PlusAchtergrond

Terug naar de jaren zestig in musical Haal Het Doek Maar Op

Tony Neef en Mariska van Kolck spelen de hoofdrollen in Haal het doek maar op, een musical over het schnabbelcircuit begin jaren zestig.

De cast van Haal het doek maar op - van Appelscha tot Zierikzee met (vlnr) Jordy van Loon, Julia Berendse, Mariska van Kolck, Willemijn van Holt, Dook van Dijck en Tony Neef.Beeld Roy Beusker

Tony Neef, die op zijn indrukwekkende cv belangrijke rollen in musicals als Chicago, Sweet Charity, Titanic en The Addams Family heeft staan, is een overtuigde schnabbelaar. Met musicalcollega’s Brigitte Nijman en Rolf Koster trekt hij als Heidi und die Heino’s langs partyzaaltjes met een half uurtje Schlager-klassiekers als Rosamunde en Ein bisschen Frieden. Hij heeft zijn standaardgrappen voor elk zaaltje klaar: ‘Kommen Sie mal nach vorne, Sie brauchen keine Angst zu haben. Das war einmal.’

Ook Mariska van Kolck, die onder meer in Oliver, 42nd Street en Ciske de rat speelde, hoef je niet uit te leggen wat schnabbelen is. Toen zij samen met Frank Ashton in de jaren tachtig een nummer 3-notering haalde met Let your sun shine, heeft zij heel wat buurthuizen en kroegen van binnen gezien. Nu is zij met Ronnie Tober een graag geziene gast in verzorgingstehuizen.

Neef en Van Kolck spelen de hoofdrollen in de musical Haal het doek maar op – van Appelscha tot Zierikzee, over het schnabbelcircuit begin jaren zestig, met veel Nederlandstalige hits uit die tijd. Neef en Van Kolck weten dus waar zij het over hebben.

Dat de zalen grotendeels gevuld zijn met meezingende en meeklappende 60-plussers, vinden zij geen enkel bezwaar. Integendeel. Van Kolck: “Het jonge publiek is aan het gamen of kijkt Netflix. Het is ontzettend dankbaar om voor oudere mensen te spelen. Ze genieten hoorbaar en maken er een dagje uit van.”

Constant schakelen

Haal het doek maar op volgt vier jonge artiesten die korte optredens verzorgen op bruiloften, een bedrijfsfeest, of voor een jubilaris. Volgens Neef en Van Kolck hoef je je als schnabbelaar nergens voor te schamen. Neef: “We worden als musicalartiesten enorm verwend. We hoeven niet op te bouwen en niet af te breken. Iedereen die op het toneel staat, zou eigenlijk een jaar lang moeten schnabbelen. Je moet dan constant schakelen en dan weet je hoe je je moet gedragen onder verschillende omstandigheden.”

De voorstelling begint met een begrafenis, waar voormalig tienersterretje Lonneke (Van Kolck) en Rolf (Neef) elkaar na jaren weer ontmoeten. Rolf leidde in 1960 de Nederlandse afvaardiging naar het Knokke Festival, een zangwedstrijd voor Europese teams. Ofschoon Nederland pas in 1964 voor het eerst deze competitie won, met onder meer Willeke Alberti en Trea Dobs, roept scriptschrijver Dick van den Heuvel het fictieve 1960-team uit tot winnaar. Scherpslijpers met jaartallenlijstjes uit de pop­encyclopedie in de hand kunnen twee uur onwaarheden aanwijzen.

Van Kolck: “We spelen personages die uit verschillende artiesten uit die tijd zijn samengesteld. Natuurlijk kun je in mij facetten van Willeke Alberti herkennen, omdat zij, net als ik in de voorstelling, een zaterdagavond televisieshow kreeg. In Rolf zit iets van conferencier Cees de Lange en impresario Lou van Rees, de stem van Julia Berendse klinkt in Brandend Zand wel erg als Anneke Grönloh en in het vertrek van een van de zangers naar Duitsland, kun je iets van Rudi Carrell zien. Maar ga in de zaal niet te veel puzzelen, je komt er toch niet uit.”

Leven in de prehistorie

Wat de voorstelling vooral interessant maakt, is dat we getuige zijn van twee breukmomenten. Nadat Ritme van de regen van Rob de Nijs en Ronnie Tobers Ik vind je geweldig voorbij zijn gekomen, waarbij het publiek enthousiast heeft meegezongen, schreeuwt een van de zangers: “Hè gatverdamme, hier is helemaal niets geweldigs aan. We staan hier gewoon een partijtje te trutten. Uit Engeland komt I can’t get no satisfaction en wij leven hier in de prehistorie van de muziek. We zijn fossielen. Het moet anders.”

Met Kom van dat dak af en Rocking Billy ging het inderdaad muzikaal een andere kant op. Maar wat de traditionele schnabbelaars, die vanaf de jaren vijftig met revue-achtige stukjes voor vermaak zorgden, vooral de das om heeft gedaan, was de opkomst van de televisie. De grappen van conferencier Rolf werken niet op televisie, zo blijkt uit een auditie die gebaseerd is op de goochelaar Charles ‘doif is dood’ Hartman van Toon Hermans. Maar in de setting van deze originele musical werken ze wel degelijk.

Haal Het Doek Maar Op – van Appelscha tot Zierikzee: van 21 t/m 26/1 in DeLaMar, première 23/1. Tournee-info: www.degraafencornelissen.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden