Plus Interview

The Kinks-zanger Ray Davies: ‘Dit land verkeert in een treurige chaos’

The Kinks in 1970, met de broers Ray en Dave Davies in het midden. Beeld Conde Nast Collection Editorial

Critici waren lovend, fans van The Kinks lieten het afweten. Meesterwerk Arthur (Or the decline and fall of the British Empire) is opnieuw uitgebracht.

Het decor is every inch ­Engels, typisch The Kinks. De tearoom ­annex kunstgalerie in Waterlow Park in het Noord-Londense Highgate kan zo worden ­bezongen door Ray ­Davies, zanger/componist van de voormalige Britse rockformatie. Hij schreef nummers als Dedicated Follower of Fashion, Sunny Afternoon en Waterloo Sunset, die behoren tot de mooiste popliedjes. Niet in de laatste plaats dankzij zijn scherpe en ironische blik op de Engelse samenleving.

Sir Ray Davies (75) – hij werd geridderd door prins Charles – gaat schuil achter een licht­getinte bril, zijn handelsmerk. Spreken is bij hem fluisteren geworden, de meeste zinnen ­doven uit in zacht gemurmel. Hij oogt oud, zeker vergeleken met dat andere Britse icoon, Mick Jagger. Die 76-jarige sprint nog altijd als een ­bezetene over de internationale podia. Dat deed Davies, meer gentleman dan muzikale volksmenner, nimmer.

“Ik ben eigenlijk kunstschilder. Toen we met The Kinks begonnen, begin jaren zestig, voelde ik me componist noch tekstschrijver. Laat staan podiumpersoonlijkheid.” Hij vond zijn definitieve vorm op Arthur (Or the decline and fall of the British Empire), het conceptalbum uit 1969 dat door het gezaghebbende tijdschrift Rolling Stone tot de beste plaat van dat jaar werd uitgeroepen. Dat album is nu opnieuw uitgebracht.

Toppen en dalen

Davies vertelt op Arthur – artistiek een hoogtepunt, commercieel slechts een matig succes – het verhaal van het machtige Britse rijk, dat bijna een kwart van de aarde omvatte en dat, geteisterd door oorlogen, economische depressie en de vastgeroeste klassenmaatschappij, afbrokkelde tot een modale natie die zich tot op de dag van vandaag wentelt in nostalgie en weemoed.

Op het album passeren de toppen en dalen van het eiland in de laatste tweehonderd jaar: van de single Victoria, over de iconische koningin, de Eerste Wereldoorlog, het opwindende en angstige interbellum en het optimisme na de Tweede Wereldoorlog, in de kleine hit Shangri-La. “De plek die gewone mensen in de geschiedenis innemen is belangrijk in mijn werk. Ik kies vaak voor milde spot. Ik bedoel, de heersende klasse, het old boys network in Engeland, denkt nog ­altijd dat wij ertoe doen in de wereld. Dat is, ­gezien de ontwikkelingen rond de brexit, op z’n minst geestig te noemen.”

In die zin kon de heruitgave van Arthur niet op een beter moment komen, beaamt Davies. “Ik zing in het liedje Mr. Churchill Says: ‘We gotta fight the bloody battle to the very end’. Vervang Churchill door Boris Johnson en je bent er. Hij waant zich trouwens oprecht van het kaliber Churchill. Hij schreef ook een verheerlijkend boek over hem.”

Davies modelleerde de hoofdpersoon van de plaat, de tapijtlegger Arthur Morgan, naar zijn zwager Arthur Anning, die begin jaren zestig met Davies’ lievelingszus Rose naar Australië emigreerde bij gebrek aan (economisch) perspectief. “Rosy was zestien jaar ouder en in ons gezin van acht kinderen mijn échte moeder. Toen ze naar Australië vertrok, was ik intens verdrietig.” Voor het Kinks-album Face to Face (1966) schreef hij de hartenkreet Rosy won’t you please come home. Zijn zwager hoorde pas later dat Davies hem had gebruikt als hoofdrolspeler. “Hij vond het godzijdank een eer.”

Aanvankelijk zou Arthur als basis dienen voor een tv-serie, maar die kwam er nooit. “Gelukkig. Het zou een halfbakken Downton Abbey zijn ­geworden, terwijl ik het als muzikale, historische rockdocumentaire bedoelde.”

Beroerte

Vaste vraag in een interview met Davies: hoe vergaat het zijn broer Dave, met wie Ray de spil van de band vormde? In hun relatie was er never a dull moment. Sterker, bij deze broers verbleken Kaïn en Abel tot koorknaapjes. Niet zelden stonden ze elkaar fysiek naar het leven.

“Dave woont in de Verenigde Staten en is erg bezig met spiritualiteit en gezondheid. Hij ­mediteert en is gelukkig goed hersteld van de beroerte die hij in 2004 kreeg. Ik zie hem zelden. Toen we elkaar weer eens troffen en ik een paar nieuwe songs liet horen, zei hij: ‘Rubbish!’ ­Typisch Dave. Maar ja, broers hè… Vraag het ­Liam en Noel Gallagher van Oasis. Als emoties de overhand krijgen, stormt het bij broers. Bij ons werden het tornado’s.”

Ray Davies, drie keer getrouwd, onder ­anderen met zangeres Chrissie Hynde van The Pretenders en vader van vier dochters, kampt nog altijd met sclerose, een aandoening die hij van jongs af aan heeft en die zorgt voor chronische pijn in zijn botten. In 2004 werd hij tijdens een vakantie in New Orleans in zijn been geschoten, toen hij een dief achtervolgde, die zijn reisgenoot had bestolen. “De pijn verergerde daarna. Maar het heeft me er, ondanks de zware pijnstillers, nooit van weerhouden muziek te blijven maken.”

Davies keert nog even terug naar de brexit. Hij is een verwoed tegenstander “Jullie denken natuurlijk op het continent dat wij krankzinnig zijn. Nou, dat klopt. Op ons album vertrok ­Arthur gedesillusioneerd naar Australië, en wat gebeurt er nu? Complete bedrijven houden het hier voor gezien. Dit land verkeert in een treurige chaos en dat maakt me intens verdrietig, want ik houd zo ontzettend van dit idiote eiland.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden