Walter Lucius. Schrijver begon zijn trilogie als het concept voor een televisieserie.

Plus Interview

Thrillerauteur Walter Lucius: ‘Net als Kuifje de hele wereld over’

Walter Lucius. Schrijver begon zijn trilogie als het concept voor een televisieserie. Beeld Ineke Oostveen

Vandaag verschijnt De stad en het vuur, het derde deel van de Hartlandtrilogie van Walter Lucius: een thriller die journalisten van Amsterdam naar Vietnam, Kabul, Jakarta, Johannesburg en Moskou voert. 

Ryan Chapelle is een Amerikaanse oorlogscorrespondent met een trauma uit de Vietnamoorlog die in 1968 neerstrijkt in Kabul. Zijn zoon Paul is een Nederlands-Amerikaanse journalist met een werkterrein dat zich in 2009 uitstrekt van Moskou tot Johannesburg. Zijn collega Farah Hafez is in 1978 tijdens de communistische revolutie in Afghanistan Kabul ontvlucht en woont in ­Amsterdam op de Nieuwmarkt.

In De stad en het vuur, het slotdeel van de ­wervelende Hartlandtrilogie van Walter Lucius, zien we hoe hun levens vervlochten raken in een wereld van internationale complotten – met als kloppend hart van de trilogie het verhaal van het Afghaanse jongetje ­Sekander, slachtoffer van een prostitutienetwerk.

Samen met De vlinder en de storm – waarvoor hij in 2013 de Schaduwprijs kreeg – en het tweede deel Schaduwvechters werden het 1500 pagina’s. En dat voor iets wat begon als een ­televisieproject voor de scenarioschrijver die Walter Goverde (60) was voor hij zijn doop-naam Lucius als schrijvers­alias koos.

U dacht toen u begon: groot denken?

“Ik was scenarioschrijver, maar een trilogie – een verhaal in drie boeken die ook afzonderlijk van elkaar te lezen moeten zijn – is echt even different cake. Maar goed dat ik dat niet wist. Ik had de hele plot wel van tevoren uitgedacht, met in het derde deel het ‘grote geheim’ dat wordt onthuld. Als je een afzonderlijk boek schrijft, werk je naar de plot; je zet het boek op en gaat dan als een piramide naar de top. Ik heb de piramide noodzakelijkerwijs omgedraaid.”

“De trilogie begint met de vondst van het slachtoffertje in het Amsterdamse Bos, die voor Farah aanleiding is om op reis te gaan. De lezer die gewend is dat er daarna een afronding komt en de slechterik wordt ontmaskerd, komt bij deel één en twee bedrogen uit, want er ontwikkelen zich nog andere subplots, die ook moeten worden uitgewerkt.”

“Ik heb wel gemerkt dat het een nadeel is om het eerste deel al gepubliceerd te hebben als je de rest nog moest schrijven. Want ik kon niets daaruit meer ongedaan maken, terwijl dat soms voor de plot wel handiger was geweest. Toen ik het tweede deel aan het schrijven was, waren er desperate momenten waarin ik dacht: o nee, wat heb ik het mezelf moeilijk gemaakt. Ik had het beter kunnen doen zoals mijn grote voorbeeld Stieg Larsson, die zijn drie Millennium-boeken al af had voor ze werden gepubliceerd.”

Maar dát gebeurde pas na Larssons dood.

“Dát deel wil ik dan graag overslaan.”

U begon met een concept voor een televisieserie, wat bracht de omslag?

“Het plan lag tien, elf jaar geleden bij de Avro, met als hoofdpersoon twee journalisten in Nederland, Farah, afkomstig uit Afghanistan, en Paul. Ik dacht: ik schrijf even een deel uit. Toen werd al snel duidelijk: dit ís geen televisiescenario, want ik wilde laten zien wat er in de personages omging. Mijn vrouw zei dat ze zag hoe gelukkig ik was tijdens het schrijven, ze heeft me gestimuleerd ermee door te gaan.”

En dan maar meteen even multinationaal?

“Dat had bij een tv-serie budgettair nooit gekund. Ik had veel gereisd, maar voor de echte reden kom ik bij mijn vader uit. Hij was officier bij het korps mariniers en als kind kende ik niet anders dan dat hij vaak weg was op buitenlandse missies en dan terug kwam met spullen en verhalen. Kennelijk ontstond er een ketting­reactie tussen mijn vader en mijn fantasie, want ik was een jaar of zes, zeven toen ik al verhaaltjes ging schrijven over mijn vader als held. Dat moet zich later in mij geaccumuleerd hebben. Ik zag mijn vader in al die werelddelen, begon erover te lezen.”

Walter Lucius: ‘Research doe ik veel van achter mijn bureau. Ik vind het fijn om geen kilometers in de hitte te hoeven lopen. Beeld Morse Collection/Gado/Getty Images

“En ik las de stripboeken over mijn jeugdheld Kuifje. De razende reporter, daar heb je hem al. Die zijn als kind voor mij een enorme voedingsbodem geweest. Hergé, zijn schepper, liet Kuifje op reportage gaan en documenteerde zich heel zorgvuldig van achter zijn bureau. Zo werk ik ook, ik doe veel research. Ik vind het fijn om niet uren in een oververhitte bus te zitten of kilometers te moeten lopen.”

Het vader-kindthema is in deel drie zeer aanwezig, niet alleen in vader en zoon Chappelle, maar ook de relatie van Farah tot haar ouders, het Afghaanse jongetje én bij een moordzaak.

“Ik dacht na zeven jaar: klaar met die trilogie. Ik denk dat er ooit nog wel een vervolg gaat komen, de personages zijn me zo dierbaar geworden, maar ik was stiekem al begonnen aan een nieuw project, iets heel anders, een historische roman. Ik ben in een totaal andere wereld, ver terug in de tijd. De grap is: in die totaal andere setting blijkt het ook weer een vader-kindverhaal te worden.”

Lacht. “Jezus, dat zit er dus allemaal achter, dat is dus mijn thema. Het lijkt wel therapie.”

Thriller walter lucius De stad en het vuur Uitgeverij Luitingh Sijthoff, €21,99 495 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden