PlusInterview

Theatermaker Bodil de la Parra: ‘Het was tot mijn twaalfde thuis altijd feest’

Eerst was er al de voorstelling Het verbrande huis, nu heeft theatermaker Bodil de la Parra onder dezelfde naam een autobiografisch boek geschreven. Ze weidt erin uit over haar verhouding tot haar Surinaamse familie en tot Suriname zelf.

Bodil de la Parra.Beeld Michiel Voet

Op de plek waar ooit de drogisterij van haar opa stond, is een groot, gapend gat. Het opvallende pand met het spijltjesbalkon, waarin generaties familiegeschiedenis besloten lag, was in de nacht van 14 op 15 oktober afgebrand. Alleen de rood met zwart geglazuurde drempel trof Bodil de la Parra er aan, toen ze met haar vader, filmmaker Pim de la Parra, in 2014 ging kijken.

Dat bezoek aan de Zwartenhovenbrugstraat is het raamwerk van De la Parra’s boek Het verbrande huis, waarin ze de geschiedenis van de familie De la Parra tot leven wekt. Van Mordechai de la Parra en zijn vrouw Rosalina die het huis rond 1892 lieten bouwen, hun zoon Maurits Julius die zich er vestigde als apotheker en met zijn vrouw Eliza acht kinderen kreeg, haar grootvader Richard Leonard, een van de acht, die op zijn beurt ‘R.L. de la Parra’s agenturen’ leidt, van zijn twee zoons én van de jongere generaties – zoals zij en haar broertje uit Osdorp, die in 1970 voor het eerst kennismaakten met hun neven Kenneth en Noel.

Het is ook een boek waarin De la Parra (56) haar eigen verhouding tot de familie aftast – tot de familieleden, maar ook tot de rol van de familie in het slavernijverleden én haar verhouding tot het land waar haar vader werd geboren, Dat voelde als ‘thuis’ maar was na de Decembermoorden ook lang op afstand.

Foto uit de privécollectie van Bodil de la Parra.Beeld privécollectie

U heeft veel voorstellingen gemaakt waarin uw familie en afkomst een rol spelen. Zo ­herkennen we in uw boek de oudtantes Gus en Pop die in Orgeade Overzee met Carolina Mout uit 1996 al zulke belangrijke rollen hadden. Ook Het verbrande huis was eerst een voorstelling. Waarom wilde u een boek schrijven?

“Ik stond met de voorstelling Gouwe Pinda’s in het theater in januari 2018, toen redacteur Jasper Henderson mij na afloop benaderde met de vraag of ik niet een keer een boek wilde schrijven. Het was me al vaker gevraagd, maar ik had het nooit gedaan. Ik zei tegen hem: Ik heb ruwe teksten liggen voor een theatermonoloog, die kan ik je laten lezen, maar ik moet eerst die voorstelling maken.

“Ik had echt geen idee wat het is om een boek te schrijven; dat is een andere rit. Op dingen die in de voorstelling heel kort door de bocht waren, moest ik nu echt uitzoomen. Losse zinnetjes in het stuk zijn hele hoofdstukken geworden. Maar de drang naar het schrijven van mijn familiegeschiedenis was wel heel groot. Wij stammen af van Sefardische Joden. In een stamboom trof ik de namen aan van twee broers, Samuel en Salomon, die rond 1667 op de vlucht voor de inquisitie naar Suriname zijn gekomen.”

Belangrijk was uw ontdekking dat deze Joden als planters met een suikerplantage op de Jodensavanne slavenhouders waren. Ook de familie De la Parra. Het bracht u in grote verwarring: hoe schuldig maakt dat u nog – terwijl u er zo trots op was Surinaams te zijn.

“Dat was zo verwarrend. Ik heb ook Creools bloed en inheems bloed, alles aan de De la ­Parrakant is gemixt, zoals bij veel Surinamers. Ik vind dat ik zeker in deze tijd die lijn van de slavenhouders in mijn familie moet vertellen. Van elkaars geschiedenis en verhalen moet je het leren. Als je het niet hebt gehoord, weet je het niet.”

De drogisterij van de familie in Paramaribo.Beeld privécollectie

Doelt u daarbij op de Black Lives Matter­beweging – want uw boek verschijnt op een bijzonder moment?

“Wat ik het bijzonderste daaraan vind, is dat mijn kinderen er zo door bevlogen zijn. Ze stonden op de Dam en in de Bijlmer, ze spreken zich ineens uit, terwijl ze daarvoor nooit zo hadden stilgestaan bij hun achtergrond.Ik ben niet zwart, mijn vader komt uit Suriname en mijn moeder uit Indonesië. Ik maak er al best lang theater over. Het is tijd dat mensen zich beginnen te beseffen dat geïnstitutionaliseerd racisme bestaat. Het voortschrijdend inzicht, ook dat van Mark Rutte nu met Zwarte Piet, is beter dan niets.”

In uw boek beschrijft u hoe u het omgekeerde overkwam als meisje in Suriname.

“In Nederland werd ik gezien als exotisch. Ik werd pinda genoemd en mijn ouders hadden ook nog een artistieke achtergrond waar we in Osdorp op werden aangekeken. Suriname voelde daarna als thuiskomen, een warm welkom. Tot ik met mijn neef en andere kinderen aan het spelen was en een donker meisje vond dat ik niet mee mocht doen. Want, zo zei ze, ‘je bent niet van hier’. Dat zet je aan het denken.”

U was in uw jeugd vaak eenzaam. U beschrijft hoe uw ouders in Suriname bleven, omdat uw vader daar de film Wan Pipel aan het opnemen was, en u en uw broertje terug moesten naar Osdorp, naar oma.

“Die herinneringen van mezelf als meisje kwamen tijdens het schrijven helemaal naar boven; de tegenstelling tussen Osdorp en Suriname. Om die film te maken waren mijn ouders gewoon een half jaar weg. Dat heeft veel indruk gemaakt, dat waren vormende jaren. Ik heb later weleens gedacht dat het minder pijn deed toen mijn ouders gingen scheiden, omdat we toch al van ze losgescheurd waren. Tot mijn twaalfde was het thuis altijd feest. Toen sloeg het om. Ze gingen weg om artistieke redenen. Maar wat heb je daar als kind aan, in je basisschooljaar, met het eindstuk waar niemand naar komt kijken en een bange oma van wie ik niets mocht? Het is een scheuring geweest, die ik lang niet heb benoemd maar waar ik in mijn kunstenaarschap achter ben gekomen.

“Ik besef nu dat mijn ouders ook verscheurde mensen waren. Mijn moeder kwam hier vanuit Indonesië, toen ze negen was. Mijn vader kreeg een cultuurshock, toen zijn moeder overleed op zijn zevende. Op zijn twintigste ging hij naar Nederland. Dat mijn ouders ons konden achterlaten, daar heeft hun migratieachtergrond ook mee te maken. Er zit migratie in mij, dat is iets waarmee ik ben opgevoed. En er zijn heel veel Nederlanders met een migratieachtergrond. Als je dan wordt aangesproken op je kleur … Mensen moeten weten dat die migratieachtergrond heel grote stempels drukt op de maatschappij en hoe je met elkaar omgaat.”

Foto's uit de privécollectie van Bodil de la Parra, kosteloosBeeld privécollectie

Het verhaal van uw vader en zijn broertje is aangrijpend. Niemand heeft hen verteld dat hun moeder dood is; uw vader ziet zelfs de begrafenisstoet zonder te weten dat het om zijn moeder gaat. Daarmee krijg je enig begrip voor hem. Er komt óók een tijd dat hij in armoede op Aruba leeft en dat u hem zo’n beetje moet opvoeden en boos bent op zijn gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel.

“Ja, maar de band met mijn vader is nu al best lang redelijk goed. Dat ik Het verbrande huis in januari 2019 heb mogen spelen en dat hij dat als los kunstwerk heeft kunnen bekijken, was heel bijzonder. Ik ben al lang volwassen, ik heb stappen gemaakt. Ik heb gedacht: ik mag blij zijn dat hij er nog is, dat hem de dood van zijn zoon is overkomen en dat wij daar als familie mee hebben kunnen dealen. Hij is 80 en altijd trots op mij en mijn halfzusje Nina.”

U beschrijft in het boek hoe uw broer afglijdt in een depressie, waardoor hij zijn leven ­beëindigt. Dat is zo schrijnend als je ook hebt gelezen over dat grappige broertje. Vond u het moeilijk hierover te schrijven?

“Dat was eerst helemaal niet mijn plan, maar ik kwam bij het schrijven op een punt dat ik dacht: o, dít moet ik dus gaan doen. In dit boek kan ik minder afstand houden dan als ik aan het spelen ben. Ik dacht: dat wordt wel zwaar, en het was ook moeilijk de goede toon, de juiste balans te vinden. Maar het hoorde in het verhaal.”

Foto uit de privécollectie van Bodil de la Parra.Beeld privécollectie
Foto uit de privécollectie van Bodil de la Parra.Beeld privécollectie

Een groot deel van uw familie is naar uw stuk komen kijken toen u het in januari 2019 in Paramaribo speelde – met meer en minder enthousiasme. Wat vinden ze nu van uw boek?

“Ze wisten het niet, ik kon het ze niet vertellen, want dat had me in het schrijven belemmerd. Ik heb ze nu geappt, dat is de makkelijkste manier. ‘Liefste familie, als ode komt nu ook het boek uit.’ Mijn neef Noel is altijd supertrots, omdat ik de familie op de kaart heb gezet. Maar een nicht liet weten dat ze trots was en dat het fijn was dat ik de voorstelling had gemaakt, maar dat ze niet zou komen kijken omdat ze van de titel alleen al buikpijn kreeg. Haar moeder was tante Jenna, die door de brand zeer getraumatiseerd is geraakt en inmiddels is overleden. Nu heeft ze me gefeliciteerd met het boek, maar ik weet niet of ze het zal gaan lezen. De familie is me heel dierbaar, maar ze hebben heel wat te stellen met ons artistiekelingen. Eerst mijn vader en nu zijn twee dochters die die theatrale uiting hebben. Maar goed, dat is dan maar zo.”

U schrijft ook over de politieke ontwikkelingen in Suriname, die ook uw band met het land beïnvloeden.

“Ja, die lijn kon ik in mijn boek veel langer doortrekken dan in mijn voorstellingen. Ik was op Aruba bij mijn vader, toen hij hoorde van de Decembermoorden. Hij heeft bij vermoorde mensen in de klas gezeten, kende iedereen. Daarna ben ik tien jaar niet in Suriname geweest. Er gebeurde zoveel in Amsterdam, we moesten als gezin, wij en mijn moeder met haar nieuwe vriend, echt zien te overleven. Ik wil verder niet klagen, maar zoals ik schrijf: in die periode was Suriname uit het oog, stond de familieband op een lager pitje.

“Toen ik in 1992 voor het eerst weer op vliegveld Zanderij aankwam, stroomden de tranen over mijn wangen. Ik moest opnieuw kennis­maken met dat verarmde land. Mijn God, als het toch echt gaat gebeuren dat Bouterse van het toneel verdwijnt … Als het toch eens zo zou zijn dat alle schatten, grondstoffen en goud ooit weer ten goede komen aan de bevolking van Suriname … In godsnaam, ik hoop het echt.”

Non-Fictie, Bodil de la Parra, Het Verbrande Huis, Lebowski, €22,99, 240 blz.

Bodil de la Parra

Bodil de la Parra (Amsterdam, 1963) acteert en schrijft theaterteksten. Ze studeerde aan de Kleinkunstacademie en de Theaterschool. Ze schreef stukken voor Bellevue Lunchtheater, Theater Artemis, het NNT, Het Zuidelijk Toneel en Orkater. Ze schreef de voorstellingen Ouwe Pinda’s en Gouwe Pinda’s – waarin ze ook zelf speelde – en voor de grote Surinametentoonstelling Nola, een leven in een leven. Ze is de dochter van Pim de la Parra en Lies Oei.

 
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden