Plus

Theatermaker houdt Hitlers oogappel Speer tegen het licht

Bo Tarenskeen is gefascineerd door kwade denkers. Zijn nieuwe voorstelling, die dinsdag in Frascati in première gaat, draait om Albert Speer: kunstenaar én architect van Hitler.

Bo Tarenskeen: Door de ronkende retoriek kun je het niet meer hebben over wat er echt aan de hand is. Beeld Tammy van Nerum

Na voorstellingen over Adolf Eichmann, Henry Kissinger en Martin Heidegger maakt theatermaker Bo Tarenskeen (1981) nu een voorstelling over Albert Speer - architect van Adolf Hitler en minister van Bewapening tijdens de Tweede Wereldoorlog, kunstenaar en misdadiger tegelijk.

In de voorstelling vertolkt Tarenskeen zelf de rol van Speer, die wordt geïnterviewd door een Amsterdamse architectuurcritica (Laura Mentink) die het hardnekkig alleen maar over kunst en esthetiek probeert te hebben. "Ze probeert haar morele oordeel zo lang mogelijk uit te stellen. Dat is het steekspel dat ik nu aan het schrijven ben," legt Tarenskeen uit in zijn studio op de Haarlemmerdijk.

Die studio bestaat uit één ruimte die uitpuilt van overvolle boekenkasten, stapels paperassen en post-its, en - als tegenhanger - een bijna lege, witte, zonovergoten kamer. Schrijven doet hij tot het laatste moment. "Heidegger had ik ook pas om half drie 's middags voor de eerste try-out af."

Wat fascineert u aan Albert Speer?
"Speer heeft honderdduizenden doden op zijn geweten maar is nooit opgehangen. Hij heeft in plaats daarvan twintig jaar gevangenisstraf gekregen, omdat hij diep door het stof is gegaan en als enige hoge nazi in de Neurenbergprocessen spijt heeft betuigd. Omdat hij zo'n nederige, beschaafde gentleman was, wist hij iedereen om de tuin te leiden. Zo beweerde hij dat hij niets wist van de Jodenvervolging."

"Het interessante is dat zijn schuldbekentenis door de Duitsers en de andere Europeanen is omarmd. Want als zelfs de op één na belangrijkste nazi niets wist van Auschwitz, kon de rest van Europa natuurlijk makkelijk zeggen dat zij ook nergens van hebben geweten. Mensen konden zich via hem vrijpleiten. Ik sprak laatst ­iemand die zei: 'In de jaren tachtig gold hij echt nog als een goeie nazi.'"

Wat wilt u met uw voorstelling onderzoeken?
"Het gaat mij natuurlijk niet om zijn ontmaskering, dat hebben anderen al gedaan, maar om waar Speer voor staat. Hij vertegenwoordigt als geen ander de esthetiek van het totalitaire denken - iets wat nog steeds, of opnieuw, populair is."

Hoe manifesteert zich dat nu?
"Ik heb het over de verleidingskracht die uitgaat van grote, niet-realiseerbare verhalen die ons uiteindelijk kapot zullen maken. De grote visies van de antiliberale democraten of de antidemocratische leiders, waar de laatste jaren iedereen voor aan het vallen is. Hongarije, Polen, Turkije, Amerika, Rusland."

En Nederland?
"Nederland natuurlijk ook. De geluiden die je hoort - 'maak Nederland weer van de Nederlanders', 'we moeten terug naar onze eigen cultuur' - vreten de politiek op. Want door zulke ronkende retoriek kun je het niet meer hebben over wat er nu aan de hand is."

"Het zijn utopieën die ons uiteindelijk zullen opeten. Bij Speer zag je dat goed in de gebouwen die hij moest ontwerpen: mensen verdwenen er letterlijk in. Als hij de Grote Volkshal in Berlijn had gebouwd - een hal die zo groot was dat hij de Eiffeltoren kon overdekken, met daarin een podium voor Hitler - was Hitler daarin ook verschrompeld tot een soort vlo. Zo'n gebouw had van het volk mieren gemaakt, maar ook van Hitler, en dat laatste was natuurlijk niet de bedoeling. Dat is een mooi voorbeeld van hoe die esthetiek de bedenkers ervan uiteindelijk zal opslokken."

"We willen natuurlijk allemaal een helder vergezicht of narratief. Maar het vervelende van democratie is dat het nu eenmaal een lelijke ­bestuursvorm is. Het is rommelig, chaotisch. Absolute waarheid of absolute schoonheid zijn termen die niet gelden in een democratie. Maar ik snap de behoefte eraan. Net zoals ik de ­behoefte aan een God goed begrijp."

"Speer was een architect die reageerde op wat nodig was. Daar staat hij ook symbool voor: gewoon een goede manager. Zo'n opmerking van Mark Rutte - 'een visie is een olifant die het zicht belemmert' - holt de politiek moreel uit. En vervolgens het volk. Dan worden we een volk van managers, technocraten, bureaucraten, die alleen nog maar kunnen reageren op wat er aan de hand is. Een volk met alleen een soort ad-hocmoraal."

"We willen geen land met alleen maar managers, mensen die alleen maar kunnen reageren. Maar we willen ook geen visie die ons uiteindelijk vermorzelt. Het is een soort balanceeroefening, die nu op de tocht staat."

Bo Tarenskeen: Speer, t/m 2/3 in Frascati, 24/4 in Toneelschuur Haarlem.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden