Plus PS

Thomas Heerma van Voss: 'Bewondering kan bij mij iets maniakaals hebben'

Thomas Heerma van Voss (27) schreef zijn eerste non-fictieboek: Plaatsvervangers, zes verhalen over muziek. 'Bewondering kan bij mij iets maniakaals hebben.'

Beeld Koos Breukel

Toen Thomas Heerma van Voss een jaar geleden begon met het schrijven van Plaatsvervangers sprak hij twee dingen met zichzelf af: het moest non-fictie worden, dus hij zou niet sjoemelen met feitjes, en hij zou niets achterhouden uit gêne of ongemakkelijkheid.

"De verhalen gaan niet alleen over de muzikant, maar ook over hoe die muzikant mij heeft beïnvloed," zegt Heerma van Voss in café Fonteyn op de Nieuwmarkt. "Daardoor gaat het veel meer over mij dan in eerdere stukken die ik schreef."

Heerma van Voss schreef eerder twee romans en een verhalenbundel. Hij studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam en begon op 16-jarige leeftijd de website Hiphopleeft, waarvoor hij duizenden artikelen over hiphop schreef.

Plaatsvervangers is zijn eerste non-fictieboek. Toch zijn de verhalen niet typisch non-fictie. Heerma van Voss schrijft over zijn muzikale helden en zijn bewondering voor hem of haar. Over de Britse band Skunk Anansie ­bijvoorbeeld, rapper Master P, Blur- en Gorillazvoorman Damon Albarn of filmcomponist Hans Zimmer.

In elk verhaal is een deel essayistisch opgeschreven, waarin de grote muziekkennis van Heerma van Voss doorschemert. Het andere deel gaat over de manier waarop hij zich verhoudt tot zijn helden.

Openhartig beschrijft Heerma van Voss hoe hij als zoekende puber begint met het interviewen van rappers, dat hij mensen beter kan bereiken via een scherm dan oog in oog en dat een van zijn favoriete artiesten negatief over hem rapte.

Hij schetst zijn verwachtingen tijdens ontmoetingen en concerten, de teleurstelling bij een concert van Hans Zimmer in Ahoy, het afreizen naar New Orleans om rapper Master P te spreken en het obsessief mailen naar de Amerikaanse rapper Tim Dog in de hoop dichter bij hem te komen.

Tim Dog, een muzikant die u bewondert, overleed in 2013. Er waren veel onduidelijkheden over zijn dood en het was de vraag of hij überhaupt was overleden. Na zijn dood besluit u hem te mailen. Waarom?
"Het klinkt inderdaad waanzinnig: mails sturen naar een overleden muzikant. Ik denk dat het eerder half waanzinnig was. Als je een fanatieke bewondering hebt, grenst dat vaak aan een soort aanbidding en soms - als je daarin doordraaft - kan er iets maniakaals in zitten, dat geldt in elk geval voor mij."

"Ik hoopte dat hij nog zou leven. Deels door die hoop en deels door speculaties dacht ik: ik moet blijven mailen. De kans was nihil, maar stel dat hij mij had geantwoord, dan had ik een fantastisch verhaal gehad."

Eén van de verhalen in Plaatsvervangers gaat over uw eerste interviews met rappers voor de site Hiphopleeft. Denkt u inmiddels anders over interviewen?
"De eerste keren vond ik het doodeng en ongelooflijk bijzonder. Hiphop stond voor mij voor stoerheid, overtuigingskracht. Ik dacht: als ik me daar maar helemaal in onderdompel, straalt het ook op mij af. Gaandeweg merkte ik dat ik me zelden echt op mijn gemak voelde in zo'n gesprek. Ik kwam meer tot mijn recht achter mijn toetsenbord."

In het verhaal over Damon Albarn schrijft u over het msn-contact met een meisje op uw middelbare school. U constateert dat u mensen beter via een scherm kunt bereiken dan in een interview waarbij u tegenover elkaar zit.
"Ik merkte dat ik vrijer was achter een scherm. Dan hoefde ik niet na te denken of ik iemand genoeg aankeek, of ik genoeg lachte. Achter het scherm viel alles weg. Ik vond het prettig me daarin te verliezen. Zoals in het contact via msn met een meisje, in schrijven natuurlijk, maar ook in het mailen van Tim Dog. Daar was ik heel actief in, op een vreemde manier. Als hij bij me om de hoek had gewoond, had ik niet zo vaak op zijn deurbel gedrukt."

Durft u als interviewer minder?
"Ik weet niet of dat met durven te maken heeft, maar ik denk dat ik het veel prettiger vind om elke avond achter mijn scherm te zitten dan om elke avond op een podium te staan. Er is een cliché-uitspraak, dat iedere schrijver ­eigenlijk een mislukte muzikant of liedjesschrijver is. Zo ervaar ik dat niet. Ik voel me gewoon meer op mijn gemak bij enige afstand."

U realiseerde zich ook weleens, zittend tegenover een artiest, dat u eigenlijk niets te vragen had.
"Ja, en dat is geen reclame voor mij - dat weet ik - maar het is wel iets wat artiesten die ik bewonderde soms opriepen. Zeker sommige rappers, die zich als een blok beton aan me presenteerden en soms ook niet de welwillendheid of de beleefdheid hadden een beetje mee te doen. Dat botste soms hard."

Rapper Sticks is een held van u. Hij rapte ooit negatief over Hiphopleeft: 'Hiphopsites zijn nog erger dan roddelbladen/ Zeggen dat die shit leeft maar het ligt opgebaard met een stoppelbaardje.' Hoe voelde dat?
"Je moet daar de lol van inzien. Sterker nog: ik was er wel trots op. Kennelijk had hij het gevoel dat mijn mening ­ertoe deed. Ik ben altijd een buitenstaander geweest in de muziekwereld, nooit heb ik er deel van uitgemaakt, ook heb ik nooit het idee gehad dat ik iets zou veranderen. Door die line ben ik toch vereeuwigd binnen de hiphop. Zonder mij was die er niet geweest."

Thomas Heerma van Voss: Plaatsvervangers, uitgeverij Thomas Rap, €19,99

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden