PlusInterview

Thomas Erdbrink trok naar het Afghanistan van de taliban: ‘We hebben de mensen simpelweg achtergelaten’

Thomas Erdbrink in de nieuwe documentaireserie ‘Onze man bij de Taliban’. Beeld VPRO
Thomas Erdbrink in de nieuwe documentaireserie ‘Onze man bij de Taliban’.Beeld VPRO

Journalist Thomas Erdbrink trok voor een documentaireserie naar Afghanistan. Hij wilde weten hoe het leven voor de bevolking is veranderd. Zijn conclusie: ‘We hebben ze achtergelaten.’

Mark van Assen

“Het is tijd om deze eindeloze oorlog te beëindigen”, zei de Amerikaanse president Joe Biden in de zomer van 2021. De missie in Afghanistan was volbracht, zo klonk het ook nog: terroristen hadden er allang geen veilige haven meer en daar was het na de aanslagen van 9/11 tenslotte om begonnen. En dat was het dan. Na bijna twintig jaar trokken de Amerikanen halsoverkop de deur achter zich dicht en gaven het land terug aan de taliban.

De beelden die toen volgden, kunnen we ons allemaal nog herinneren: wanhopige Afghanen die zich vastklampten aan de wielen van het allerlaatste Amerikaanse vliegtuig. Ze zagen geen toekomst voor zichzelf in het nieuwe Islamitische Emiraat. Thomas Erdbrink zag die beelden ook en ze lieten hem niet los. Hij had jarenlang in Iran gewoond en gewerkt als correspondent voor The New York Times, The Washington Post en verschillende Nederlandse media. Voor de VPRO maakte hij de documentaireserie Onze man in Teheran. Maar zijn werkvergunning was ingetrokken, hij zat thuis in de Iraanse hoofdstad en deed ‘een beetje klusjes’.

Veel verhalen

Al snel ontstond het idee om naar Kaboel te trekken. Erdbrink wist dat hij niet te lang moest wachten. De taliban hadden de macht overgenomen, maar zaten nog wel in een transitieperiode: “Er moesten dus veel verhalen op te pikken zijn. Niet bij de nieuwe leiders, dat is veel minder interessant. Het gaat om de gevolgen van hun beleid. We wilden vooral weten wat er voor de gewone mensen was veranderd.”

Het plan was om voor een flinke periode te gaan (“Ik ben ergens graag langer”). Al snel diende zich een belangrijke vraag aan: is het wel veilig? Regisseur Roel van Broekhoven had nog nooit conflictgebieden bezocht en was aanvankelijk niet zo happig om mee te gaan. “Maar ja, zonder regisseur lukt het niet. Ik heb hem en anderen echt moeten overtuigen. Mijn argument? De taliban willen zich positief aan de wereld laten zien, in elk geval toen nog, dus ze gaan het journalisten echt niet lastig maken.”

Vanaf april vorig jaar verbleven ze verschillende periodes in de Afghaanse hoofdstad Kaboel. “Het viel al meteen op dat we veel makkelijker over straat konden dan we hadden gedacht. En er waren bijna geen journalisten. Wat dat betreft heeft de oorlog in Oekraïne alles weggezogen. In het begin waren we nog wel zenuwachtig, er gingen geruchten over ontvoeringen door de Islamitische Staat en er waren aanslagen. Maar die angst ebde langzaam weg.”

Montere taliban

Uit de vaak openhartige gesprekken met Afghanen kwam geen opwekkend beeld naar boven. In de vier afleveringen van Onze man bij de Taliban heeft Erdbrink tal van bijzondere ontmoetingen, die allemaal tonen dat ‘de eindeloze oorlog’ weliswaar uit het land is, maar niet uit de hoofden van de mensen.

Zo spreekt hij met dorpelingen in Wardak, een regio iets ten westen van Kaboel, die jarenlang doelwit waren van Amerikaanse drones. Ze zijn blij dat dit nu voorbij is, maar velen lijden nog onder de gevolgen. “Elk moment kon er vanuit de lucht een bom op je dak vallen. Die onzekerheid was vreselijk.”

Ook gaat hij langs bij een talibanstrijder, die monter uitlegt hoe hij met zelfgemaakte bommen Amerikaanse soldaten opblies. Hij spreekt een rechter die op de vlucht is voor de taliban, omdat die niks meer van rechters willen weten: het hele rechtssysteem is immers afgeschaft.

En hij hoort de verhalen van vrouwen die zich staande moeten houden in een nieuwe werkelijkheid. Want ondanks alle mooie woorden die de taliban vlak na de machtsovername spraken, worden vrouwen steeds meer rechten ontnomen. Inmiddels mogen meisjes en vrouwen ook niet meer naar school. “Uit alles blijkt hoe moeilijk ze het hebben. Iedereen die we spraken is ongelukkig, ontevreden en boos. We hebben niemand ontmoet die zei: dit is nou geweldig. Geen één.”

Dit schuurt des te meer, omdat vrouwen in de laatste twintig jaar zijn aangespoord vooral niet thuis te blijven zitten. Ga aan het werk, was de boodschap van de Amerikanen en het westen; maak je eigen leven. “Vervolgens gaan ze dat doen en nu zitten ze in de problemen. Ik heb veel begrip gekregen voor de mensen die het land willen verlaten. Er is geen werk en geen geld, en het regime van de taliban wordt steeds strenger. Als je in Afghanistan wordt geboren, sta je al meteen met 10-0 achter. En niemand krijgt meer een visum. Het is echt dramatisch. Wij, het Westen, zijn er even geweest en toen weer vertrokken. We dachten dat de taliban veranderd waren, maar dat zijn ze niet. Het vertrek van de Verenigde Staten is verraad, ik kan het niet anders zeggen. We hebben iets beloofd dat we niet zijn nagekomen. We hebben de mensen simpelweg achtergelaten.”

Onze man bij de Taliban is vanaf zondag 22 januari te zien op NPO2.

Een talibanstrijder legt Erdbrink monter uit hoe hij met zelfgemaakte bommen Amerikaanse soldaten opblies. Beeld VPRO
Een talibanstrijder legt Erdbrink monter uit hoe hij met zelfgemaakte bommen Amerikaanse soldaten opblies.Beeld VPRO

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden