PlusInterview

Theaterdiva’s op het podium: ‘Stoffig? Het was toen juist vrijer’

Wat als theaterdiva’s Conny Stuart, Jasperina de Jong en Adèle Bloemendaal samen een concert hadden gegeven? Dat is het uitgangspunt van De Grote Drie, dat volgens de actrices vaste kost moet worden op toneelscholen.

De Grote Drie vlnr Frédérique Sluyterman van Loo, Hanneke Drenth en Ellen Pieters.Beeld Roy Beusker

‘Het is allemaal zo truttig tegenwoordig. De studenten van de kleinkunstopleidingen hebben geen idee dat het vroeger veel vrijer, veel losser was. Die moeten door hun docenten naar voorstellingen als De Grote Drie worden ­geschopt, maar dat gebeurt niet of veel te weinig.”

Ellen Pieters, die in de voorstelling De Grote Drie over de kleinkunstdiva’s Conny Stuart, Jasperina de Jong en Adèle Bloemendaal de laatste tot leven laat komen, heeft het dan over teksten als Het Vingerlied van Flip Broekman en De Kerkhofganger van Hans Dorrestijn. Daar is volgens Pieters niets stoffigs of oubolligs aan. “De laatste zin van het lied van Dorrestijn, dat over een necrofiel gaat die de kerkhoven afstroopt, is prachtig, maar daar komt een schrijver tegenwoordig niet meer mee weg.”

Voor hij huiswaarts zal gaan keren 
Klopt hij de maden uit zijn kleren 
En na het horen van dit lied 
Is een pedofiel zo erg nog niet 

Pieters is samen met Frédérique Sluyterman van Loo, die voor de voorstelling in de huid kruipt van Conny Stuart, in een Amsterdams restaurant aangeschoven. Zij spelen samen met Hanneke Drenth een concertante uitvoering van de musical De Grote Drie, die enkele jaren geleden in de prijzen viel op het Musical Award Gala. Er konden aan de nieuwe voorstelling extra liedjes worden toegevoegd die de musical niet hadden gehaald, maar er zijn wel enkele scènes intact gebleven om de drie vrouwen een beter fundament te geven.

“Jij kwam na mij bij Cabaret Lurelei,” wrijft Adèle haar jongere collega Jasperina De Jong zo in een van die scènes in.

“Ja, en toen begon het succes,” kaatst de chique arrogante De Jong dan terug.

Verschil in karakter

Het fragmentje is exemplarisch voor de uiteenlopende persoonlijkheden van de theaterdiva’s. De drie vrouwelijke grootheden van de kleinkunst zijn elkaar ongetwijfeld wel eens in de kleine theaterwereld tegengekomen, maar vriendinnen zijn het nooit geworden. Dat had niet alleen met het leeftijdsverschil tussen Stuart (1913) en Bloemendaal (1933) en De Jong (1938) te maken, maar vooral met het verschil in karakter.

Sluyterman van Loo: “Adèle was veel te wild voor Conny Stuart, die behoorlijk meegaand was. Dat sloot aan bij haar beschaafde Haagse achtergrond. De schijn ophouden en niet zeuren. Conny zou rustig voor de gesloten artiesteningang van het theater blijven wachten, en dan ook nog zeggen dat het niet erg is, terwijl Adèle dan gewoon rechtsomkeert zou maken.”

Een afspraak was voor Bloemendaal een relatief begrip. Sluyterman was in een ver verleden understudy voor Bloemendaal in een grote show. Ze kon niet repeteren met de mededeling dat ze haar enkel had verzwikt, omdat ze over haar poes was gestruikeld.

Sluyterman: “Dat was op zich al een hilarisch excuus, maar of ze werkelijk over haar huisdier is gestruikeld, was niet zeker.”

Kraambezoek

Befaamd is de zwangerschap die Bloemendaal opgaf als reden om in 1969 uit het cabaretprogramma Met blijdschap geven wij kennis met Gerard Cox en Frans Halsema te stappen. Cox heeft haar in de jaren daarna regelmatig gevraagd of hij nou eindelijk eens op kraambezoek kon komen.

Pieters: “Adèle heeft eens gezegd dat ze lui is, behalve als ze iets echt leuk vindt. Als ze zich verveelde gaf ze er de brui aan en kon ze alle kanten opvliegen. Maar ze was wel heel serieus met het vak bezig. Ze gaf mij eens het advies: ‘Laat je niet beetnemen, want het zijn allemaal haaien.’ Ze wist dat als je talent hebt de mensen om je heen daar gebruik en vooral misbruik van maken.”

Sluyterman: “Het grote talent van Stuart was haar liedinterpretatie. Ze maakte van elk liedje een toneelstukje. Ze was een geweldige uitvoerder – en wat maakt het dan uit dat ze zelf nooit iets heeft geschreven?”

Pieters: “Datzelfde geldt toch ook voor Wim Sonneveld. Je hebt makers en uitvoerders. Een meesterpianist hoeft ook zijn eigen concert niet te componeren en een operazangeres hoeft geen opera te schrijven.”

Pieters en Sluyterman van Loo zijn inmiddels behoorlijk met hun theaterpersonages vergroeid. Pieters heeft geen enkele moeite met de bulderlach van Adèle, die trouwens niet echt afwijkt van haar eigen schaterlach. Op de zang moet zij zich wel goed concentreren. “Adèle was een hele grote struise vrouw, een echte alt. Ik ben een typische sopraan, klein en dik, dus ik moet het midden zien te vinden in het stem­geluid.”

Besmuikte lach

Sluyterman heeft de besmuikte lach van Stuart goed bestudeerd en moest met haar stem flink naar beneden, met een laag strottenhoofd zingen.

“In haar tijd werd alles hoog gezongen, maar alleen de Franse chansonnières, zoals Juliette Gréco zongen laag en zo wilde Stuart ook klinken. Daarom komt mijn favoriete nummer, Het is over van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink, zo hard aan. Het grijpt mij elke keer als ik het zing weer aan. In dat lied over een vrouw die haar man aan een andere vrouw kwijtraakt, wordt eerst het sentiment onderdrukt, maar aan het slot overheerst toch het gevoel. Je ziet mensen in het publiek met betraande ogen zitten. We hebben allemaal die emoties wel meegemaakt: de machteloosheid, het gekwetst zijn.”

Pieters: “Het nummer zit aan het eind van de voorstelling. Het is net even de kaakslag die je iedereen dan meegeeft.”

De Grote Drie door De Graaf en Cornelissen Entertainment, met Ellen Pieters, Frédérique Sluyterman van Loo en Hanneke Drenth, zaterdagavond en zondag tweemaal in DeLaMar Theater. Er zijn nog kaarten. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden