PlusBoekrecensie

Tekenares Edith Auerbach werd ten onrechte uit de geschiedenis geschreven

Café du Dome, Montparnasse, Parijs 1929. Beeld ullstein bild via Getty Images

Montparnasse was een eeuw geleden dé wijk in Parijs waar de avant-garde zich graag vestigde. De schilders Modigliani, Léger, Soutine en de beeldhouwer Zadkine woonden er voor korte of langere tijd. Over hen en vele andere kunstenaars van Montparnasse zijn dikke boeken geschreven. Maar niet over een Duitse tekenares die in 1926 een hotelkamer huurde in Rue de la Glacière: Edith Auerbach.

Pauline Broekema schreef haar levensgeschiedenis. Altijd mooi om iemand te ontdekken die ten onrechte uit de geschiedenis is geschreven. Zo werden in de jaren tachtig van de vorige eeuw twee kunstenaressen opgespoord die in alle overzichtswerken van de Cobrabeweging over het hoofd waren gezien. Net als Karel Appel en Corneille hadden Dora Tuynman en Lotti van de Gaag in het pakhuis aan de Rue Santeuil hun atelier waar ze beelden en schilderijen maakten in de stijl van Cobra. Het duurde enkele decennia, maar Tuynman en Van der Gaag horen er nu helemaal bij. Hun werk wordt tegenwoordig in belangrijke musea en galeries getoond.

Hoe anders verging het Edith Auerbach. Geboren in een liberaal joods gezin in Keulen had ze een opleiding gevolgd aan de Staatliche Keramische Fachschule en leiding gegeven aan een keramiekstudio in München. In 1926 vestigde ze zich in Hotel des Terrasses. Daar woonden meer kunstenaars, onder wie de Duitse schilder Hans Reichel. Ook de Hongaarse fotograaf Brassaï huurde er een kamer, maar hij groette haar niet eens als ze elkaar op de trap tegenkwamen.

Pauline Broekema noteert het levensverhaal van Auerbach zo flets dat we er niet veel wijzer van worden. ‘Ze nam deel aan tentoonstellingen en bleef heel redelijk verkopen.’ Om Auerbach sprekend op te kunnen voeren wordt Bram Arnoldus in stelling gebracht. Met deze medewerker van een winkel in kunstenaars­benodigdheden voert ze gesprekken.

Moeder met baby

Een tweede gesprekspartner is een journaliste die haar na de bevrijding twee keer komt interviewen. Die gesprekken gaan vooral over haar leven als Duitse immigrante. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog werd ze getransporteerd naar het concentratiekamp in het Zuid-Franse Gurs, waar Joden en politieke gevangen opgesloten werden.

Het is ook de enige keer in dit boek dat er iets over een kunstwerk van Auerbach wordt gezegd. Ze tekende namelijk met bruin krijt een moeder met een baby, diep in slaap in een rieten reiswieg. Er is gek genoeg niet één kunstwerk of foto in deze levensbeschrijving afgedrukt. De verklaring daarvoor staat in het nawoord. Een dezer dagen verschijnt een catalogus van tekeningen en schilderijen bij een tentoonstelling in Museum Belvédère in het Friese Oranjewoud, met een ‘biografische schets’ van Pauline Broekema.

Biografie Pauline Broekema Tekenares van Mont­parnasse De Arbeiderspers, €19,99, 191 blz.

Pas in dit korte nawoord krijgen we echte informatie, maar het roept even zoveel vragen op. Waarom laat Broekema haar levensbeschrijving eindigen in 1949, terwijl ze zelf heeft kunnen vaststellen dat Auerbach tot 1994 geleefd heeft? De kunstenares ging na 1949 verder in de journalistiek en publiceerde over kunst in het Duitse tijdschrift Weltkunst. Nadat ze daar in de jaren zestig mee opgehouden was, gleed ze weg in de vergetelheid. Zelfs haar graf op Cimetière parisien de Thiais is inmiddels geruimd.

Angstvallig lijkt Broekema concrete informatie te vermijden. In haar nawoord onthult ze dat Bram Arnoldus de enige fictieve persoon is. Hoe fictief de dialogen van de ‘echte’ personages in dit boek zijn, wordt niet duidelijk. Noten zijn er niet, wel een literatuurlijst achterin het boek.

Mistig

En wat een verwarring wordt er gezaaid. Diverse bronnen melden dat Edith Auerbach in 1937 deelnam aan de aandachttrekkende tentoonstelling ‘Femme Artistes d’Europe’ in Galerie Nationale du Jeu de Paume in Parijs. Toch laat de biografe Auerbach tegen Bram Arnoldus over deze tentoonstelling verzuchten: ‘Ik had daarbij moeten zijn maar ik word altijd genegeerd. Overal. Ik doe er niet toe.’ Het hoofdstuk waarin over deze vooroorlogse tentoonstelling gesproken wordt, is getiteld ‘Edith Delamare’, de kunstenaarsnaam die Edith Auerbach pas ná de Tweede Wereldoorlog voerde.

Edith Auerbach was een vergeten kunstenares. En na het lezen van deze levensbeschrijving is daar geen verandering in gekomen. Had Pauline Broekema maar het echte levensverhaal verteld, niet dit warrige en mistige boek dat op het achterplat gepresenteerd wordt als ‘non-fictie die leest als een roman’. Tekenares van Montparnasse. Het eigenzinnige kunstenaarsleven van Edith Auerbach laat veel vragen open, maar maakt in elk geval nieuwsgierig naar Auerbachs oeuvre.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden