De Olijvenpluksters (november 1889) van Vincent van Gogh.

PlusAchtergrond

Terwijl hij in een Zuid-Franse inrichting zat, bracht de olijfboom Van Gogh troost

De Olijvenpluksters (november 1889) van Vincent van Gogh.Beeld Basil & Elise Goulandris Foundation, Athene

Tijdens een turbulente periode in zijn leven schilderde Vincent van Gogh een reeks olijfboomgaarden. Ze hadden een troostende werking op zijn kwetsbare gemoed. Een deel van de werken is vanaf vrijdag te zien in de tentoonstelling Van Gogh en de olijfgaarden in het Van Gogh Museum.

Kees Keijer

‘Waarschijnlijk zal het niet lang duren eer men de olijfboom op alle manieren zal schilderen, zoals men de wilg en de Hollandse knotwilg heeft geschilderd,’ schreef Vincent van Gogh in mei 1890 aan de Nederlandse kunstcriticus Joseph Isaäcson. Van Gogh keek tevreden terug op een reeks schilderijen die hij had gemaakt in het Zuid-Franse Saint-Rémy-de-Provence.

Van Gogh had daar een jaar doorgebracht in een inrichting, waar hij getergd werd door psychische inzinkingen, maar waar hij ook een nieuwe werklust hervond. Door zijn broze gemoedstoestand en zijn afgezonderde positie ging Van Gogh zijn omgeving met andere ogen bekijken en kon hij zijn werk uiteindelijk een nieuwe richting geven.

Rondom de inrichting in Saint-Rémy-de-Provence bevonden zich veel olijfboomgaarden. De grillige vormen van de olijfbomen en het bijzondere effect van het veranderende licht en schaduw op de gaarden hadden een bijzondere symbolische betekenis voor de schilder.

Tussen juni en december 1889 maakte Van Gogh vijftien schilderijen waarin de olijfgaarden rondom Saint-Rémy op verschillende tijdstippen van de dag en in verschillende seizoenen werden vastgelegd. Hij experimenteerde met kleurcontrasten om grip te krijgen op de typische kenmerken van de olijfbomen, die voor hem representatief waren voor het karakter van de Provence.

Bruiklenen

‘De olijfbomen zijn heel karakteristiek en ik doe alle mogelijke moeite om die te pakken te krijgen,’ schreef hij in september 1889 aan zijn broer Theo. ‘Het is zilverkleurig, nu eens meer blauw, dan weer groen gekleurd, brons, opblekend tegen een gele, paarsige of oranje tot dof roodokeren grond. (...) En op een dag zal ik er wellicht een persoonlijke impressie van maken, zoals de zonnebloemen dat zijn voor de gele tinten.’

Voor Van Gogh en de olijfgaarden werkte het Van Gogh Museum samen met het Dallas Museum of Art, waar de tentoonstelling eerder te zien was. Het is de eerste tentoonstelling sinds de pandemie waarin het museum eindelijk weer een aantal bruiklenen uit het buitenland bij elkaar kan brengen. Toch werden vier van de vijftien schilderijen, allemaal uit Amerikaanse, museale collecties, niet uitgeleend.

Olijfbomen  (juni 1889) van Vincent van Gogh. Beeld The Nelson-Atkins Museum of Art, Kansas City
Olijfbomen (juni 1889) van Vincent van Gogh.Beeld The Nelson-Atkins Museum of Art, Kansas City

Een groot gemis is bijvoorbeeld Olijvenpluksters uit de Metropolitan in New York, een olijfboomgaard waar Van Gogh zelf erg over te spreken was. Door de harmonieuze kleuren en de rustige vlakverdeling drukt het schilderij vredigheid en verstilling uit. De compositie is opgebouwd uit horizontale stroken, waarbij vooral het contrast tussen de groene bladeren en de rode hemel opvallend is. Hij besloot deze composite nog tweemaal te herhalen, waarvan er een wel op de tentoonstelling hangt.

Binnen of buiten

Ter voorbereiding van de tentoonstelling werd de groep van vijftien olijfboomgaarden technisch onderzocht. Door te kijken naar technieken, pigmenten en materialen ontstonden nieuwe inzichten over de volgorde waarin de schilderijen zijn gemaakt. Men weet nu bijvoorbeeld meer over de gebruikte doeken. Door de dradenstuctuur te vergelijken, kon bepaald worden welke schilderijen van dezelfde rol afkomstig waren.

Ook is nu meer bekend over welke schilderijen binnen of buiten zijn ontstaan. Van Gogh schilderde zijn olijfboomgaarden aanvankelijk buiten, het zijn impressies van wat hij ter plekke zag. Soms maakte hij daarna in het atelier een nieuwe versie, een variant op een schilderij dat hij buiten had gemaakt. Die zijn meestal meer gestileerd. De waarneming van de natuur maakt hier plaats voor een meer gestileerde opvatting, met korte penseelstreken die op een decoratieve manier over het doek golven.

Van Gogh wist uiteindelijk zelf ook dat zijn schilderijen beter geslaagd waren als hij dicht bij de natuur bleef. En dat de natuur een troostende werking had op zijn kwetsbare gemoed. Die opvatting werd ook gevoed door discussies met collega-schilders Bernard en Gauguin, die bijbelse taferelen op een hedendaagse manier wilden schilderen. Van Gogh zocht het dichter bij de zichtbare werkelijkheid.

Knoestige stammen

De relatief korte bomen deden Van Gogh aan de Hollandse knotwilg denken. ‘De olijfboom is even veranderlijk als onze wilg of knotwilg in het Noorden,’ schreef hij eind november 1889 aan zijn broer Theo.

Het is ook niet moeilijk om in de hun kronkelige, knoestige stammen menselijke lichamen te zien, die zich getergd naar de hemel richten. Daarmee was Van Gogh een kind van zijn tijd, want in de negentiende eeuw was het idee wijdverspreid dat objecten in de natuur menselijke kenmerken en emoties bezaten. Een van de bomen in de tentoonstelling, een deels afgezaagde dennenboom, noemde hij in een brief een ‘sombere reus - in zijn trots gekrenkt’.

Van Gogh en de olijfgaarden: van 11 maart t/m 12 juni in het Van Gogh Museum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden