De moorden in de boeken van Yrsa Sigurdardóttir gaan met extreem geweld gepaard.

PlusInterview

Thrillerkoningin: ‘Alle bedreigingen in RIP zijn gebaseerd op waargebeurde cyberpestzaken’

De moorden in de boeken van Yrsa Sigurdardóttir gaan met extreem geweld gepaard.Beeld Lilja Birgisdóttir

Met RIP schreef de IJslandse thrillerkoningin Yrsa Sigurdardóttir een aanklacht tegen cyberpesten. ‘Mijn boeken zijn veel gewelddadiger geworden sinds ik schrijf over dingen die mij boos maken.’

Ook IJsland heeft zijn slachtoffers van cyberpesten. Yrsa Sigurdardóttir schreef de thriller RIP – nu in Nederland verschenen – na de zelfmoord van een elfjarige jongen die na pesterijen alleen in de dood een uitweg had gezien.

“Vroeger als je werd gepest, hoe erg dat ook was en hoe bepalend dat ook kon zijn voor de rest van je leven, had je altijd nog wel ergens een plekje waar je veilig was. Nu word je via je ­telefoon en computer tot in je bed belaagd. Door de technologie verliezen de pesters hun menselijkheid. Ze hoeven hun slachtoffer niet in de ogen te kijken. Daardoor escaleert de wreedheid. Het was al lelijk, maar nu is het monsterlijk.”

‘Maak jezelf van kant. Hang jezelf op of ik doe het’, ‘Misschien steek ik wel glasscherven in je reet’, ‘Je bent zelfs te lelijk om verkracht te worden’, ‘Krijg aids, domme aap’, en maak jezelf van kant’, ‘Ik haat je. Wij haten je allemaal’, ‘Doe ons een plezier en vermink jezelf.’

Ze heeft niets hoeven verzinnen, zegt Sigurdardóttir. Alle bedreigingen in RIP zijn gebaseerd op waargebeurde zaken. “Na de zelfmoord van dat jongetje kwam de discussie in IJsland op gang en kwamen veel verhalen naar buiten over pesten. Ik vond het zo gruwelijk dat ik de gevoelens en consequenties in een boek wilde onderzoek.”

RIP is na DNA en Vortex het derde deel in haar Kinderhuisserie, waarin rechercheur Huldar en kinderpsycholoog Freya noodgedwongen samen optrekken in een reeks gruwelijke moordzaken. Freya is verbonden aan het ­Kinderhuis, een instantie in IJsland die kinderen in misbruikzaken begeleidt zodat zij niet zelf het extra trauma hoeven ondergaan van het politieverhoor en de getuigenissen voor de rechtbank.

“De moorden in mijn boeken gaan met extreem geweld gepaard, maar ik beschrijf ze nooit tot in detail. Niet iedere druppel bloed hoeft op ­papier. Maar toen ik Vortex schreef, waarin een misbruikt meisje door het systeem totaal in de kou wordt gezet (ook gebaseerd op een zaak in het nieuws, red.), was ik zo ontzettend kwaad, dat ik de mensen die betrokken waren op een extreem akelige manier dood wilde laten gaan. Ook in RIP wilde ik laten zien hoe de woede ­opbouwt. Je moet echt tot het uiterste zijn gedreven als iemand voor een auto duwen niet genoeg is. Als degene die je doodt precies moet weten waarom hij of zij eraan gaat.”

The Walking Dead

Ze schrijft met haar laptop op de bank, met horrorfilms en -series op de televisie. “Ik volg de verhaallijn helemaal niet, maar de muziek, de sfeer en de suspense inspireren me. De serie The Walking Dead is wat dat betreft perfect. Iedere keer als je bij het schrijven even opkijkt, wordt er iemand in stukken gehakt.”

Sigurdardóttir was waterbouwkundig ingenieur toen ze 23 jaar geleden kinderboeken begon te schrijven, in een vruchteloze poging haar toen achtjarige zoon aan het lezen te krijgen. Dat lukte pas, lacht Sigurdardóttir, toen ze met haar thrillers zó succesvol werd dat ze op internationale fora met andere schrijvers moest optreden. “Ik kreeg ter voorbereiding hun boeken opgestuurd, maar ik had helemaal geen tijd om ze te lezen. Toen heb ik mijn zoon betaald om die boeken te lezen en samen te vatten. Sindsdien leest hij – geld werkte dus wél.”

Ze werd, naast de grote held Arnaldur Indridason die de deur naar buiten opende voor IJslandse auteurs, al snel als IJslands ‘thrillerkoningin’ aangeprezen. “Daar moet je je niet te veel van voorstellen. Ik kreeg de titel toen mijn eerste boek Het laatste ritueel in 2005 ­verscheen, omdat ik toen de eerste en de enige vrouw was in het genre. Inmiddels zijn er veel meer – en heel goede. Ik heb samen met mijn collega-auteur en vriend Ragnar Jónasson, die ook een internationale opmars maakt, een ­nieuwe debuutprijs voor thrillerauteurs in het leven geroepen. Die is vorig jaar gewonnen door Eva Björg Aegisdóttir. Ik hoop dat zij ook ­vertaald gaat worden, ze kan een hele grote ­worden. Het zou mooi zijn de IJslandse traditie zo voort te ­zetten.”

De IJslandse thrillerauteurs maken deel uit van wat wel de ‘Nordic Noir’-stroming wordt ­genoemd. Lezers wereldwijd slaan aan op ­verhalen in een setting van ruige landschappen, donkere winters en het Noorderlicht. “En wat IJsland zo speciaal maakt, is het isolement, de kleine bevolking van 360.000 mensen met relatief weinig anonimiteit. Als je schrijft over ­misdaad in IJsland, kan het niet gaan over bendes en maffia – want die hebben we niet. Het gaat bij ons over moorden door ogenschijnlijk doodnormale mensen – en dat heeft zijn ­aantrekkingskracht op doodnormale lezers.”

Toeristenindustrie

In de Kinderhuis-serie schrijft ze over onderwerpen die haar persoonlijk raken in de IJslandse samenleving. Over onrecht dat mensen wordt aangedaan – en ja, zo schrijft ze haar woede van zich af.

“IJsland lijkt zo’n ideaal land. We staan aan de top als het gaat om feminisme en genderissues en zijn ontdekt door toeristen. De toeristenindustrie is nu zelfs groter dan de visserij en de energie-industrie. Maar ook bij ons gebeuren verschrikkelijke dingen. Mijn boeken zijn veel gewelddadiger geworden toen ik ging schrijven over de dingen die mij boos maken. Er zijn niet veel redenen om mensen te vermoorden: haat, jaloezie, woede, hebzucht… en wraak; wraak is een van de sterkste motieven.”

RIP, vertaald door Katleen Abbeel, Cargo, €19,99, 446 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden