PlusSchrijvershotel

Thomas Heerma van Voss: ‘Ik liep naar de set en loog tegen beveiligers dat ik iets verderop woonde’

Thomas Heerma van Voss  Beeld Ireen Wyers /Ambassade Hotel
Thomas Heerma van VossBeeld Ireen Wyers /Ambassade Hotel

Onder de brug die vanaf de Prins Hendrikkade over het Singel loopt, is op een bakstenen muurtje een zinnetje van Belle van Zuylen geschilderd: terugkomen is niet hetzelfde als blijven. Die zes woorden trekken altijd mijn aandacht als ik vanaf Centraal Station de binnenstad binnenloop, terug naar huis, door dat naar pis stinkende tunneltje waar sinds de corona-uitbraak een paar zwervers wonen – en elke keer denk ik: Belle van Zuylen had gelijk.

Misschien was dat wel wat ik persoonlijk het lastigste vond aan de coronagolven: het gebrek aan variatie en enig reliëf in de dagen, waardoor ook de sensatie van het terugkomen verdween. Nooit meer nam ik met hernieuwde blik waar wat ik al kende, elke dag voltrok zich min of meer hetzelfde. Af en toe keek ik in mijn agenda en was er geen dag maar een maand verstreken.

Voor sommige schrijvers is het een ideale situatie: rust, regelmaat, en bovenal weinig afleiding. Zelf gedij ik beter als mijn blik af en toe wordt opgeschud en als ik reden heb mijn schrijfkamer te verlaten. Toen ik tijdelijk mijn intrek mocht nemen in het Ambassade Hotel, voelde ik het meteen gebeuren: eindelijk kreeg Amsterdam weer nieuwe tinten en kleuren. Een andere uitvalsbasis zorgde ervoor dat ik andere plekken zag, ik hoorde nieuwe geluiden, extra rumoer om me heen. Ik dwaalde door de illustere bibliotheek van het hotel, gaf me over aan elk gerecht dat de hotelchef kookte, sliep ’s nachts in een bed zo groot dat ik mijn geliefde aldoor kwijtraakte. Wat had ik het gemist om op een semiopenbare plaats als dit te zijn: de mengeling van andere gasten en de eigen privacy, de compactheid en luxe van de eigen kamer die je niet zelf hebt hoeven inrichten, de discretie van personeel dat zich nooit onaangekondigd laat zien, maar altijd paraat staat.

Met het Ambassade Hotel als nieuw anker wandelde ik door de stad, de zon scheen, terrassen werden voor het eerst in maanden weer opgebouwd. Aan de overkant van de gracht werden opnames gemaakt van de voortreffelijke Amerikaanse televisieserie Atlanta, ik liep naar de set, loog tegen beveiligers dat ik iets verderop woonde, passeerde Donald Glover en de andere hoofdrolspelers op slechts een halve meter afstand – ook een ervaring die ik in tijden niet had gehad: aangenaam, een beetje nerveuzig verrast worden door wat je aantreft, dat heerlijke getintel in je buik, het niet precies weten waar en hoe te kijken.

Eenmaal terug op mijn hotelkamer voelde het alsof ik wakker was geschud, alsof ik eindelijk weer ergens van terugkwam. En ik ervoer iets wat ik in geen tijden had ervaren: ik had zin om weer eventjes alleen te zijn en in afzondering de juiste woorden te zoeken, want dat was nu eindelijk weer eens een keuze, niet iets wat door de omstandigheden werd opgedrongen.

Wat is een schrijvershotel zonder schrijvers? Een pen zonder inkt? Gedurende zes maanden wordt wekelijks een auteur uitgenodigd om tijdens een verblijf in het Ambassade Hotel te beschrijven hoe het schrijverschap in deze tijd voor hem of haar is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden