PlusDe erelijst

The Beat scoorde met alle 12 een skahit

I just can't stop it van The Beat. Beeld -
I just can't stop it van The Beat.Beeld -

In deze rubriek bespreekt de muziekredactie van Het Parool een klassieker uit de geschiedenis van pop, jazz of klassieke muziek, die het waard is opnieuw te beluisteren. Deze keer: I just can’t stop it  van The Beat uit 1980.

Vandaag viert de Britse gitarist Andy Cox zijn 65ste verjaardag. In de tweede helft van de jaren tachtig maakte hij deel uit van de groep Fine Young Cannibals,  bekend van hits als She drives me Crazy en Good Thing. Eerder, van 1978 tot 1983, speelde hij in de skagroep The Beat. Van die groep zetten we het in 1980 verschenen debuutalbum I just can’t stop it nog een keer op.

Terug in de tijd. Massale werkloosheid, de opkomst van het extreemrechtse National Front,  Margaret Thatcher. Het Verenigd Koninkrijk is een grimmige plek aan het einde van de jaren zeventig, maar er wordt geweldige muziek gemaakt. Uit Birmingham komt The Beat, een groep die net als elders in het land The Specials, Madness en The Selecter de Jamaicaanse skamuziek van de vroege jaren zestig nieuw leven inblaast. Nieuw aan deze ska 2.0. is de toevoeging van een flinke dosis punkenergie. De teksten zijn bovendien vaak sterk politiek geladen. Popmuziek en politiek vormen vaak een ongemakkelijke combinatie, maar binnen de Britse ska  gaan ze hand in hand. 2 Tone heet het eigen platenlabel van The Specials, waarop The Beat in 1979 debuteert met de single Tears of a Clown, een skabewerking van de Motownklassieke van Smokey Robinson & The Miracles. Een jaar later heeft The Beat zelf ook een eigen label, Go-Feet. Daarop verschijnt in 1980 het album I just can’t stop it.

Waarom nu herbeluisteren Als het gaat om de Britse ska van de late seventies en vroege eighties, gaat het meestal vooral over The Specials en Madness, maar op zijn debuut doet The Beat daar zeker niet voor onder. Twaalf songs bevat het album en ze klinken alle twaalf als een hit. Mirror in the bathroom, anders dan vaak gedacht geen song over stiekem cocaïne snuiven op het toilet maar over ijdelheid en narcisme, is de sterke opener. Stand down Margaret is gericht tegen premier Thatcher. Later op de plaat valt vooral Can’t Get Used to Loving  You op, een bewerking van een oude hit van de Amerikaanse easylisteningzanger Andy Williams. Behalve punky ska en reggae heeft The Beat ook calypso op het menu staan. Voor authentiek Jamaicaanse klanken zorgen zanger en ‘toaster’ Ranking Roger en saxofonist Saxa, die voor hij naar het Verenigd Koninkrijk emigreerde op Jamaica nog speelde met skagrondleggers als Prince Buster en Desmond Dekker. Mooi aan I just can’t stop it is ook de kraakheldere, lekker directe sound van de plaat.

Verder luisteren Het in 1981 uitgebrachte tweede album van Beat, Wha’ppen, was indertijd veel minder succesvol, maar is ook nog zeker de moeite waard, bijvoorbeeld vanwege Afrikaanse invloeden in de muziek. Een fijne collectie van oude en minder oude ska biedt op Spotify de afspeellijst Ska - 60s/70s/80s.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden