PlusFilmrecensie

The Invisible Man verrast en verbluft

Elisabeth Moss als Cecilia in The Invisible Man.Beeld Universal Pictures International

Geef een man het vermogen om onzichtbaar te worden en hij maakt er gegarandeerd misbruik van. Dat is de rode draad die de in 1897 gepubliceerde sciencefictionroman The Invisible Man van de Britse schrijver H.G. Wells inhoudelijk verbindt met de meeste verfilmingen – van de eerste uit 1933 tot Paul Verhoevens Hollow Man (2000). De nieuwste versie wijkt daarvan niet af, maar hanteert een verfrissend nieuw en actueel perspectief dat het #MeTootijdperk weerspiegelt.

Schrijver en regisseur Leigh Whannell richt de aandacht niet op de onzichtbare man, maar op de geterroriseerde vrouw die midden in de nacht naast hem wakker wordt, uit hun villa ontsnapt en zonder haar echtgenoot een beter leven wil leiden. Whannell deed er verstandig aan de hoofdrol aan Elisabeth Moss te geven: haar expressieve blik zorgt ervoor dat we elke nuance van haar gevoelens meekrijgen.

Het maakt de lang uitgesponnen en muisstille ontsnapping meteen tot een spannende nagelbijter, waarin de monumentale betonnen villa aan de Californische kust het aanzien van een onneembare vesting krijgt. Tijdens haar uitbraak op kousenvoeten saboteert de door Moss vertolkte Cecilia de beveiliging in een laboratorium dat zonder enige uitleg duidelijk maakt dat haar slapende echtgenoot de onzichtbare man zal zijn.

Het is een sterke illustratie van het show, don’t tell-principe dat in scenarioklassen als vuistregel wordt gehanteerd: maak geen woorden vuil aan zaken die je in je film kunt laten zien. De gespannen blik van Moss, het potje slaappillen dat ze meeneemt, de beveiligingscamera die ze naar het bed met de slapende echtgenoot draait, de paspoppen in het lab: uit alles blijkt dat die vent een monster moet zijn en dat hij onzichtbaar kan worden.

Whannell hanteert het show, don’t tell-principe niet alleen in de openingsscène, hij gebruikt het in alle scènes waarin de onzichtbare klootzak zwijgend toeslaat. Dat is ongebruikelijk: vanaf James Whales puike verfilming uit 1933 konden filmmakers het niet laten de onzichtbare man een stem te geven. Dat pakte bij Whale overigens niet slecht uit, want de hooghartige en agressieve toon van vertolker Claude Rains werkte flink op de zenuwen.

Die eerste verfilming behoorde tot een reeks fantastische horrorfilms, waarmee Hollywoodstudio Universal in de jaren dertig groot succes had. De afgelopen jaren zijn er bij Universal plannen gemaakt om nieuwe versies van de klassiekers Dracula, Frankenstein, The Mummy, The Wolfman, Dr. Jekyll & Mr. Hyde en The Invisible Man in een van Marvel afgekeken overkoepelend raamwerk samen te brengen. Na valse starts met Dracula Untold en het even deerniswekkende The Mummy (met Tom Cruise en Russell Crowe) is dat onzalige idee evenwel losgelaten.

Het bespaart ons een afgeblazen film met een onzichtbare Johnny Depp en het geeft filmmakers als Whannell de gelegenheid een eigen koers te varen en zich op het monster in kwestie te richten. De misdadiger uit Wells’ roman was al een kwelgeest en hij is nu een stalker, die zijn vrouw met list en bedrog en een briljante uitvinding in de tang houdt. Whannells plot verrast, verbluft en kronkelt iets meer dan goed is, maar de metafoor voor een verziekte man-vrouwrelatie is raak, scherp en geheel van deze tijd.

Deze onzichtbare mag gezien worden.

The Invisible Man

Regie Leigh Whannell
Met Elisabeth Moss, Aldis Hodge, Harriet Dyer, Storm Reid
Te zien in Arena, Euroscoop, De Munt, Studio K

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden