PlusTen slotte

Theaterman Felix Strategier (1950-2020): eigenzinnig tot het einde

Ook met het einde in zicht bleef acteur, zanger, muzikant en theatermaker Felix Strategier maar doorgaan met plannen maken. En met zijn eigen plan trekken: ‘Verschrikkelijk, aan iets meewerken dat ik niet zelf heb verzonnen.’

Felix Strategier, vorig jaar.Beeld Krijn van Noordwijk

Nu ja, dan moet er op zijn dood maar flink gelachen worden. Precies zoals hij het heeft gezegd: “Een vriend van mij moet straks een tekst voorlezen, en een andere vriend moet een baar maken met daarop de tekst: ‘Laten we niet vergeten dat we gelachen hebben.’ Die is van Bert Schierbeek. Die kist pleuren ze dan mijn graf in en daarna moet er gefeest worden, want ik heb van top tot teen, van haar tot haar genoten van dit leven. En ik ga door!”

Dat zei acteur, zanger, muzikant en theatermaker Felix Strategier vorig jaar zomer op een zondagnamiddag na afloop van Het huwelijk in De Roode Bioscoop, een muziektheatervoorstelling van de door hem opgerichte Theatergroep Flint.

Hij was toen al ernstig ziek, en hij ging nog een tijdje door. Afgelopen dinsdag overleed Felix Strategier op 69-jarige leeftijd.

Alsof de duivel hem op de hielen zat

De dood hijgde hem al een tijd in zijn nek, zei hij in het interview met Het Parool. Eigenlijk wilde hij er niet over praten, want wat interesseerde het de mensen nou, die kanker? “Het is een hoop gezeik en gedoe. Deze winter was ik heel slecht. Ik dacht dat ik de zomer niet zou halen.”

Maar wie hem die middag zag optreden, zingend met zijn accordeon op schoot, zag een man die met ziel en zaligheid deed wat hij het liefste deed: muziekmaken en verhalen vertellen. De energie, het enthousiasme, de zin; het spatte ervan af. Alsof de duivel hem op de hielen zat.

En dat was ook zo, vertelde hij. De kanker probeerde hem eronder te krijgen. En dat bezwoer hij met spelen, want daar kreeg hij zoveel energie van. En hij had net een nieuwe chemopil gekregen die goed werkte. “Eigenlijk ben ik niet met mijn ziekte bezig als ik speel. Spelen is nog steeds mijn lust en mijn leven. Ik heb dat altijd heerlijk gevonden.”

De eigenzinnige Strategier was bepaald geen man van compromissen. Trok zijn eigen plan vanaf het moment dat hij van de hbs kwam. Hij verliet het ouderlijk huis – zijn vader was de componist Herman Strategier – om te reizen en muziek te maken. Vervolgens ging hij naar het conservatorium om dwarsfluit te studeren. “Daarna was wel duidelijk dat ik zelf wilde uitmaken wat ik wilde gaan doen.”

Met zijn vriend Stef van den Eijnden begon hij in de jaren zeventig onder de naam De Gebroeders Flint met straattheater. Humoristische voorstellingen die werden afgewisseld met literaire stukken. Want Strategier was een liefhebber van poëzie; hij wilde ook diepgang, niet alleen lachen, gieren, brullen. Hij wilde dat de ziel werd geraakt.

“Dat straattheater is uitgegroeid tot een populair fenomeen,” zei hij die middag, vorig jaar. Zonder sentimenteel te worden, maar je zag in zijn ogen nog het plezier van die dagen. Het onbekommerde, gewoon op straat gaan staan en spelen. “Alle kranten kwamen kijken. Als we op de Noordermarkt speelden, zaten de mensen in de bomen. Choreograaf Rudi van Dantzig heeft voor het Holland Festival nog een balletvoorstelling gemaakt op onze liedjes.” En Strategier glom toch even van trots toen hij dat zo tussen neus en lippen door vertelde.

Theatergroep Flint

Omdat de poëzie steeds harder aan hem begon te trekken, stopte hij met straattheater, en ging hij in 2001 als artistiek leider van Theatergroep Flint verder. De stijl van Flint werd door de Theaterkrant omschreven als ‘een mix van volkstoneel, literatuur, stimulerende invloeden van buitenaf, en kwinkslagen’.

Er werd gespeeld op locatie, en De Roode Bioscoop aan het Haarlemmerplein werd het huistheater, waar onder meer voorstellingen werden gegeven waarin de poëzie van Ierse dichters, Slauerhoff, Lucebert, Hugo Claus en Carlos Drummond de Andrade centraal stond. Met jazzmuzikanten als Ernst Glerum en Ernst Reijseger maakte Strategier ook programma’s rond de Zuid-Afrikaanse dichters Ingrid Jonker en Antjie Krog.

Hij wilde ook weer gaan reizen met zijn voorstellingen. Een programma over de gestorven dichters Menno Wigman en F. Starik. Zelf het pad kiezen, dus. “Ik heb weleens op De Parade gestaan, maar dat massale, ik vond er geen zak aan. De laatste keer stonden we tussen twee generatoren, verschrikkelijk. En één keer heb ik aan een grote voorstelling van Het Zuidelijk Toneel meegedaan. Als figurant. Ook verschrikkelijk; aan iets meewerken dat ik niet zelf heb verzonnen.” (Gemakshalve vergat hij dat hij als acteur meespeelde in twee Pietje Bell-films, en ook in de televisieserie ’t Spaanse Scheap, een remake van ’t Schaep met de 5 pooten.)

Dus maakte hij zijn eigen voorstellingen, omdat hij vooral ruimte moest hebben om te kunnen experimenteren. Zo maakte hij een liedjesprogramma over Duitsland in het interbellum, en Zwervershart, waarin hij teksten van cartoonist Gummbah verwerkte. En Oude meuk, dat hij samen met Maarten van Roozendaal maakte, en waarin ze oude, vergeten theaterliedjes weer tot leven brachten. En het programma ‘n Pikketanissie niet te vergeten: liederen en balladen uit het roemruchte Jordaanrepertoire.

Sterven op het podium

Toen, in augustus, kwam hij nog even terug op Gummbah. Als hij zich ellendig voelde – en dat voelde hij zich door zijn ziekte bij tijd en wijle – dan pakte hij een boek van Gummbah en schaterde hij het een halfuur lang uit. Heel goede therapie, zei hij daarover. En: “Gummbah maakt ook veel grappen over kanker, en daar ben ik dan toch ook dol op. In die zin ben ik wel met de dood bezig.”

Het liefst zou hij als Tommy Cooper op het podium neerstorten en sterven. “Ik ga gewoon door, maar ik heb wel tegen mijn vrouw gezegd dat als het te erg wordt, als de voorstellingen echt kut worden, dan moet ik stoppen.”

Hij voelde dus ‘de natte adem van de dood’ in zijn nek hijgen. Had nog zoveel plannen. Een voorstelling over de poëzie van Hans Lodeizen, een vervolg schrijven op zijn kinderboek Anna & de Beestenband. Een stuk over ouderdom. “Nieuwe teksten schrijven over een naderend einde…” Hij zei het zonder ironie.

In april zou hij het theater in gaan met een voorstelling over Remco Campert: Poëzie is mijn adem. ‘Ik kan niet wachten,’ schreef hij in januari in de nieuwsbrief van Theatergroep Flint. Remco Campert zag de try-out en vond de voorstelling heel mooi. Die ene vriend heeft de baar deze week gemaakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden