PlusPS

Tekenaar Victor Meijer: 'Ik leverde het in en dacht, o wat lelijk'

Na een vernietigende recensie stopte Victor Meijer (42) met tekenen. Totdat hij zich waagde aan het portret op het omslag van de Hendrik Groenboeken. Nu is er het pren­tenboek De Jongen en de Dood.

Peter van Brummelen
In De Jongen en de Dood wordt in 63 pentekeningen het verhaal verteld van een jongen wiens opa komt te overlijden Beeld Victor Meijer
In De Jongen en de Dood wordt in 63 pentekeningen het verhaal verteld van een jongen wiens opa komt te overlijdenBeeld Victor Meijer

"Je hebt toch geen suikerziekte?" vraagt Victor Meijer, waarna hij een gebaksdoos op zijn keukentafel zet. Twee aardbeientaartjes komen eruit, van een sjieke Amsterdamse banketbakker. Echt verbazen doet het niet. Twee jaar geleden verscheen van Meijer een boek met de titel Snoepreis. Nu is er De Jongen en de Dood, een boek waarin ook nogal wat zoetigheid voorbijkomt.

Slagroom van zijn neus vegend zegt Meijer: "In Snoepgoed was al dat zoet een soort vlucht uit de werkelijkheid. De hoofdfiguur, die dikker werd en wiens tanden begonnen te rotten, bleef maar snoepen. De Jongen en de Dood is geïnspireerd door de dood van mijn vader. Die ging aan het eind van zijn leven ook overmatig snoepen. Gebak, fruit op siroop: hij werkte het aan een stuk door naar ­binnen."

Er is een groot verschil tussen de twee boeken. Snoepgoed was een roman. De Jongen en de Dood is een prentenboek; op het voorwoord na komt er geen tekst in voor. In 63 pentekeningen wordt het verhaal verteld van een jongen wiens grootvader komt te overlijden.

Mysterie
Werd het door de kleinzoon meegebrachte frambozentaartje opa fataal? Bijna twee jaar werkte Meijer aan het surrealistische boek. Opvallend voor iemand die weliswaar aan de kunstacademie werd opgeleid, maar al lang bijna geen potlood meer had aangeraakt.

Zijn hele jeugd deed Meijer niets liever dan tekenen. Dat hij nu weer terug is bij die oude liefde, heeft veel te maken met het succes van de boeken Pogingen Iets van het Leven te Maken en Zolang Er Leven Is van de fictieve bejaarde Hendrik Groen, waarvoor Meijer de omslagen tekende.

Zelfportret van Victor Meijer Beeld Victor Meijer
Zelfportret van Victor MeijerBeeld Victor Meijer

Inmiddels weten we dat Peter de Smet uit Amsterdam-Noord de dagboeken schreef. Lang bleef dat een groot mysterie en was er ­alleen het door Meijer getekende ­portret: een oudere heer met twinkelende ogen.

Hoe kwam u aan die opdracht?
"Snoepreis werd uitgegeven door Meulenhoff. Toen ik daar een keer op de redactie was, zag ik boeken liggen van Peter van Straaten en andere tekenaars. Ze vertelden dat ze een tekenaar zochten voor een nieuw uit te geven boek. 'Waarom vraag je mij niet, ik teken ook,' zei ik in een overmoedige bui.'"

Droeg uw tekening bij aan het succes van de Hendrik Groenboeken?
"Ik denk het wel. De Smet schreef het boek, mazzel voor mij dat ik er die tekening bij mocht maken, maar tekst en beeld sloten wel heel goed op elkaar aan. Een schot in de roos was het. Het zal zelden zijn voorgekomen dat het ­omslag van een boek zo'n interactie aanging met de inhoud ervan. En aanvankelijk werd dat ook nog eens ­versterkt doordat de auteur anoniem wilde blijven; die getekende man voorop wás de auteur."

Wist u meteen hoe Hendrik Groen eruit moest zien?
"Nee, ik had drie koppen gemaakt. Er was ook nog een grimmige Hendrik en één die er achteraf uitzag alsof hij in een vergevorderd stadium van dementie verkeerde. De redactrice die de juiste, vriendelijke Hendrik uitkoos, verdient een pluim."

"De uitgeverij ging meteen mee in mijn andere aanwijzingen: de titel in zwarte letters, de onder­titel in rood. Na het succes van het eerste deel moest bij de opvolger over elke vierkante centimeter van de cover worden vergaderd."

Uw tekeningen prijken ook op de buitenlandse uitgaven van het boek.
"Ja, ongelooflijk. Ook voor Meulenhoff: het boek is een internationale bestseller geworden. Buitenlandse uitgevers zijn helemaal niet verplicht mijn tekening te gebruiken, maar ze doen het allemaal. Hier en daar wordt wel iets aangepast. Strikje erbij, andere trui. Ik vind het best. Je kunt daar heel streng in zijn, maar ik kan me voorstellen dat het in Lapland net effe anders werkt dan hier."

Had u De Jongen en de Dood kunnen maken zonder het succes van Hendrik Groen?
"Kunnen maken wel, maar ik had het nooit uitgegeven gekregen. Het is ook een bijzonder boek natuurlijk, ­geheel zonder tekst."

Was dat van meet af aan de opzet?
"In een eerste opzet werkte ik met tekstballonnen, maar dat werkte niet."

Terwijl u toch ook handig bent met woorden.
"Maar in dit boek gaat het - sorry, dit klinkt cheapo, maar het is niet anders - meer over verstilling dan over taal."

Heel poëtisch is het wel.
"In beeld, ja. Als je dat ook nog eens onder woorden zou brengen, zou het te veel worden."

Wat gaat u makkelijker af, tekenen of schrijven?
"Het is geen kwestie van makkelijker of moeilijker, het is iets heel anders. Ik weet wat voor kick het geeft een goede zin te schrijven, ik weet ook hoe het is een toffe tekening te maken. Maar het zijn heel andere sensaties. Schrijven is pittig, vind ik."

"Je hebt te maken met stijl, met woordkeus, je gaat als verteller van A naar B, maar er zijn ook flashbacks en je personage maakt een psychologische ontwikkeling door. Er gebeurt heel veel tegelijk. In een ­tekening kan ook heel veel gebeuren, je kunt er ook heel veel op projecteren, maar het is een compleet ander idioom."

In uw manier van arceren doet u soms denken aan Peter van Straaten en David Levine. Hebben zij u geïnspireerd?
"Ja, ik vind ze beiden héél goed. Dat zijn de goden. ­Moebius, de Franse striptekenaar, hoort er bij mij ook bij. Ik was laatst in café De Pels waar een originele Van Straaten hangt: jézus, wat mooi!'

Is het lekker werk, dat arceren?
"Zeker, het heeft iets meditatiefs, al die streepjes zetten. Maar van de kruis­arceringen ben ik af. Ik maak ze tegenwoordig nog maar in één richting, en dan zo min mogelijk. Toen ik De Jongen en de Dood inleverde, dacht ik over al die kruisarceringen: o, wat lelijk."

"Ik zou het nu anders hebben gedaan, maar er was een deadline. Je moet zo'n boek ook kunnen loslaten, anders blijf je tekenen. En ik zie nu zelf ook wel dat er best mooie dingen in staan."

Ik zie in uw huis veel dingen die ik herken uit het boek. Dat speelgoedpistool op de bank, de cowboyhoed. En uw zoon blijkt model te hebben gestaan voor de jongen.
"Mijn zoon was een tijdlang helemaal gek van The Good, the Bad and the Ugly. Er hoorde bij dat hij zich verkleedde als cowboy. Ik heb dat allemaal schaamteloos uitgebuit. Hij heeft ook wel geposeerd voor me, maar daar werd hij snel kriegelig van."

U had lang niet getekend, nu deed u maanden achtereen niets anders.
"Ik had af en toe wel wat gerommeld in de kantlijn ­natuurlijk, maar hele dagen tekenen was ik niet meer ­gewend. Ik moest aanvankelijk echt weer in conditie ­komen."

Waarom had u zo lang niet getekend?
"De voornaamste reden was dat een door mij geïllustreerd kinderboek in 2000 een héél slechte recensie had gekregen. Niet alleen het boek zelf werd neergesabeld, ook mijn tekeningen kregen ervan langs. Het was mijn eerste publicatie. Het was niet alleen een persoonlijke ­nederlaag, het zorgde er ook voor dat ik als illustrator nog maar moeilijk aan de bak kwam."

"Ik was afgeserveerd, zo voelde het althans. Fuck you allemaal, dacht ik. Omdat ik meer dingen kan, sloeg de verleiding van de versnippering toe. De cd met Nederlandstalige muziek die ik uitbracht, zie ik nu als een jeugdzonde, maar er waren dus ook twee serieuze romans. En ik heb iets van zes toneelstukken geschreven, die zijn gespeeld. Het is niet dat ik al die tijd niks heb gedaan."

Maar toch: zonde dat uw tekentalent al die tijd nauwelijks benut is.
"Dat denk ik nu ook vaak, ja."

Hoe nu verder?
"Ik werk aan een stripboek. De Blauwe Hond heet het en het gaat over een jongetje met een loyaliteitsconflict. Een pendelkind; hij gaat heen en weer tussen zijn gescheiden ouders. Het wordt heel anders dan De Jongen en de Dood. Ik werk nu wel met tekstballonnen, hoewel er ook hele ­pagina's zonder tekst in het boek voorkomen. En het is in kleur en heeft humor. Ik ben al een eind op weg, ik heb al 133 pagina's scenario getekend."

Voor de literatuur bent u verloren?
"Dit is ook literatuur."

Victor Meijer, De Jongen en de Dood, Uitgeverij ­Meulenhoff, 24,99 euro.

Het portret op de boekomslagen van Hendrik Groen, getekend door Meijer Beeld Victor Meijer
Het portret op de boekomslagen van Hendrik Groen, getekend door MeijerBeeld Victor Meijer
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden