PlusAlbumrecensie

The Black Keys klinken als vanouds, maar had er niet meer in gezeten?

null Beeld

Voor dat de Black Keys de Black Keys waren troffen gitarist en zanger Dan Auerbach en drummer Patrick Carney elkaar ’s avonds vaak in de kelder van Carney in hun beider geboorteplaats Akron, Ohio. Ze hielden er urenlange jamsessies waarvan oude Mississippi-bluessongs van John Lee Hooker, R.L. Burnside en Junior Kimbrough de kern vormden.

Als hommage aan die tijd sloten de twee zich aan het einde van de tournee rond hun laatste album Let’s Rock op in de studio van Auerbach, die inmiddels ook naam heeft gemaakt als producer van Lana del Rey en Ray Lamontagne. Twee middagen, meer hadden de twee volgens Auerbach niet nodig om hun oude liefdes weer op te poetsen. Repetities waren onnodig.

Het levert opnames op waar de spontaniteit en de liefde van afspatten, maar die best een externe producer hadden kunnen gebruiken met een kritische blik op niet noodzakelijke solo’s, herhalende gitaarpatronen of studiogebabbel.

Delta Kream is vooral een ode aan de in 1998 gestorven Kimbrough geworden. (In dit verband geheel irrelevante, maar niettemin onmisbare quizvraag: hoeveel kinderen kreeg David ‘Junior’ Kimbrough? Antwoord: 36). Vijf songs van zijn hand kozen Auerbach en Carney, waarvan vooral Coal Black Mattie indruk maakt.

Toch blijft de vraag hangen of in deze opzet niet meer had gezeten dan een ontspannen jamsessie van een clubje bluesadepten.

Blues

Black Keys
Delta Kream
(Nonesuch)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden