PlusKlapstoel

Thijs Boontjes: ‘Ik houd bij een liefdeslied niet van vaagheid’

Thijs Boontjes (1987) is popmuzikant. Met zijn Thijs Boontjes Dans- en Showorkest treedt hij op Valentijnsdag op in Paradiso. De dag ervoor staat hij daar ook op het Festival van het Gebroken Hart.

Thijs Boontjes op de KlapstoelBeeld Harmen de Jong

Schagen

“Op papier is het een stad, maar het is gewoon een dorp natuurlijk. Een perfecte plek om op te groeien, zeg ik terugkijkend. In mijn tienerjaren hing ik dag en nacht rond in het plaatselijke muziekcentrum, ik bleef er nog net niet slapen. Je kon er onbeperkt herrie maken. Dat was ook het eerste waar ik tegen aanliep in Amsterdam. Als ik op mijn zolderkamertje elektrische piano speelde met de koptelefoon op, dan nog had de onderbuurman er last van. Nog altijd kom ik veel in Schagen om bij mijn ouders in de schuur muziek te maken; daar schrijf ik de meeste van mijn nummers. Ik was thuis de enige die zo met muziek bezig was. Het is goed volk verder, maar mijn vader, moeder en oudere broer zijn totaal amuzikaal.”

Valentijnsdag

“Toen vorig jaar mijn debuutalbum uitkwam, zei mijn boeker: over precies een jaar sta je in de grote zaal van Paradiso. Kalm aan maar, dacht ik, maar hij kreeg het voor elkaar. Wat betekent dat het me nu al bijna een jaar dun door de broek loopt. Pas later realiseerde ik me dat de show op 14 februari is, Valentijnsdag. Daar moesten we iets mee natuurlijk. Je kunt een toegangsbewijs kopen voor je al dan niet geheime liefde, die dat dan thuis toegestuurd krijgt, met een door mij geschreven kaartje. Er ligt al een behoorlijke berg op me te wachten. Ik ga daar echt werk van maken, het is mijn eer te na een standaardbriefje te schrijven, ik wil die mensen echt werk uit handen nemen. En hoe meer informatie ze over hun geliefde verstrekken, hoe persoonlijker ik het kan maken.”

Hammond B3

“Als tiener luisterde ik vooral naar rock uit de seventies. Gaandeweg kwam ik erachter dat de gemeenschappelijke deler in de muziek die ik leuk vond, het hammondorgel was. Op een dag stond er eentje in het muziekcentrum. Ik eropaf. Als ik eraan denk, is het of ik een film zie. Het was bijna een religieus moment, die eerste keer op een hammond. De B3 is echt mijn instrument. Je hebt het orgel zelf, met al die registers, maar minstens zo belangrijk is de bijbehorende Lesliespeaker, waarin een ronddraaiende trommel voor dat kolkende geluid zorgt. Met een hammond kun je in een band alles aan elkaar lijmen, maar je moet oppassen dat je de boel niet volledig dichtsmeert. De hammondhelden uit mijn jeugd zijn Jon Lord van Deep Purple en Billy Preston bij de Beatles en de Stones. Maar het is ook echt een jazzinstrument. Jimmy Smith vind ik ook te gek. Ik ben geen jazzmuzikant, maar waag weleens een poging.”

Anouk

“Op het staartje van mijn achttiende kwam ik in haar band. Toen vond ik dat heel gewoon, nu denk ik: wát?! Ik zat net op het conservatorium van Amsterdam. Anouk zocht een nieuwe band en vroeg de directeur of hij suggesties had. De audities waren in de Wisseloordstudio. Met de formatie waarin ik ingedeeld was, speelden we vooraf Green Onions van Booker T., gewoon effe warm worden, weet je wel. Anouk bleek al in de controlekamer te zitten en vond het te gek: ‘Ja hoor, dit is mijn band.’ Drie ­maanden later stonden we in een uitverkocht Gelredome. Ik ben nooit in mijn leven zo bang geweest als toen we daar het podium op moesten. Ik heb 2,5 jaar bij Anouk gespeeld. Ze heeft de reputatie van een enorm temperamentvolle vrouw en dat is terecht. Ik heb dat temperament ook geregeld uit de bocht zien vliegen, maar ik kan niet anders zeggen dan dat ze tegen mij altijd ontzettend lief is geweest. Ik zie haar nooit meer. Ja, bij The Voice. En daar is ze zoals ze in het echt ook is: recht door zee, eerlijk.”

Douwe Bob

“Tot voor kort bespeelde ik bij hem het orgel, maar het was niet meer te combineren met mijn eigen carrière. De laatste twee jaar moest ik op het podium al geregeld worden vervangen. Het was een heerlijke band om in te spelen, maar als ik heel eerlijk ben, vind ik Douwe Bob solo, met alleen een akoestische gitaar, op zijn allerbest. Dan hoor je echt hoe vreselijk goed hij kan zingen. Hij is ook iemand met temperament, ja.

Hij kan flink uit zijn slof schieten. Wat ik goed begrijp, hoor, zeker nu ik ook zelf de kar trek. Je hebt een bepaald plan in je hoofd en je wilt dat dat wordt uitgevoerd. Een artiest stelt zich toch al zo kwetsbaar op, je staat daar op zo’n podium in wezen in je blote reet. Je gooit er je hele ziel en zaligheid uit, dan moet de rest ook echt wel kloppen.”

Songfestival

“2016, in Stockholm, met Douwe Bob. Bij het Songfestival is alleen de zang live. Ik had geen zangpartij in Slow down, dus hoefde voor dat miljoenenpubliek alleen maar te doen alsof ik orgel speelde. Normaal playback ik nooit, maar we waren op het Songfestival toch al in een andere wereld beland. Wat daar rondliep, was van een heel andere bloedgroep dan wij zelf.

Je kunt er in zo’n situatie beter het beste van maken en dat hebben we twee weken lang beslist gedaan. Het is een circus, maar we hebben er een goede tijd gehad, we hadden zelfs een eigen bar. Die elfde plaats viel wel tegen. We hadden gedacht aan het festival een Europees toertje over te houden, maar nee.”

André Hazes

“Vroeger zoveel naar geluisterd. Mijn vader had een cd-wisselaar achter in de auto en daar zat altijd die driedubbel-cd van Hazes in. Als je Nederlandstalige muziek maakt zoals ik doe, met nummers die ergens toch schatplichtig zijn aan de smartlapperij, dan kun je niet om hem heen. In het levenslied staat Hazes op eenzame hoogte. Zijn mooiste nummer vind ik Ik heb het al­tijd al geweten, een niet zo bekend, oorspronkelijk Italiaans lied, waarin hij zonder enige schaamte al zijn hartenpijn eruit schreeuwt.”

Roxeanne Hazes

“Ze was bezig met het schrijven van materiaal voor haar eerste album voor Top Notch, toen ik het verzoek kreeg ook een middag met haar te gaan zitten. Maar ik ben een einzelgänger, vind het moeilijk samen met anderen te schrijven. In mijn eentje heb ik toen het duet Ballade van de Moord geschreven, ik heb er zeker een half jaar over gedaan. Een grimmig lied is het, in de verte geïnspireerd door Where the Wild Roses Grow van Nick Cave en Kylie Minogue. Om elkaar in dezelfde toonsoort te treffen, moest ik op mijn allerlaagst en Rox op haar hoogst zingen. De eerste keer dat we het samen zongen, viel het me pas echt op hoe ontzettend goed ze is; het ging door merg en been. Sinds dat duet hebben we de ongeschreven regel dat als een van ons in Amsterdam optreedt, we als het maar effe kan samen de Ballade zingen. Dus ja, het zou kunnen gebeuren dat ze erbij is in Paradiso.”

Gebroken Hart

“Ja, de dag voor Valentijnsdag is in Paradiso het Festival van het Gebroken Hart en daar ­treden we ook op. We kunnen gewoon blijven overnachten. Maar serieus: onze spullen en het ­busje blijven er. Stefan Stasse van Radio 2 ­organiseert al ik weet niet hoe lang het Festival van het Gebroken Hart, wij hebben er al een paar keer gestaan. Stefan is ons op de radio altijd goedgezind geweest, dus we doen dat graag. Wie er verder optreden? Eeeeh, geen idee eigenlijk.”

Alma Mathijsen

“We hebben vijf jaar wat gehad, het was mijn eerste lange relatie. We hebben het lang heel goed gehad, maar het raakte op, het werkte niet meer. Zij schreef er het boek Ik Wil Geen Hond Zijn over. Ja, ik heb het gelezen, heel vreemd om jezelf tegen te komen in een boek; het grootste deel raakt aan de waarheid. Het is herfst vorig jaar verschenen, waardoor het heel vers lijkt, maar in werkelijkheid is het al een behoorlijk tijdje uit. Ik zie haar niet vaak meer, maar volgens mij gaat het inmiddels een stuk beter met haar.”

“Toen we nog maar kort bij elkaar waren, schreef ik het nummer Alma Mathijsen. Lekker duidelijke titel, ja. Ik houd bij een liefdeslied niet van vaagheid. Als een collega-muzikant tegen me zegt dat hij een liedje over zijn vriendin heeft geschreven en dat het Judy heet, denk ik: huh, ze heet toch Marjan?”

Herman Brood

“Hij en Hazes, dat zijn mijn grootste helden. Mijn muzikale voorkeuren zijn veranderlijk. Er komen nieuwe artiesten bij, er vallen anderen af, maar altijd weer kom ik terug op Brood en Hazes. Behalve organist ben ik ook pianist en op de piano heb ik altijd geprobeerd in de buurt van Brood te komen. Hij had zo’n heerlijke stijl. Er zat veel vrijheid in, gekte ook. Maar je hoorde in zijn spel ook de invloed van Little Richard, New Orleans en Mose Allison. Brood was geniaal. Onder dat masker van gekkigheid zat heel veel inhoud.”

Geen achttien meer

“De titel van mijn album. Ik ben nu 32, tot mijn dertigste heb ik gedaan of ik 18 jaar was en dat ging me heel goed af. Ken je van de Vlaamse zanger Jan De Wilde De Fanfare van Honger en Dorst? Precies zo waren mijn vrienden en ik. Zo ongeveer elke avond kwamen we elkaar tegen in de kroeg. De hele stad gingen we af. Nu is het over. De vrienden kregen kinderen, woonden niet meer op loopafstand van het Leidseplein. En zelf had ik er na al die jaren ook wel genoeg van. Wat ervoor in de plaats kwam? Ik schrijf meer, sneller vooral ook. Ik deed in het uitgaansleven wel veel inspiratie op.”

Michel van der Eerden

“Van Baut? Ik kom ook wel in zulke zaken, maar ga toch het liefst naar klassieke restaurants. Ik ben verder totaal niet conservatief, maar in een restaurant wil ik linnen op tafel, mooie servetten en een klassieke Franse kaart. In Parijs zit ik in de restaurants waarvan ik houd tussen de oude mensen. Ik snap dat er voor chefs niet veel eer valt te behalen aan zo’n traditionele keuken, maar ik houd ervan.”

Thijs Boontjes, Paradiso, vrijdag, 20.30 uur.
Het ­Festival van het Gebroken Hart, Paradiso, ­donderdag, 20.00 uur

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden