Plus

Thonik draait al 25 jaar mee in top grafische wereld

Het Amsterdamse Thonik draait al 25 jaar mee in de top van de grafische wereld. Met hun jubileumboek houden de ontwerpers zichzelf een spiegel voor. 'Het idee drijft de vorm, niet de smaak.'

Het vlaggenpro­jecten van Gonissen rond mensenrechten in Brazilië. Beeld Thonik

Ze oogt breekbaar achter haar rollator, maar de blik van de 80-jarige Mieke Mink is zo open en direct dat je niet kunt wegkijken. Terwijl ze kledingstuk na kledingstuk uittrekt, vertelt ze in de voice-over dat haar vaste verzorger is wegbezuinigd en ze nu iedere dag door een ander gewassen wordt. "Ik kan me net zo goed voor heel Nederland uitkleden." Ze eindigt volledig naakt.

De Socialistische Partij liet dit spotje uitzenden in 2008 als weerwoord op voorgenomen regeringsbeleid. Het was heftig en riep veel reacties op. En het was effectief. Er kwam een nieuwe wet voor de thuiszorg, die bepaalt dat cliënten mogen meepraten over hun verzorging.

De makers van het filmpje, van ontwerpbureau Thonik, wonnen een Gouden Loekie voor beste commercial van het jaar. Het SP-spotje heeft een plaatsje gekregen in het recent verschenen boek Why We Design.

Manifest
Ontwerpen en campagnes voor de Museumnacht, gemeente Amsterdam, Holland Festival, Museum Boijmans Van Beu­ningen, VPRO, de Openbare Bibliotheek Amsterdam, De Appel en tientallen andere Thonikcreaties die we dagelijks tegenkomen: Why We Design is een samenvatting van een kwart eeuw grafisch ontwerpen en meer. Het is een manifest en een geloofsbelijdenis, een concluderende ­terugblik en een verkennend vooruitkijken.

"Het is een reflectie op het vak aan de hand van ons werk," typeert Thomas Widdershoven (1960), de tho uit Thonik, het boek. "Als je denkt dat design een verschil kan maken, dan is het cruciaal te praten over je motivatie."

"We hadden ook een website kunnen maken, maar dan blijf je steken in de beschrijving van individuele projecten," voegt Nikki Gonnissen (1967), nik, eraan toe. "We wilden juist verbanden leggen tussen alles wat we doen en wat daarbuiten gebeurt. Want daar gaat het om: wij werken in de wereld."

Eerst minder, dan meer
De geschiedenis van Thonik begint in 1993 in het Vondelpark. Widdershoven zag Gonnissen een ijsje eten met vriendinnen en toen ze vertrok, fietste hij haar achterna.

Eenmaal in gesprek vroeg ze hem wat hij deed. "Ik maak De Zingende Zaag," was zijn antwoord. Gonnissen had net voor haar verjaardag een exemplaar van dit obscure ­poëziemagazine gekregen. De eerste kus volgde voor het toenmalige Filmmuseum, nu VondelCS, waar ze 25 jaar later Why We Design presenteerden.

"Dat is toch waar iedere jongen van droomt," stelt Widdershoven. "Dat je in het Vondelpark het meisje tegenkomt bij wie je de rest van je ­leven zult blijven."

De eerste kus, een selfie avant la lettre. Beeld Thonik

Het tweetal werkt pas vanaf 2000 onder de naam Thonik, maar ontwikkelde in de eerste zeven jaar al een herken­bare stijl. 'Nieuwe soberheid' werd die genoemd en hij sloeg vooral aan bij opdrachtgevers uit de culturele sector.

"Het was een reactie op het postmodernisme uit die tijd, zoals je dat zag in bladen als BLVD," vertelt Widdershoven. "Die hadden 36 lettertypes, terwijl wij een boek maakten met één kleur, één lettertype en één korps. Het idee drijft de vormgeving, niet de smaak."

Limonade
"Wij houden ook van radicaal in de zin van Wim T. Schippers, die een flesje limonade leeggoot in de Noordzee en daarmee het ultiem nutteloze kunstwerk maakte," voegt Gonnissen toe. "Hoewel we zijn geïnspireerd door het ­modernisme, is ons werk niet streng en protestants. Het is juist happy modernism."

Die instelling levert tijdloze ontwerpen op, die lang meegaan. "Wij gebruiken een beperkt aantal ingrediënten, waarvan we er eentje uitvergroten. Dat zorgt voor zichtbaarheid. We beginnen elementair en gaan van daaruit spelen."

In samenwerking met inspiratiebron Wim T. Schippers Beeld Thonik

Gonnissen illustreert de werkwijze aan de hand van de VPRO-huisstijl. "Eerst hebben we die vier letters op een raster gezet en daarna uit elkaar getrokken, zodat een ­geometrische vormentaal ontstaat. Helder en kernachtig. Op basis daarvan maken we elk jaar een nieuw ­ontwerp. Vergelijk dat met de huisstijl van de KRO: dat plingeltje vind ik erg goed, maar het blijft altijd hetzelfde. Op den duur wordt het bot. Wat wij doen is: eerst minder en dan meer."

Eenduidig beeldmerk
De ontwerpen van Thonik werden al snel opgemerkt door designcritici en het bureau zette een nieuwe standaard. "Toen onze soberheid eind jaren negentig een stijl dreigde te worden, zijn we op zoek gegaan naar een andere stra­tegie om dezelfde opwinding te creëren," vertelt Widdershoven.

Drie projecten volgden die het tegendeel van ­onpersoonlijk en onderkoeld zijn. In het jaarverslag van de Raad voor Cultuur verwerkten de ontwerpers foto's van hun reis naar Papoea-Nieuw-Guinea. Voor een catalogus van Droog Design plaatsten ze alle producten in hun eigen huis in De Pijp en lieten het proces fotograferen. En op de cover van Eternally Yours, een boek over duurzaamheid, zetten ze de foto van hun eerste kus, een selfie avant la ­lettre.

Het logo van de VPRO Beeld Thonik

Dat was nooit eerder vertoond: grafisch vormgevers die zelf onderdeel zijn van hun werk. Dat engagement trokken ze door in hun keuze van opdrachtgevers.

"We wilden uit de bubbel van de culturele wereld breken en onze verantwoordelijkheid nemen als ontwerpers. Dat deed ons ­beslissen de campagne van de SP te doen. We zijn geen ­socialisten, maar zijn er wel van overtuigd dat het par­lement met een sterke SP een betere afspiegeling vormt van Nederland."

In datzelfde licht moet het werk worden gezien dat ­Thonik vanaf 2000 heeft gedaan voor de gemeente Amsterdam. "We hebben ons gepresenteerd met een verhaal over burgerschap en niet over design," vertelt Widdershoven.

"Bij de gemeente heerste toen de concerngedachte: de overheid als organisatie tussen andere organisaties, die communiceert als commercieel bedrijf. Ze hadden wel vijftig verschillende logo's. Maar dat was niet de overheid die wij wilden. Die moet een herkenbare autoriteit zijn die ons vertegenwoordigt."

Logo van de SP Beeld Thonik

Gesprekken met honderden ambtenaren resulteerden in een eenduidig beeldmerk. Nu weten we bijna niet meer anders en is elke poster, brief en website voorzien van dezelfde drie rode andreaskruisen. In één oogopslag is helder wie de afzender is van die boodschappen. Over de concerngedachte is sindsdien niets meer vernomen op het stadhuis.

Discussie en debat
De voorlopig laatste keer dat Thonik zichzelf opnieuw uitvond, was tijdens de kredietcrisis. "Dat was een herbezinningsperiode," stelt Gonnissen. "Het is misschien de leeftijd, maar ik beschouw de verandering die we toen hebben ondergaan als de grootste tot nu toe. We vroegen ons af: waarom doen we dingen zoals we ze doen?

Ook onze opdrachtgevers zaten in zo'n overgangssituatie. De VPRO vormde zich bijvoorbeeld om tot tegenbeweging voor verandering, waar wij dan de clubsjaal - 'Pro-VPRO" - voor maakten."

Poster Holland Festival Beeld Thonik

Widdershoven werd in 2013 artistiek directeur van de Design Academy Eindhoven en hield op die manier direct contact met de nieuwste generatie ontwerpers. Gonnissen leidde ondertussen het bureau en initieerde zelf pro­jecten, bijvoorbeeld rond mensenrechten in Brazilië en Turkije.

Ze richtte zich daarnaast op samenwerkingen met start-ups. Bijzonder succesvol was de samenwerking met Yoni, een bedrijf van twee vrouwen die een tampon ­gemaakt van organisch katoen op de markt brachten.

"Door sociale media kunnen kleine impulsen nu soms een groot effect hebben," constateert Widdershoven. "Maar het gaat ons vooral om het effect op mensniveau. Je probeert elke keer een stap vooruit te zetten richting ­discussie en debat."

"Ik was lange tijd heel idealistisch, wilde vechten tegen de bestaande structuren," voegt Gonnissen toe. "Maar ik realiseer me inmiddels dat je ze meestal niet kunt veranderen. Dan is het beter er iets goeds naast te zetten."

Thonik: Why We Design, Lars Müller Publishers, €35.

Samenwerking met start-up Yoni Beeld Thonik
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden