Plus

Theodor Holman: 'De gedachten die ik heb, gaan steeds vaker over de dood'

Schrijver-columnist Theodor Holman (63) schreef Voorbijgewaaid Geluk. Het is een autobiografisch boek over zijn familie, jongensdromen en de genadeloze tijd. 'Wat er van mij overblijft? Niks. Wel vind ik het prettig dat ik navorsbaar ben.'

Schrijver en columnist Theodor Holman. 'Mijn gedachten gaan steeds vaker over de dood en de doden' Beeld Marc Driessen

'Dit boek gaat voornamelijk over ouderdom. Het begint met de scène dat mijn dochter een foto van een echo laat zien en ik me realiseer dat ik opa word. Op dat moment besef je dat je lijdt aan de ongeneselijke ziekte die ouderdom heet. Je speelt, naarmate je ouder wordt, steeds minder een rol."

"Daar zit een rare paradox in en het is daarom interessant om over te schrijven. Kijk, your dancing days are over, de hippie van weleer redt het gewoon niet meer, want als ie ook maar iets rookt, krijgt ie hartkloppingen. Maar aan de ander kant geeft die ouderdom je een enorme vrijheid."

"Ook omdat je geen rol meer speelt op de apenrots van de cultuur. Daar zitten alleen maar mensen van tussen de twintig en de zestig. Ik ben zo blij dat ik daar niet meer tussen zit. De Nobelprijs zal ik niet meer krijgen, en een andere prijs interesseert me helemaal geen ene rotmoer meer."

"Echt niet. Ik wil alleen nog maar mooie zinnen schrijven, ik denk niet meer: ik heb een prijswinnend boek geschreven. Als ik nu de Libris niet krijg, of hoe heet die prijs tegenwoordig, dan is dat hét bewijs dat er iets mis is met de jury. Dat had ik vroeger wel, ik was jaloers. Dat is totaal voorbij en dat vind ik fijn."

"En je raakt fysiek beperkt. Ik heb niet meer zo'n groot uithoudingsvermogen, ik heb nooit aan sport gedaan, daardoor maak je heel duidelijke keuzes wat je wel of niet gaat doen. Zonder daarover een schuldgevoel te hebben, omdat je dingen zou moeten doen. Heel erg prettig."

"Toch vind ik ouder worden afschuwelijk. Ik ­behoor niet tot de categorie mensen die staan te juichen dat ze ouder worden. Integendeel. Reve heeft een keer gezegd: 'Als je jong bent, is de dood je vijand, en als je ouder wordt, loopt de dood met je mee, en als je dan helemaal ouder bent, wordt de dood je minnaar.' Ik merk heel erg duidelijk dat de dood met me meeloopt."

Treurig en triest
"Iedereen is dood: Ischa Meijer, Martin Bril, Martin van Amerongen, Theo van Gogh, Boudewijn Büch. En over hen worden al biografieën over geschreven! Die over Jan Wolkers is heel goed, overigens. Nu zijn ze bezig met een biografie over Theo. Dat wordt allemaal historie. Terwijl het voor mij, gek genoeg, eergisteren is. Dat is echt zo. Voor mij leven ze nog helemaal. Ik weet hun stemmen nog."

"De gedachten die ik heb, gaan steeds vaker over de dood en over doden. Dat is nou eenmaal zo, dat kan niet anders. Dat is toch verschrik­kelijk? Ik koester geen illusies, ik schrijf niet voor de eeuwigheid. Wie leest Reve nog? Wie leest nog Wolkers? Wie kijkt nog eens een in­terview van Ischa terug? Buitengewoon treurig en triest. En dat besef heb ik ook heel sterk."

"Hoe ik de moed erin houd? Het leven wordt eigenlijk steeds leuker. Ik vind het heel leuk om met mijn kleinzoon en mijn kleindochter op te trekken. Dat is prettig, dat zit in de natuurlijke loop der dingen. Ik neem nu genoegen met de resten van het leven, zo zie ik dat.

Ik ben niet gelovig, integendeel, ik ben van de school dat het leven volstrekt zinloos is. Deelder heeft dat mooi gezegd: 'De eeuwigheid is hier.' Dat denk ik ook. Je leeft tot je sterft en ze aan je beenderen beginnen te knagen. Dat betekent dat ik weet dat het afgelopen is en dat vind ik afschuwelijk. Er zou een pil moeten zijn die me door laat ­leven."

Melancholie en poëzie
"Ik heb enorm last van schuldgevoel en schaamte. Daar wil ik over schrijven, die twee pijlers. Of ik het wel goed heb gedaan met mijn dochter bijvoorbeeld, gespiegeld aan mijn ouders. Ik kijk in dit boek op het leven terug met afschuw, haat, maar ook vervuld van melancholie en poëzie: voorbijgewaaid geluk."

"Wat er van mij overblijft? Niks. Het enige wat ik een prettig idee vind, is dat ik navorsbaar ben. Ik vind het fijn om ergens een voetnoot te zijn. De rest is meegenomen. Een voetnoot zal er altijd zijn, al is het maar: ooit werkte bij Het Parool een man die Theodor Holman heette."

Theodor Holman: Voorbijgewaaid Geluk.
Nieuw ­Amsterdam, 144 blz., €17,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden