PlusInterview

Thijs Römer speelt de personificatie van witte angst in het Bostheater: ‘Het proces was een soort awokening’

In het Amsterdamse Bostheater speelt Oostpool deze zomer ­­Hollandsch Glorie. Daarin speelt Thijs Römer de personificatie van witte angst. ‘Je kunt veel lezen en praten, maar wat je je het beste herinnert, is als je voelt waar iemands pijn zit.’

Toneelgroep Oostpool, Hollandsch Glorie, met de klok mee, Thijs Römer, Fjodor Jozefzoon,  ‘Ntianu Stuger, Quiah Shilue, Sidar Toksöz, Charli Chung (regisseur), Michael Schnörr Beeld Hilde Harshagen
Toneelgroep Oostpool, Hollandsch Glorie, met de klok mee, Thijs Römer, Fjodor Jozefzoon, ‘Ntianu Stuger, Quiah Shilue, Sidar Toksöz, Charli Chung (regisseur), Michael SchnörrBeeld Hilde Harshagen

Al dat gelul over identiteit, witte man Pieter moet er niets van hebben. Al jaren runt hij een succesvolle show in een nationaal ­historisch museumpark. Nu is het 2021 en wordt hij ineens op het matje ­geroepen door het nieuwe management. Zijn show is niet spectaculair genoeg, niet woke genoeg, niet goed genoeg. Nu moet hij met zijn team op zoek naar een nieuw verhaal over onze gedeelde geschiedenis – maar wel eentje waar iedereen mee kan leven.

Regisseur Charli Chung van Toneelgroep Oostpool maakt met de nieuwe theatervoorstelling Hollandsch Glorie zijn grote ‘zaal­debuut’, maar dan in het grote openlucht­theater van het Amsterdamse Bos. De cast van deze satirische, bijna apocalyptische voorstelling over diversiteit bestaat uit Quiah Shilue, Thijs Römer, Sidar Toksöz en Michael Schnörr, Fjodor Jozefzoon en ‘Ntianu Stuger. De laatste twee studeerden deze week af aan de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie.

Thijs Römer speelt Pieter: “De personificatie van witte angst, zou je kunnen zeggen.” Cancel ­culture is voer voor de voorstelling, die wordt opgevoerd in een felgroen decor. Het is geen green screen, belooft Chung. “Het is niet te doen om met meerdere decors te werken, zoals in een theaterzaal met trekkenwanden. Het is dus aan het publiek zelf om hun verbeelding te activeren. Voor ons is het een lui decor, maar het publiek moet hard aan het werk.”

Hollandsch Glorie stelt één grote zoektocht vol struikelmomenten voor. Chung: “Het is ­bijna onmogelijk om met tien verschillende perspectieven op zoek te gaan naar het perfecte verhaal.”

‘Ntianu Stuger: “Zo maken we in de voorstelling een VOC-show, als alternatief voor de achterhaalde show. Samen met mijn vrouw vorm ik een interraciaal lesbisch koppel, dat een nieuwe wind door het park laat gaan en verbinding wil brengen. Het witte deel van het museumpark is er blij mee, maar ik niet.”

Hoe maak je de juiste afwegingen bij zo’n gevoelig onderwerp?

Chung: “We prikkelen en dagen zeker uit. Tijdens het maakproces gebeurde het natuurlijk ook dat we fouten maakten, de verkeerde dingen zeiden. Maar omdat we zo’n multi-etnische cast zijn is er eigenlijk altijd wel iemand op de vloer die jou kan corrigeren, die iets weet wat jij niet weet. Ik denk dat het ons vrij goed gelukt is om de balans te vinden. Het proces was op zichzelf ook een soort ‘awokening’. Onder de mensen hier is er vooral overeenstemming wat betreft het racismedebat. We hebben ook wat andere, witte acteurs, die misschien meer moesten leren. Het leerproces is per definitie frictie.”

Römer: “Zo’n gevoelig gesprek leidt snel tot een starre houding en polarisatie. Maar de humor in de voorstelling werkt ontwapenend. Daarnaast: je kunt veel lezen en praten over het onderwerp, maar wat je je het beste herinnert is dat je voelt waar iemands pijn zit. Dat vertelt zoveel meer.”

Quiah Shilue: “Ik denk dat we aan dit project begonnen met het idee dat we al op een hoog ­level van bewustzijn zaten, maar in gesprekken met elkaar hebben we allemaal nieuwe inzichten gekregen. Zo had ik zelf nooit gehoord van validisme (discriminatie van mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking, red). We hadden op een gegeven moment een lijst aan de muur hangen met allerlei belangrijke termen, zodat iedereen dezelfde taal zou spreken. En we hebben spreekbeurten gehouden voor elkaar, waarbij iedereen één relevant woord uitlegde.”

Hebben jullie voorbeelden?

Michael Schnörr: “Blinde vlek, bijvoorbeeld. Dat gebruikte ik zelf ook, maar dan laat je je onnodig negatief uit over mensen met een visuele beperking. Je vergeet snel waar een woord eigenlijk vandaan komt.”

Sidar Toksöz: “En het woord zwart. Zwart­rijden, zwart werken... Ik gebruikte het laatst weer en besefte dat het verkeerd was, maar ik wist niet hoe ik het dan moest zeggen. Zwart zit zo in onze taal verweven.”

Shilue: “Het woord zwart heeft vaak een negatieve connotatie. Ik wilde mezelf daarom vroeger nooit beschrijven als een zwarte vrouw. Ik heb in dit proces veel geleerd. Nu geeft het me rust: ik ben zwart, naast allerlei andere dingen.”

Römer: “We verwijten het publiek overigens niets, we nodigen uit tot gesprek.”

Chung: “En we maken in de voorstelling zélf de fouten. Alle personages hebben tekort­komingen. Het werkt een beetje relativerend.”

Römer: “We hebben het geluk dat we lang kunnen repeteren met elkaar, omdat Oostpool bereid is dat te betalen. Dat is te gek, dan hoef je een tekst niet uit je hoofd te stampen puur omdat je een paar weken later al moet spelen, maar dan kun je tot de kern komen, urenlang praten over één specifiek woord of onderdeel.”

Ik merkte dat Thijs Römer, als witte mannelijke BN’er, naar voren wordt geschoven voor de interviews. Voel je daar geen ongemak bij?

Römer: “Nee, helemaal niet. Lang was de norm de witte, heteroseksuele man van middelbare leeftijd. Met een knipoog benadruk ik in de ­promotie dat ik de hoofdrol speel. Maar je begrijpt de grap beter als je de voorstelling ziet.”

Chung: “We wandelden samen door het Vondelpark en ik dacht nog: durf ik dit nou tegen ‘m te zeggen, dat hij straks het systeem – de witte man van vijftig – vertegenwoordigt?”

Römer, grappend: “Veertig! Jezus Charli!”

In Hollandsch Glorie zijn we ook even in het jaar 2121. Dan zijn het identiteitsvraagstuk en misschien het racismeprobleem nog steeds niet opgelost.

Jozefzoon: “Klopt, maar de voorstelling wil dan ook geen oplossing bieden. Om in theater­termen te spreken: je zou dan te graag een catharsis willen voor iets wat al eeuwen zo is geweest. Er zullen zich altijd nieuwe perspectieven blijven ontwikkelen, dus de discussie over identiteit gaat denk ik nooit weg.”

Hollandsch Glorie: t/m 28/8 in het Amsterdamse Bostheater.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden