Plus

Terugblik op de bijzondere voetbalzomer van 1988: 'We winnen elke keer opnieuw'

In de theatervoorstelling Waar was jij in '88? blikken keeper Hans van Breukelen en televisiecommentator Evert ten Napel terug op de succesvolle voetbalzomer van 1988, toen het Nederlands elftal verrassend het EK won.

Hans van Breukelen (l) en Evert ten Napel: 'Ook de ­irritaties tussen spelers en journalisten komen aan bod.'Beeld Marc Driessen

'Waar was jij in '88?" vragen keeper Hans van Breukelen en televisie-commentator Evert ten Napel in de gelijknamige theatervoorstelling over het door het Nederlandse voetbalelftal gewonnen EK van 1988.

Van Breukelen (Utrecht, 1956) verdedigde het doel, in een grijze Adidastrui. Een maand eerder had hij er hoogstpersoonlijk voor gezorgd dat PSV de Europa Cup I won door de beslissende penalty te stoppen. De eerste EK-wedstrijd, tegen de Sovjet-Unie, werd verloren. In de tweede wedstrijd, tegen Engeland, zag hij twee ballen naast zich op de paal belanden, maar vervolgens kwam Nederland op stoom. In de finale stopte de uitblinkende Van Breukelen een penalty.

Ten Napel (Klazienaveen, 1944), die tijdens het WK in Argentinië in 1978 was begonnen met commentaar voor de NOS, deed onder meer ­verslag van de legendarische halve finale tegen Duitsland, waarin Marco van Basten vlak voor tijd de 2-1 maakte. "Het Volksparkstadion is van Oranje," zei Ten Napel op karakteristieke wijze.

Patrick Roubroeks en Arthur van den Boo­gaard schreven een stuk waarin de twee coryfeeën tegenover elkaar op het podium zitten; Van Breukelen alsof hij op zijn hotelkamer zit, Ten Napel alsof hij aan het werk is. Beiden vertellen over hun twijfels en worstelingen. Van Breukelen, aan een tafeltje in het Lloyd Hotel: "We willen het gevoel van die bijzondere voetbalzomer terughalen. Misschien biedt het ook wel een alternatief voor het gebrek aan Oranje-voetbal op tv dit jaar."

Euforische stemming
Aanvankelijk twijfelde Van Breukelen: wie zit daar nu op te wachten? dacht hij. Maar toen hij wat langer over het idee nadacht, werd hij enthousiast. "Wim Kieft wordt nog steeds aangesproken over die kopbal tegen Ierland. Toen ik een paar maanden geleden met mijn kinderen door New York wandelde, stond er opeens iemand voor me met zijn wijsvinger onder zijn oog, zoals ik deed toen Belanov die penalty moest nemen."

Kees Jansma, die tijdens het toernooi bij het Nederlands ­elftal in het hotel sliep, werd gevraagd als sidekick, maar hij kon niet. "Toen vroeg ik Kees wie hij zou vragen. Zo zijn we bij Evert terechtgekomen." "Daar heb je Breuk weer met zijn ideeën," dacht Ten Napel, maar na een nachtje slapen zei hij toch ja.

"Anders heb ik later in het oudemannenhuis spijt. Ik heb wel­eens vaker zoiets gedaan, onder anderen met Wim Kieft, maar dat was dan meer een soort openbaar interview. Hier hadden we ook zonder script op een stoel kunnen gaan zitten, maar dat is meer iets voor de sportkantine. Dit is theater, daarom hebben we een aantal lijntjes bedacht: hoe ben ik commentator geworden? Hoe stond Hans in dat doel?"

1988

Het door Oranje gewonnen EK in 1988 maakte een einde aan een lange periode van frustratie. Van Breukelen: ‘Die wedstrijd tegen Duitsland is voor mij negentien jaar betaald voetbal.’

Van Breukelen: "Ik kwam in euforische stemming binnen, ik had net de Europa Cup I gewonnen, voor mij was het eigenlijk een toetje, maar de verwachtingen waren helemaal niet zo hoog, want in '82, '84 en '86 waren we er niet bij en Van Basten was geblesseerd. Na de eerste verloren wedstrijd gaf niemand meer een stuiver voor onze kansen..."

Ten Napel: "Ik heb het hele zooitje de grond in geboord. Zo'n schot in de lange hoek, van die Russische back Vasili Rats, dat pakt de keeper uit de derde klasse in Ermelo nog, schreef ik in mijn column, maar die Breuk die laat het lopen." "Dat is gewoon gelul," riposteert Van Breukelen direct. Met een lachje: "Hier zie je weer het verschil van inzicht tussen spelers en journalisten; die hebben een totaal andere kijk op de dingen. Die irritaties komen ook aan bod. Zoals Evert geïrriteerd was over mijn spel, zo waren de spelers geïrriteerd over de pers."

"We hebben het er ook over dat Hans zo'n hekel aan de Duitsers had. Bij mij speelde dat helemaal niet, terwijl mijn grootvader in het kamp heeft gezeten. Die zat in het verzet; er is een straat naar hem vernoemd in Klazienaveen. Maar ik was een fan van de Bundesliga; ik keek altijd naar de Sportschau en ik kon goed opschieten met de collega's van de Duitse omroep. Maar Hans..."

Kampfgeist
Volgens de overlevering zou Van Breukelen de über-Duitser Lothar Matthäus 'Ich hoffe dass du fucking stirbst' hebben toegesnauwd - nadat hij hem omver had geduwd. "Nee, nee, ik zei 'sterbst'. Mijn Duits was niet zo goed. Dit heb ik overigens pas vóór het volgende WK naar buiten gebracht, nadat Matthäus had gezegd dat ik iets over de oorlog gezegd had. Dat was niet zo, ik had heel andere drijfveren. Ik keek namelijk ook naar de Sportschau. Het feit dat je nooit van die gasten won terwijl je het idee had dat je beter was, of het nu met Utrecht was of met PSV, dát zat me dwars. Hun kampfgeist, dat hollen, dat vliegen, altijd scoren in de laatste minuut."

Het gesprek komt op de Duitse manier van trainen. En via Liverpooltrainer Jürgen Klopp, de teksten die Ten Napel samen met Youri Mulder inspreekt voor het computerspel Fifa, data-analytics, het Nederlandse conservatisme, pijn lijden en heel veel omwegen komt het op de laatste tien meter van Ranomi Kromowidjojo, die wél pijn kan lijden, en vandaar terug naar de Duitse topsportmentaliteit.

"De finale van het WK in 1974 zat ook nog in mijn hoofd," zegt Van Breukelen dan. "Vanwege Michels natuurlijk, maar ook omdat de spelers van die generatie altijd enorm op ons hadden afgegeven omdat wij geen eindronde konden halen. Wij waren de patatgeneratie: mooiweervoetballers zonder ruggengraat. Maar zíj hadden nooit van die Duitsers weten te winnen. In '74 niet, in '78 niet... Wij konden alle frustratie in één klap wegvoetballen. Die wedstrijd is voor mij negentien jaar betaald voetbal."

"Breuk rustig!" interrumpeert Ten Napel. "Ik moet Hans zelfs hier kort houden, hij speelt die wedstrijd elke keer weer opnieuw. Ik denk dat ik hem na afloop elke keer een knal voor zijn kop moet geven: Breuk we zijn weer in de werkelijkheid. Maar het mooie is wel: we worden elf keer Europees kampioen in de maand mei. Terwijl we niet meedoen aan het EK. We hopen dat we het chagrijn van het missen van het EK in Frankrijk een beetje weg kunnen spelen in het theater!"

Waar was jij in 1988?, 6/5 première in de Stadsschouwburg Haarlem, 7/5 in De Meervaart, 5/6 in het DeLaMar Theater.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden