PlusAchtergrond

Thérèse Schwartze: portrettist van de gegoede burgerij

Museum Paul Tetar van Elven in Delft, de stad waar zij in 1871 haar eerste expositie had, toont een fraaie dwarsdoorsnede uit het ruim duizend portretten tellende oeuvre van de Amsterdamse schilder Thérèse Schwartze.

Jan Pieter Ekker
Houtskoolportret dat Thérèse Schwartze in 1895 maakte van haar nichtje, schilderes Lizzy Ansingh. Te zien t/m 27 februari in Museum Paul Tetar van Elven in Delft. Beeld -
Houtskoolportret dat Thérèse Schwartze in 1895 maakte van haar nichtje, schilderes Lizzy Ansingh. Te zien t/m 27 februari in Museum Paul Tetar van Elven in Delft.Beeld -

Eind negentiende eeuw werd de kunstwereld nog veel meer dan nu gedomineerd door mannen, vrouwen werden niet eens toegelaten tot de officiële kunstinstituten. En toch groeide de Amsterdamse Thérèse Schwartze (1851-1918) uit tot een van de succesvolste portretschilderessen; ruim voor de eerste emancipatiegolf verdiende ze een vermogen met haar portretten, kocht ze panden op de Prinsengracht en onderhield ze na de dood van haar vader haar hele familie.

Die vader, Johan Georg Schwartze, van Duitse origine, maar geboren in Amsterdam en opgegroeid in de Verenigde Staten, was zelf ook een getalenteerd portretschilder. En de stuwende factor achter Thérèses succes; als een tennisvader drilde hij zijn dochter om met schilderen haar brood te verdienen.

Als kind bracht Thérèse al veel tijd door in het atelier van haar vader, die haar tijdens de speeluren en handwerklessen op school naar huis liet komen zodat hij haar kon leren tekenen en schilderen. Via haar vader kreeg ze ook haar eerste opdrachten: portretten voor de (bevriende) Amsterdamse families uit de beau monde. Ze was net vijftien jaar.

Leden van het Koninklijk Huis

‘Ik zal mij meer op alles toeleggen, om eens met Gods zegen met schilderen mijn eigen brood te kunnen verdienen,’ schrijft Schwartze op 16-jarige leeftijd in een brief aan haar vader. Ze voegt de daad bij het woord. Om haar schildervaardigheden verder te ontwikkelen, vertrekt ze in 1876 naar München, waar ze onder meer les krijgt van de toonaangevende portretschilder Franz von Lenbach (1836-1904).

In 1880 gaat Schwartze voor de eerste keer naar Parijs, het kloppend hart van de kunstwereld, om haar techniek nog verder te verbeteren. Ze krijgt er privéles van de grote Jean-Jacques Henner (1829-1905), die meer vrouwelijke leerlingen had die niet terecht konden op de École des Beaux-Arts.

De investeringen betaalden zich uit. Thérèse Schwartze was al een gevestigde naam, maar haar reputatie groeide en groeide, zowel in Nederland als daarbuiten, tot in de Parijse Salons. Zelden zat ze om opdrachten verlegen, al helemaal niet nadat een aantal leden van het Koninklijk Huis zich ten paleize door haar had laten portretteren.

Portretgroep van mevr. A.G.M. van Ogtrop-Hanlo (1871-1944) met haar vijf kinderen, in 1906 geschilderd door Thérèse Schwartze.
 Beeld CMU /Adriaan van Dam
Portretgroep van mevr. A.G.M. van Ogtrop-Hanlo (1871-1944) met haar vijf kinderen, in 1906 geschilderd door Thérèse Schwartze.Beeld CMU /Adriaan van Dam

Drie panden op de Prinsengracht

In 1881 maakt Schwartze er een eerste portret, van koningin Emma met kroonprinses Wilhelmina; er volgden nog elf portretten en voorstudies van leden van het Koninklijk Huis. Haar grootste en lucratiefste opdracht voor het koningshuis was een groepsportret ter gelegenheid van de vijfde verjaardag van prinses Juliana: koningin Wilhelmina, prins Hendrik en prinses Juliana in historisch tenue (1915).

Schwartze schilderde de gegoede burgerij op bestelling. De families Van Loon en Boissevain, Labouchere en Sillem behoorden tot haar klantenkring. Ze portretteerde ze zo ideaal mogelijk, haar klant was koning, maar wel tegen steeds hogere prijzen. In 1898 moest het hof voor het portret van koningin Wilhelmina ongeveer 3000 gulden betalen. In 1910 kostte het babyportret van prinses Juliana zo’n 4000 gulden, exclusief lijst. Het groepsportret van prins Hendrik, prinses Juliana en koningin Wilhelmina zou 20.000 gulden hebben gekost (omgerekend naar deze tijd plusminus 210.000 euro).

Met haar zuurverdiende geld kocht Schwartze de panden op de Prinsengracht 1089 en 1087, naast haar ouderlijk huis op nummer 1091. Voor de verbouwing van het zolderatelier nam ze Eduard Cuypers (1859-1927) in de arm, een zeer succesvolle architect aan het einde van de negentiende eeuw met een grote particuliere clientèle, én een neef van bouwmeester Pierre Cuypers, die destijds bezig was met de voltooiing van het Centraal Station en het Rijksmuseum.

Chinese bruidegom

Een van haar mooiste, meest virtuoze portretten maakte Schwartze van Mia Cuypers, een van Pierres vier kinderen. Er zit een dramatisch verhaal aan vast. In 1883 liep de 19-jarige Mia op de Internationale Koloniale en Uitvoerhandel Tentoonstelling – kortweg Wereldtentoonstelling – in Amsterdam de Brits-Chinese koopman Frederick George Taen-Err Toung tegen het lijf, op wie ze halsoverkop verliefd werd. Tot grote schrik van de Amsterdamse high society, en tot leedwezen van vader Pierre. In een tijd waarin zowel binnen als buiten de wetenschap ‘raszuiverheid’ boven ‘rasvermenging’ werd verkozen, werd een relatie met een Chinese man als ongehoord beschouwd.

Ondanks het verzet trouwden Cuypers en Taen drie jaar later. De Chinese bruidegom bestelde een huwelijksportret bij Thérèse Schwartze: Mia draagt een oriëntaals kostuum op het virtuoze pastelkrijtportret en wappert met een waaier, die haast uit het schilderij lijkt te steken. De Chinese tekens in de linkerbovenhoek betekenen ‘rijstveld’ (Taen), ‘lang leven’ en ‘samenkomen’.

Portret van Maria Catharina Ursula (Mia) Cuypers (1886), door Thérèse Schwartze. Beeld -
Portret van Maria Catharina Ursula (Mia) Cuypers (1886), door Thérèse Schwartze.Beeld -

Cuypers en Taen kregen vier kinderen, maar hun huwelijk hield geen stand. Mia’s neef Karel Alberdingk Thijm, bekend onder zijn schrijverspseudoniem Lodewijk van Deyssel, schreef in 1892 een feuilleton over de spraakmakende affaire, Kruising der rassen, dat twee jaar later onder de titel Blank en geel in boekvorm verscheen.

Thérèse Schwartze – Haar klant was koning: t/m 27 februari in Museum Paul Tetar van Elven in Delft. Het Engelstalige boek Thérèse Schwartze – Painting for a Living van Cora Hollema, curator van de tentoonstelling, is daar te koop.

Schwartze in het Rijks

In het Rijksmuseum zijn twee portretten van Thérèse Schwartze opgenomen in de vaste opstelling. In zaal 1.18 hangt het intieme, maar krachtige portret dat ze in 1902 maakte van de schilderes Lizzy Ansingh, haar nichtje. In zaal 1.15 hangt het fraaie, in haar Parijse atelier geschilderde Portret van een jonge vrouw met de hond Puck (ca. 1879-1885).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden