PlusInterview

Theatermaker Joost Spijkers: ‘De band met mijn vader is na zijn dood alleen maar beter geworden’

Joost Spijkers: ‘Mijn vader is een inspiratiebron voor mij, hij legde heel makkelijk contact met anderen.’ Beeld Jaap Reedijk
Joost Spijkers: ‘Mijn vader is een inspiratiebron voor mij, hij legde heel makkelijk contact met anderen.’Beeld Jaap Reedijk

Joost Spijkers móest wel een theatervoorstelling maken over afscheid en de dood, na drie sterfgevallen in zijn nabije omgeving binnen een jaar. Maar samen met zijn band viert hij ook het leven op het podium.

Jeroen Schmale

Als je het weet, zie je het, zegt theatermaker Joost Spijkers: de foto’s van overleden dierbaren die tijdens zijn voorstelling Hotel Spijkers plots oplichten in het fraaie decor. Klein, subtiel, inderdaad: je moet het weten, om ze te kunnen zien.

In het lied Welkom Thuis, waarin Spijkers (45) de dood aan het woord laat, is op de achtergrond bassiste Mick Paauwe te zien. Zij speelde jarenlang met Spijkers tot ze in 2020 alvleesklierkanker kreeg en negen maanden later stierf, slechts 53 jaar oud. “Pas gisteren lukte het om me tijdens dat lied om te draaien en naar de foto van Mick te kijken,” zegt Spijkers (tevens één van de Ashton Brothers).

Donker thema

Vanaf het podium dreunt de soundcheck van zijn band door. Na het overlijden van Paauwe (‘we hebben zelfs nog over de telefoon twee nummers samen geschreven terwijl zij in het hospice verbleef, ze mocht vanwege corona geen bezoek ontvangen’) hebben Spijkers en de band geen nieuwe bassist aangetrokken.

“Dat wilden we uitdrukkelijk niet. We hebben wel Arno Bakker aangetrokken, een muzikant die onder meer de sousafoon speelt, een tuba die ook wel de ringbas genoemd wordt. En onze drummer Arend Niks speelt bij Welkom Thuis op de basgitaar, echt op Micks plek dus. Zij waren elkaars beste vrienden.”

Voor Welkom Thuis ontvingen de mannen eind maart de Annie M.G. Schmidtprijs, voor het indrukwekkendste theaterlied. “Dat had ik nooit verwacht. Een lang lied, van zeven minuten, rond zo’n donker thema.”

Hij kon na 2020 niet anders dan een programma maken dat over de dood en afscheid zou gaan. “En waarin we tegelijkertijd het leven nadrukkelijk vieren.”

Theatrale kant

Naast Paauwe verloor Spijkers dat jaar ook zijn vader, aan corona, en zijn stiefvader, aan ouderdom. Spijkers’ ouders scheidden toen hij een peuter was. “Een foto van mijn vader komt ook terug in het decor, tijdens een Joegoslavisch lied. Mijn vader was een jeugdhulpverlener die de helft van zijn werkzame leven heeft doorgebracht in Joegoslavië en de landen die daaruit zijn voortgekomen, eigenlijk vanaf het moment dat de burgeroorlog daar uitbrak.”

Spijkers: “Tijdens zijn laatste reis daar, in Montenegro, bezocht hij samen met mijn stiefmoeder een zigeunerfestival. Telkens stopte hij muzikanten wat geld toe en die begonnen dan het nummer te zingen dat ik in deze voorstelling heb opgenomen.”

Van zijn vader heeft Spijkers een ‘theatrale kant’ geërfd. “Hij is een inspiratiebron voor mij, hij legde heel makkelijk contact met anderen. Dat hij na de scheiding de rechter ervan kon overtuigen dat hij en niet mijn moeder voor mijn broer en mij moest zorgen, is daar ook een voorbeeld van.”

Op apegapen in het ziekenhuis

Spijkers: “De andere kant was – en ik moet even goed nadenken hoe ik dat zeg, want ik wil het zo graag aardig doen – dat hij niet het talent en de mogelijkheden had om een warme, liefdevolle band met zijn zoons te hebben. Nee, daar heb ik in zijn laatste dagen niet met hem over gesproken, hij lag zo op apegapen in het ziekenhuis.”

“Laatst hoorde ik iemand op de radio zeggen dat het zo belangrijk is om goed afscheid te nemen, alles uit te spreken. Mijn eerste reactie was: dat heb ik met mijn vader ook gedaan. Om me daarna te realiseren: o nee, niet in het echt. Maar ik heb na zijn overlijden twee dromen gehad waarin we goed gesproken hebben. Eigenlijk is onze band na zijn dood alleen maar beter geworden.”

Spijkers vertelt deze verhalen in zijn kleedkamer. Op het podium, tijdens de voorstelling, komen ze niet aan bod. “Ik vind het goed om de achtergronden te schetsen in een interview, op mijn site kunnen bezoekers ook van alles vinden, maar tijdens het programma wil ik dat de liedjes eigenlijk het hele verhaal vertellen. Net als bij Jacques Brel, zijn teksten spraken ook voor zich.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden