey, die op de suikerplantages had gewerkt. Hij had er ook een vrouw verkracht, waarna een dochter ter wereld was gekomen.

Vijf jaar geleden werd het echtpaar nog binnengehaald als voorbeeldige representanten van de Gouden Eeuw. Nu kijken we ineens heel anders naar hun zelfbewuste blik.

Slavernij. Tien waargebeurde verhalen: t/m 29 augustus in het Rijksmuseum.

Look At Me Now

Aan het einde van de tentoonstelling kunnen bezoekers hun indrukken en reacties verwerken in het project Look At Me Now. Kunstenaars David Bade en Tirzo Martha maken ter plekke samen met het publiek nieuwe beelden en installaties op basis van de persoonlijke verhalen uit de tentoonstelling. Zoals het verhaal van Sapali, een vrouw uit Suriname die een plantage ontvluchtte en vervolgens kon overleven doordat ze rijst in haar haar had verstopt. David Bade staat voor een aantal enorme blokken piepschuim. Bezoekers kunnen een geheim opschrijven en vervolgens in het piepschuim proppen. “Alle geheimen blijven anoniem. Over drie maanden zit het hele beeld vol met ‘bezieling’.”

Vijftien jaar geleden richtten Bade en Martha het Instituto Buena Bista (IBB) op, een platform voor hedendaagse kunst op Curaçao, waar jongeren een vooropleiding in creatieve vakken kunnen volgen. Sinds zes jaar is het IBB ook actief in de Kunsthal Rotterdam met het project AYCA

(All You Can Art). Vijf afgestudeerden zullen dagelijks in het Rijksmuseum aanwezig zijn om het publiek te be­geleiden. Bade laat een aantal sculpturale installaties zien. “Het verhaal over Paulus, een zwarte man met een gouden halsband, gaat over pronken. Eerst wilden we een auto neerzetten. Maar we hadden nog een halve boot liggen. De tentoonstelling heeft zoveel met varen te maken, dat vonden we wel toepasselijk.”

Bezoekers kunnen met een hamer en een guts teksten in hout kerven, of hun eigen familiewapen ontwerpen. “Zo’n participatief project is nog nooit gedaan het Rijksmuseum. We werken nu voor het eerst op zaal. Eigenlijk is het project een soort extra ‘vertering’. We gaan praten met mensen over wat ze gezien hebben in relatie tot nu. Dat is al heel lang mijn agenda en die van Tirzo. Mensen deelgenoot maken van het maakproces. Kunst iets minder mysterieus maken. Kunst is gewoon werken en maken.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden