PlusFilm van de Week

The Card Counter: hoe een oud-soldaat aan de pokertafel de waanzin van Abu Ghraib probeert te verwerken

Het onheilszwangere The Card Counter toont hoe een Amerikaanse oud-soldaat in het reine hoopt te komen met wat hij aanrichtte in de Iraakse gevangenis Abu Ghraib.

Joost Broeren-Huitenga
Oscar Isaac als William Tell aan de pokertafel in The Card Counter. Beeld Independent Films
Oscar Isaac als William Tell aan de pokertafel in The Card Counter.Beeld Independent Films

Hoewel The Card Counter draait om een pokerspeler, en de titel daar ook expliciet naar verwijst, is dit géén film over poker. Zoals de legendarische filmmaker Paul Schrader met zijn vorige film, het meesterwerk First Reformed, de geloofscrisis van een priester gebruikte als camouflage voor een verhaal dat eigenlijk over de klimaatcrisis ging, zo is het pokerspel in The Card Counter slechts dekmantel voor een film over het morele failliet van Amerika na de schandalen van Abu Ghraib.

Het weerhoudt Schrader er niet van om in de opening van de film uitgebreid stil te staan bij de ins en outs van Texas Hold’em, de televisiegenieke pokervariant die de afgelopen decennia de overhand kreeg. Het spelverloop daarvan wordt subtiel weerspiegeld in de structuur van de film. Elke speler heeft hierbij twee eigen kaarten in de hand, plus vijf gedeelde kaarten op tafel, die in fases worden onthuld.

Een beetje zoals hoofdpersoon William Tell (Oscar Isaac) zijn kaarten dicht bij de borst houdt, maar een andere richting op wordt geduwd door een aantal onverwachte ontmoetingen – met Circ (Tye Sheridan), een jongeman wiens vader ook in Abu Ghraib diende, en met La Linda (Tiffany Haddish), een ritselaar in de pokerwereld.

De introductie legt ook de strategie van Tell uit: het kaarten tellen uit de titel. Schrader presenteert al die pokeruitleg met de flitsende graphics die we kennen uit luxe casinofilms, maar al snel blijkt dat een afleidingsmanoeuvre. The Card Counter toont het ware gezicht van het casino: geen glitter en glamour maar verlopen interieurs en verveling.

Vrijwel zonder daglicht

Schrader is zelf een fervent pokeraar, en hij weet dat het geen spel van actie is, maar van wachten. Wachten op een goede hand, wachten tot tegenstanders een fout maken. Of zelfs op tilt slaan: zich zozeer in het nauw gedreven voelen dat ze steeds agressiever gaan spelen, terwijl ze zich in feite alleen maar verder ingraven in hun verlies.

Dit is de wereld waarin Tell zich ophoudt, die overigens eigenlijk Tillich heet – zijn pseudoniem is noch door Schrader noch door het personage toevallig gekozen. Tell leidt een slaapwandelend bestaan, vrijwel zonder daglicht. Hij doet zijn werk in kleine casino’s in Amerikaanse winkelcentra, waar er alles aan wordt gedaan om de bezoekers de tijd te doen vergeten, en hij slaapt in groezelige motelkamers, waar hij eerst de meubels zorgvuldig inpakt in witte lakens. Het levert een krachtig beeld op, dat niet wordt uitgelegd, maar boekdelen spreekt voor een personage dat op zoek is naar reiniging.

Al die pokerregels waarmee de film opent, blijken uiteindelijk niet relevant voor de plot, waarin het pokeren gaandeweg naar de zijlijn verdwijnt, maar des te meer voor de karakterstudie die Schrader hier brengt. Het kaarten tellen leerde Tell in de gevangenis, waar hij als een van de weinige verantwoordelijken een straf uitzat voor de oorlogsmisdaden in Abu Ghraib.

Door kaarten te tellen, houdt Tell controle op het toeval. ‘Ik houd me bij bescheiden doelen,’ zegt Tell expliciet, en dat geldt niet alleen bij het pokeren maar in zijn hele leven. Wanneer hem bij het inchecken in een van de motels een kop koffie wordt aangeboden, vraagt hij eerst hoe lang geleden die werd gezet en checkt hij hoe vol de pot nog zit – plussen en minnen, risicospreiding.

Een voorzichtige romance

Allebei de mensen die op zijn pad komen, dagen hem uit die risicomijdende levenshouding los te laten. Waar een voorzichtige romance met La Linda hem hoop op een lichter leven biedt, lokt Circ hem juist richting duisternis. De jongen is uit op wraak op majoor Gecko (Willem Dafoe), Tells commandant in Abu Ghraib, die zijn straf ontliep.

Aangezien dit een film is van Paul Schrader, die befaamd werd als scenarist van Taxi Driver (1976) – een film waarmee The Card Counter expliciet verbonden is – en die een oeuvre vol dolende, gewelddadige mannen opbouwde, is van veraf duidelijk dat de duisternis het zal winnen.

Toch is het komiek Tiffany Haddish die als La Linda wegloopt met de film. In tegenstelling tot Sheridan, die zijn personage geen reliëf weet te geven, blijft zij glansrijk overeind tegenover Isaac, die een van zijn beste rollen speelt. Haar personage biedt niet alleen voor Tell, maar ook voor de kijker een broodnodig sprankje lucht in deze onheilszwangere film.

Abu Ghraib

De mensonterende folteringen van Iraakse gevangenen door Amerikaanse soldaten in de Abu Ghraibgevangenis, die in 2004 aan het licht kwamen, werden al eerder in films verbeeld – in fictiefilms als Rosewater van Jon Stewart en Zero Dark Thirty van Kathryn Bigalow, en in documentaires als Alex Gibney’s Taxi to the Dark Side en Standard Operating Procedure van Errol Morris. Maar zelden werden die zo intens verbeeld als in The Card Counter. Schrader gaat niet voor realisme, maar toont de waanzin zoals zijn hoofdpersonage zich die herinnert. ‘De enige manier om er te overleven,’ stelt die, ‘was om mee te surfen op de gekte.’

The Card Counter

Regie Paul Schrader
Met Oscar Isaac, Tiffany Haddish, Tye Sheridan
Te zien in Cinecenter, City, Eye, Filmhallen, Kriterion, Rialto, Tuschinski

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden