PlusInterview

The Boss is bij schrijver Richard Russo nooit ver weg

In zijn nieuwe roman Er is een kans speelt Richard Russo opnieuw met de enorme rol van stom toeval, mazzel of pech in ons bestaan. Hij ontsnapte aan de dienstplicht met een lucky number.

Vuurtoren op Martha's Vineyard.Beeld markchentx/Getty Images

Richard Russo (1949) zit in het studioflatje in Portland, Maine dat hij als kantoor gebruikt, twee verdiepingen boven het appartement dat hij recentelijk betrok met zijn vrouw Barbara. ‘Als ik uit het raam kijk, heb ik een adembenemend uitzicht op Casco Bay. Het is een schitterende dag, mensen wandelen over de kade en de zee is nog een tint blauwer dan de lucht. Niets, kortom, dat je doet denken: de wereld staat in brand.’ Over die brand later meer.

Voorlopig zien we hem haast door de telefoon heen glunderen, wanneer hij hoort dat we zijn werk vaak met dat van Bruce Springsteen vergelijken. “Well, you’ve just made my day… Er is waarschijnlijk geen artiest of schrijver tot wie ik me zo vaak wend als Springsteen. Vanwege zijn wijsheid en visie, zijn meesterlijke muziek…” En, ja, de verwantschap ziet hij ook: “We zijn ongeveer even oud, Bruce en ik, we hebben onze blik vaak op dezelfde onderwerpen gericht en schrijven over de mensen die blijkbaar het meeste voor ons betekenen: hardwerkende lui uit de arbeiders- en lagere middenklasse. Zout-der-aarde-mensen.”

Goedhartige, geestige blauweboordenbluesjes over small town America, Russo schrijft ze al sinds zijn romandebuut Mohawk (1986), vernoemd naar het fictieve industriestadje dat hij modelleerde naar Gloversville, NY waar hij opgroeide en dat altijd de hoofdstad van zijn verbeelding bleef. De inspiratiebron voor North Bath, waar Nobody’s Fool (1993) en Everybody’s Fool (2016) zich afspeelden, en het titelplaatsje in Empire Falls (2001), waarvoor hij een Pulitzer Prize ontving.

“Mijn moeder vond dat trouwens vreselijk,” lacht de schrijver. “Zij had zich zelf altijd gevangen gevoeld in Gloversville, en was er juist zo trots op dat ik was ‘ontsnapt.’ Ik had gestudeerd, was opgeklommen in klasse en een succesvol auteur geworden… en nóg schreef ik over die armoedzaaiers. Ze vroeg een keer: ‘Waarom hebben de mensen in jouw boeken nou nooit eens schone vingernagels?!”

Plaatsen van handeling in zijn nieuwe roman, Er is een kans, zijn Minerva College, de kleine liberal arts-universiteit in Connecticut waar hoofdpersonages Mickey, Teddy en Lincoln elkaar eind jaren zestig leerden kennen, en een vakantiehuisje in Martha’s Vineyard waar ze weer bij elkaar komen, ruim vier decennia nadat op dezelfde plek het vrijgevochten rijkeluismeisje Janice Colloway op wie ze alle drie smoorverliefd waren, spoorloos verdween.

Klinkt niet erg arbeideristisch? Toch lijkt The Boss ook in Russo’s veertiende boek nooit ver weg.

Oude rocker

Reden één: Mickey, die jarenlang in een succesvolle band zat, is het prototype van een oude rocker. “Als student aan de Universiteit van Arizona heb ik zeven jaar lang folkrock gespeeld in een restaurant. Ik ben pas gestopt als ‘professioneel muzikant’ toen ik serieus fictie ging schrijven. Omdat ik wist dat ik nooit echt een geweldige artiest zou worden en dacht dat de verhalen die ik wilde vertellen niet in songteksten pasten. Ik ben nu zeventig en heb inmiddels het gevoel dat ik met het schrijverschap wel het juiste pad heb gekozen. Maar soms, als net het goede nummer op de radio voorbijkomt, wil ik nog steeds alles opzij gooien, een elektrische gitaar inpluggen in een killer amp en keihard rock-’n-roll spelen.”

Dreigende schaduw

Een serieuzer raakvlak is de centrale rol die de dreigende schaduw van de Vietnamoorlog in het boek speelt, beaamt Russo. “In 2018 was ik samen met mijn vrouw bij een van de voorstellingen van Springsteen on Broadway, en tijdens die show vertelde hij in het intro van Born in the USA hoe hij met zijn vrienden uit Jersey naar de militaire keuring ging en ze er alles aan deden om te worden afgekeurd. Dat sommige vrienden wel naar Vietnam moesten, en hij niet. ‘Ik weet niet wie er in mijn plaats is gestorven,’ zei hij toen, ‘maar íémand heeft dat gedaan.”

“Precies dat gevoel heb ik ook gehad. En het heeft alles te maken met een thema waarmee ik al een jaar of tien bezig ben: de enorme rol die stom toeval, mazzel of pech hebben, in je bestaan speelt. Een veel grotere waarschijnlijk dan die o zo verstandige beslissingen waarop we ons graag laten voorstaan.”

Krachtig symbool daarvan is de ‘dienstplichtloterij’, toen op 1 december 1969 letterlijk aan geboortedata gekoppelde nummers getrokken werden, live op televisie. Hoe vroeger het jouwe viel, des te groter de kans dat je onder de wapenen moest. “Ik zat destijds in de keukenploeg van een studentenhuis, net als mijn trio, en ik weet nog goed wat een feestelijke sfeer er hing toen we met z’n allen in een achterkamertje naar die uitzending gingen kijken. Biertje erbij. Party! Maar hoe dommig we als negentien-, twintigjarigen ook waren, hoe we ook barstten van de bravoure, tegen het eind waren we allemaal doordrongen van het gewicht van het moment. Wisten we dat het verloop van ons leven zojuist mede was bepaald door welke pingpongballen er uit een loterijmachine waren gerold.”

“Na afloop liep ik over de campus naar de bibliotheek, waar mijn toenmalige vriendinnetje zat te studeren, om te vertellen dat ik veilig was. Inmiddels ben ik achtenveertig jaar met haar getrouwd.”

Russo’s eigen lucky draft number (322) gaf hij in de proloog aan Teddy, Mickey kreeg hetzelfde nummer als een onfortuinlijke jongen uit zijn keukenploeg (9), Lincoln belandt ‘ergens in het ongewisse midden’. Totaal verschillende jongens die totaal verschillende mannen blijken geworden. Met naast rocker Mickey de politiek en emotioneel behoudende makelaar Lincoln en academicus Teddy, een verstokte vrijgezel die zich opsloot in een bezadigd ‘leven van de geest’ en periodiek kampt met angstaanvallen.

Wat ze gemeen hebben is dat ze op een dure privéschool relatief arme beursstudenten waren, ‘leefden zonder financieel vangnet’, en dus dat ze vielen voor hetzelfde meisje. Wat waarschijnlijk veel met het eerste te maken heeft: “Jacy is beeldschoon, slim en wild. Het waren de jaren zestig, dus ze droeg geen bh… Allemaal waar. Maar ze worden denk ik ook verliefd op waar met haar steenrijke ouders voor staat: de aloude belofte van de Amerikaanse Droom.”

Whodunnit

En ondertussen zorgt het mysterie van Jacy’s verdwijning, waar Lincoln onderzoek naar doet, nog voor de nodige suspense. “Wat dat betreft heb ik nog nooit een roman geschreven die zo sterk om de plot draait,” zegt Russo. “Je leest hem deels als een thriller, een whodunnit. Al verwacht je daarbij een bepaald soort einde, dat ik met bijzonder veel plezier níét heb geleverd.”

Verrassend is het niettemin beslist. Zoals ook verrassend is hoeveel cruciale dingen de oude vrienden niet van Jacy én elkaar blijken te weten.

“Fascinerend is dat, hè, hoe weinig nieuwsgierig mensen soms naar elkaar zijn? We kennen dat denk ik allemaal. Je ontdekt iets vreemds of opmerkelijks over iemand die je al heel lang kent, en dan denk je: hoe is het mógelijk dat ik dat al die tijd niet heb gezien?! Bijna alsof we bang zijn voor wat we niet weten. Happier being stupid.”

Een glimp van de bange tijden waarin we nu leven haalde de roman ook, in de vorm van de naderende presidentsverkiezingen van 2016 in het algemeen en die ene Republikeinse kandidaat in het bijzonder.

“Ik wilde het verhaal als het ware inklemmen tussen twee liegende presidenten, met Nixon aan het begin en Trump waarvan je weet dat hij op het punt staat aan de macht te komen.” Maar in veel opzichten voelt Er is een kans, dat in Amerika een jaar geleden verscheen, voor Russo evengoed als een ‘historisch artefact’ uit een compleet ander tijdperk. “De wereld is zo veranderd, sindsdien. Elke dag is een uitdaging. Met Trump, de pandemie en de rekening van een lange geschiedenis van racisme en geweld die we gepresenteerd krijgen…”.

“Ik werk nu aan een nieuwe roman, een vervolg op Everybody’s Fool dat speelt in 2010, maar desondanks wordt die op manieren gekleurd door wat er nu gaande is die ik toen ik er twee maanden geleden aan begon niet voor mogelijk had gehouden. Alleen al het feit dat de personages Douglas Raymer en de liefde van zijn leven Chalice erin terugkomen. Een interraciaal paar, en ze werken allebei bij de politie!”

Hij heeft zich sinds zijn debuut niet meer zo onzeker gevoeld als bij dat gegeven, bekent hij. In de handen van Richard Russo levert het ongetwijfeld weer een meeslepende, wijze en hoopgevende roman op. Een roman als een song van Bruce Springsteen, eigenlijk. 

Richard Russo

Richard Russo (1949) is een Amerikaanse roman-, korte verhalen- en scenarioschrijver. Hij werkte als docent Engels aan de University Carbondale in Illinois toen zijn eerste bundel Mowhawk in 1986 werd gepubliceerd. Veel van zijn werk is semi-auto­biografisch en grijpt terug naar zijn jeugd of zijn docentschap. Voor de roman ­Empire Falls (2001) ontving hij in 2002 de Pulitzer Prize for ­Fiction. 

Richard Russo.Beeld David Levenson/Getty Images
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden