PlusDe Klapstoel

Theatermaker Kitty Trepels van Mil: ‘Zo’n dure reconstructieborst verstop je niet onder een coltrui’

Kitty Trepels van Mil (1963) is docent en theatermaker. In 2010 werd bij haar borstkanker vastgesteld. Inmiddels heeft ze 155 chemokuren ondergaan. Nu is er het boek Waterval, waarin opgenomen de vijf ‘chemonologen’ die ze schreef en speelde.

Kitty Trepels van Mil. Beeld Harmen de Jong
Kitty Trepels van Mil.Beeld Harmen de Jong

Maasbree

“Een klein dorpje waar ik tot mijn vierde heb gewoond. Mijn vader overleed al op zijn 25ste aan longkanker. Mijn moeder bleef als 24-jarige met mij achter. Naast ons woonde de familie Hille, die een augurkenkwekerij had en waar ik altijd een toffeetje ging halen. Op een dag ben ik daar in een bak beland waarin ze de augurken spoelden. Een van de zoons, een jaar of 14 oud, kwam van het veld en voelde instinctief aan dat er iets niet klopte. Hij greep in die bak en trok mij eruit, al helemaal blauw aangelopen. Hij heeft me op de kop gehouden en pas toen ik weer goed kon ademen, heeft hij me bij mijn moeder gebracht. Ik weet het pas sinds mijn moeder vorig jaar overleed, ook aan kanker. De voormalige buurjongen schreef in een brief wat er precies was gebeurd. Aan mijn moeder, die het al zo moeilijk had met de dood van haar man, heeft hij indertijd niet willen vertellen dat haar dochtertje ook bijna was verdronken.”

Tumor Theodor

“Theodor is mijn ex-huisarts. In 2008 wilde ik een mammografie. Bij mijn zus was borstkanker vastgesteld en omdat we wat kanker betreft een zwaarbeladen familiegeschiedenis hebben, was ik doodsbang het ook te hebben. De dokter vond een mammografie niet nodig; ik was nog jong en die zus was een halfzus. In 2010 voelde hij toch iets. In het ziekenhuis werd vastgesteld dat ik een tumor van 10 centimeter in mijn borst had. Ik noemde die tumor Theodor. En tumor Theodor was een hardnekkige: na dertig chemo’s moest mijn borst eraf. Er was een tijd dat we dachten hem te hebben verslagen, maar in 2016 bleek ik uitzaaiingen te hebben; allemaal nakomelingen van Theodor, als in een horrorfilm hadden ze zich vermenigvuldigd.”

145

“Op de achterflap van mijn boek staat dat ik 145 chemokuren heb ondergaan, maar het zijn er inmiddels 155. Of ik recordhouder ben, weet ik niet, maar mijn oncoloog Carla van Herpen zegt dat ze nooit heeft meegemaakt dat iemand het zo lang volhield. Mijn behandeling heeft inmiddels meer dan 2 miljoen euro gekost. De prijs van een mammografie is – ik weet het uit mijn hoofd – 167,95 euro. Bij mijn zus is in 2008 dat knobbeltje meteen weggehaald. Zo had het bij mij ook kunnen gaan.”

Ramses Shaffy

“Even iets luchtigers, ja. In de schouwburg van Uden heb ik hem na afloop van een voorstelling voor het eerst ontmoet. Ik was 14 en verliefd, wat heel veel mensen op hem waren, dames en heren. Op aanraden van mijn moeder gaf ik hem een zelfgemaakte tekening. Maar toen hij me uitnodigde bij hem thuis eens te komen kijken naar zijn eigen teken- en schilderwerk, moesten mijn moeder en tweede vader – ik vind stiefvader zo’n rotwoord – daar wel even over denken. Maar het mocht; zij gingen in Amsterdam naar een museum, ik op visite bij Ramses. Doodeng natuurlijk, maar hij was superaardig, hij had zelfs ranja in huis gehaald. We hebben daarna altijd contact gehouden. Ik heb hem ook bezocht in het Sarphatihuis, waar hij aan het einde van zijn leven woonde. Hij zat altijd in de rookkamer, waar het zo blauw stond dat ik hem nauwelijks zag. Het was altijd hoesten en piepen als ik daar vandaan kwam.”

Frank Sanders Akademie

“Via Ramses heb ik ook Liesbeth List leren kennen. Na afloop van een voorstelling van haar raakte ik in gesprek met Jos Brink. Toen ik hem vertelde over mijn werk aan de HAN, de Hogeschool Arnhem Nijmegen, zei hij: je moet contact opnemen met mijn man Frank, die gaat een eigen academie beginnen. Zo werd ik aan de Frank Sanders Akademie docent theater- en musicalgeschiedenis, mijn grote passie. Inmiddels bestaat die dependance niet meer. Op de HAN doceer ik nog wel theatergeschie­denis en interview- en presentatietechnieken. Een van mijn monologen, die vooral ingaat op de relatie tussen patiënt en arts, is er geïmplementeerd in het curriculum geneeskunde en ook bij verpleegkunde – het is een alternatieve vorm van college geven.”

Waterval

“Zowel de naam van mijn vijfde voorstelling, die ik door corona nog niet heb kunnen spelen, als van mijn boek. Als kankerpatiënt kom je in een wilde waterval terecht. Je doet moeite om obstakels te vermijden, maar telkens knal je er tegenop; er zijn teleurstellingen en slechte uitslagen. Je hebt in die waterval andere mensen nodig die je af toe naar boven duwen, zodat je weer lucht krijgt. Over het algemeen gaan mensen je vermijden als je kanker hebt, zeker als de situatie uitzichtloos is. Ze zijn bang iets verkeerds te zeggen en zeggen dan liever niets. Ik heb meegemaakt dat mensen snel de trap of juist de lift namen als ze mij zagen. De tijden dat kanker k werd genoemd zijn voorbij, maar het is nog wel degelijk een taboe.”

Borst

In de Viva zag ik in de rubriek Anybody ooit een foto van een vrouw met één borst. Het was mijn grootste angst dat mij dat zou overkomen. En toen moest er één af. Ik heb me er aanvankelijk hevig tegen verzet. Toen het toch gebeurde, heb ik echt geschreeuwd in het ziekenhuis: ‘Jullie verminken me voor het leven!’ Een jaar lang heb ik niet naar beneden gekeken, spiegels had ik afgeplakt. Pas nadat er in een acht uur durende operatie een borst van mijn eigen buikweefsel was gemaakt, durfde ik weer te kijken en kon ik weer een decolleté dragen. Zo’n dure reconstructieborst verstop je niet onder een coltrui.”

Terminaal

“Het is waarschijnlijk nog een kwestie van maanden, maar ik heb net te horen gekregen dat de uitzaaiingen in mijn rug, lever en hersenen niet zijn gegroeid. Ik kan in elk geval zes weken verder leven. Bij een belangrijke uitslag weet ik vaak al hoe het er voorstaat voor er iets is gezegd. Ik zie het aan de manier waarop de oncoloog komt aanlopen en de handen in haar witte jas heeft. Heeft ze haar hoofd naar beneden of recht? Als het op haar kamer dan ook maar iets langer duurt voor ze haar computer opent, begin ik in mijn hoofd al te tellen: drie... twee... een.... fout! Maar nu was er dus goed nieuws. Zes weken erbij. Ik heb meteen, met toestemming van de oncoloog, acht dagen Menorca geboekt – ik kom daar al jaren.”

Corona

“Ik heb net mijn vaccinatie gekregen. Ik dacht dat ik voorrang zou krijgen, maar zo werkte dat niet in mijn leeftijdsgroep. Ik heb ook al corona gehad. Ja, echt. Ik heb een pakje tissues volgesnoten en kon een paar dagen wat minder ruiken en dat was het. Ik ben meteen weer op mijn racefiets gestapt. Toen ik borstkanker bleek te hebben, ben ik als een soort protest met wielrennen begonnen. Hoe slechter de uitslagen en hoe zieker ik me voel, hoe harder ik ga fietsen.”

Thijs van Leer

“Ook via Ramses en Liesbeth leren kennen. Hij was in de jaren zestig betrokken bij Shaffy Chantant. Hij is een heel lieve vriend. Toen ik zo worstelde met die borstamputatie, zei hij: ‘Als je het doet, kom ik in het ziekenhuis dwarsfluit voor je spelen.’ En ja hoor, daar stond hij aan mijn bed. Hij speelde House of the King van Focus.”

Hiernamaals

“Mijn opa noemde een leven na de dood godvergeten onzin. Er had immers toch nooit iemand teruggeschreven? Mijn moeder zat ook op die lijn en zei altijd: ‘Waar moeten al die mensen dan blijven?’ We zijn in onze familie totaal niet religieus of spiritueel, integendeel, maar op een foto die vorig jaar van mij is gemaakt, zie je in mijn zonnebril... Nou ja, je ziet wat je zien wilt natuurlijk, maar mijn zus en ik menen op die foto in de weerspiegeling van mijn bril onze toen al overleden moeder te zien. Andere mensen zien het ook. Ik denk: het kan niet, maar ik ga toch twijfelen. Mocht er een hemel zijn, dan hoop ik bij de kunstminnende mensen terecht te komen. Dan heb je wat om over te praten.”

Medisch Tuchtcollege

“Omdat mijn huisarts toen geen mammografie voor me wilde aanvragen, heb ik een klacht over hem ingediend. Hij moest voor het medisch tuchtcollege in Zwolle verschijnen. Rare situatie, hoor. Vanaf de anderen kant van de zaal zag ik hem ineens zitten met zijn advocaat, ik werd meteen kotsmisselijk. Hij kreeg een berisping. Foei meneer, nooit meer doen. Zou er toch nog eens zoiets gebeuren, dan had hij een groot probleem. Nee, er is verder geen ­contact tussen ons geweest. Hij wilde me een hand geven, maar ik kon het niet. Hij had me toch al veel eerder eens kunnen benaderen? Hij zei tegen het college dat dat nooit was gebeurd omdat hij mijn telefoonnummer kwijt was. Het hoort bij mijn beroep om me in te leven in anderen mensen, maar bij hem lukt het niet.”

Uitvaart

“Ja, daar heb ik veel over nagedacht natuurlijk. Alles is ook al geregeld. Ik wil niet in een kist, maar in een witte mand, onder een Mondriaandekbed. Ik wil mijn Ray-Banzonnebril op en, ongeacht of er nog corona is, een mondkapje voor met de tekst ‘Tot ziens?’ Dat mondkapje is een beetje ingegeven door Marc-Marie Huijbregts, die in een voorstelling vertelde over zijn oom Harry die bij de hartaanval waaraan hij was overleden zijn kunstgebit had uitgekotst. Dat gebit kregen ze er toen niet meer in, met als gevolg dat oom Harry er in de kist heel chagrijnig bij lag. In de woorden van Marc-Marie: ‘Net een valse hond.’ Dat moet ik niet hebben.”

“Verder komt Maarten Peters zingen en is er fluitspel van Thijs van Leer. Op een scherm zijn fragmenten van mijn theatersolo’s te zien. En ik wil dat er bitterballen worden geserveerd. Geen ballen van Van Dobbe of Kwekkeboom, die vind ik altijd zo ondefinieerbaar, maar ouderwetse, echte rundvleesbitterballen.”

Kitty Trepels van Mil: Waterval, Sparkle Auteurs, 20 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden