Plus PS

Tekenaar Jan Rothuizen: 'Amsterdam is ten goede veranderd'

De stad van zijn jeugd bestaat bijna niet meer. Toch denkt tekenaar Jan Rothuizen (48) nooit: vroeger was alles beter. Donderdag verschijnt zijn boek Veranderstad Amsterdam.

Jan Rothuizen: 'Ik kan niet zo heel erg goed mensen tekenen' Beeld Roel de Groot

Jan Rothuizen is net terug uit Colombia. Hij was er al eens op uitnodiging van het Letterenfonds op een boekenbeurs in Bogota. Dat leidde ertoe dat hij nu bezig is met een boek over die stad. Het Spaanstalige boek wordt zijn eerste buitenlandse productie.

Zijn boek De Zachte Atlas van Amsterdam is al wel vertaald in het Engels en het Chinees - toeristen zijn er net zo gek op als Nederlanders.

Het gaat goed, ja. Hij is de huistekenaar van het Rijksmuseum en exposeerde in het MoMA in New York. Lang werkte Rothuizen in zijn eentje in zijn studio in de Kerkstraat, nu heeft hij er een paar dagen in de week een assistente en is er ook een stagiair.

Op tafel ligt Veranderstad Amsterdam, het tweede deel van zijn zachte atlas. Veertig nieuwe tekeningen, die deels eerder werden gepubliceerd in de Volkskrant.

De opzet is hetzelfde gebleven. Tekenwerk combineert Rothuizen met korte, informatieve teksten. In sommige tekeningen behandelt hij een hele straat of zelfs een wijk, in andere zoomt hij in.

'De stad is veel rijker dan vroeger' Beeld Jan Rothuizen

Heel gedetailleerd tekent en beschrijft hij dan bijvoorbeeld de woning van zijn Colombiaanse werkster of de werkkamer van webcammodel Kinky Denise: 'Ze camt en chat met meerder klanten tegelijk. Het record was
35 mensen tegelijk. 'Toen voelde ik me echt een beetje ­bekeken,' zegt ze.'

Uw nieuwe boek heet Veranderstad Amsterdam. Verschilt het huidige Amsterdam veel van de stad van uw jeugd?
"Ja, alleen al in omvang is het een totaal andere stad. Ik ben opgegroeid in Oud-Zuid. Dat was toen een veel minder homogene buurt dan nu. De straten stonden nog niet vol met zwarte jeeps."

Is de stad ten goede of ten slechte veranderd, volgens u?
"Ten goede. Het viel me nog eens op toen ik laatst achter het Centraal Station fietste. Daar kwam je vroeg niet graag, nu zoemt dat gebied. En aan de overkant zie je Noord veranderen. Als ik daar fiets, ben ik wel trots op de stad. De stad is veel rijker dan vroeger."

De keerzijden komen ook aan bod in Veranderstad ­Amsterdam.
"Een van de tekeningen gaat over Amsterdam als toeristenstad. Zeker de binnenstad is een groot servicegebied voor shortstay-bezoekers geworden. Toeristenwinkeltjes zijn er genoeg, maar voor een spijker moet je naar Zuid-oost. Niet alle veranderingen gaan even goed of soepel, maar ik denk nooit: vroeger was alles beter."

Op vier plekken in het boek slibben de tekeningen helemaal dicht. Wat gebeurt daar?
"Daar begint een nieuw hoofdstuk. De tekeningen van dat hoofdstuk zijn over elkaar gedrukt. Wat een mooi effect geeft, vind ik: er ontstaat dat typische stadsgewoel en -gewroet."

Ik dacht even dat de kunstenaar ermee wilde aangeven dat het nu toch echt te druk begint te worden in de stad.
"Haha. Ik kom net terug uit Bogota, dáár is het druk. ­Amsterdam is een heel begaanbare stad. De A10 loopt wel eens vast, maar je fietst of loopt overal zo naartoe."

"Je hebt hier niet de druk van een echt grote stad. Als je op zaterdag naar de Negen Straatjes gaat, zie je daar heel veel ­dezelfde mensen, maar je kunt ze ook makkelijk ontlopen. En ja, de Damstraat is ook eensoort hindernisbaan, maar ik zie daar ook veel Amsterdammers hun best doen wel heel erg hard te fietsen. Ik heb een tijdje rondgereden op een MacBike, zo'n toeristenfiets met een plaatje voorop. Het is niet normaal hoe daarop wordt gereageerd."

"Er wordt in Amsterdam heel negatief gedaan over toeristen, terwijl ze toch ook veel brengen."

U maakt dit soort stadstekeningen sinds 2009. Heeft u inmiddels een vaste werkwijze?
"Een beetje. Maar ik kan niet van tevoren bedenken wat voor tekening het gaat worden. Wordt het een plattegrond? Een tekening in vogelvluchtperspectief? Of kies ik voor één scène?"

"Als ik ergens op af ga, maak ik zwart-witfoto's met een eenvoudig cameraatje. En ik maak veel aantekeningen; tijdens een gesprek neem ik nooit iets op. In de studio ga ik pas tekenen."

"Als een theatermaker bedenk ik wat wil laten zien en wat ik ga vertellen. Tekenen doe ik altijd staand, eerst met potlood, daarna in inkt. Voor het inkten gebruik ik ouderwetse kroontjespennen. Dat is heel omslachtig natuurlijk, dat telkens weer in de inkt dippen, maar alleen met zo'n pennetje krijg je mooie dunne en dikke lijnen. Ik ben voortdurend op zoek naar de ideale kroontjespen."

Er komen nauwelijks mensen voor op uw tekeningen. En als ze er al zijn, heel klein getekend.
"Ik kan niet zo heel erg goed mensen tekenen, ben ik bang. Maar de tekeningen van de woningen van mijn oude benedenbuurvrouw of de werkster noem ik wel portretten. Ze staan er zelf niet op, maar ik laat zien we zijn door over hen te vertellen en hun spullen te tekenen."

'Het is een voortdurende zoektocht: hoe kan ik in één beeld een veel groter verhaal vertellen?' Beeld Jan Rothuizen

"Ik vind tekenen sowieso best ingewikkeld. Of het lijkt, of het klopt. Soms schrijf ik er gewoon bij wat het moet voorstellen. Een Audi A80 XXL bijvoorbeeld. En kijk, hier schrijf ik: 'Glimmende scooter. Vespa. Staan er hier veel voor de deur, maar ik kan ze niet zo goed tekenen.'"

Achterop Veranderstad Amsterdam staat een quote uit Het Nieuwsblad uit België: 'Een intrigerende kruising tussen een dagboek, een reisgids, een roman en een strip.' Maar is wat u bedrijft niet vooral journalistiek?
"Ik geef veel informatie aan de lezers, in die zin is het journalistiek. Maar waarin mijn manier van werken daar weer van afwijkt, is dat ik de gebruikelijke hiërarchie van informatie loslaat. Kleine dingen kunnen bij mij heel belangrijk zijn. En ik koppel al die informatie ook vaak aan heel persoonlijke beslommeringen."

"Er is ook een nieuwsgierigheid die nooit over gaat, wat wel weer heel journalistiek is. Mijn ouders waren ­allebei journalist. Als ik als kind in bed lag en zij nog aan het werk waren, kon ik ze herkennen aan hun manier van typen. Mijn moeder tikte heel beheerst en harmonieus: tik-tik-tikketik-tik- tik. Maar mijn vader ramde er met twee gestrekte vingers op los: ták-ták-TAK-TAKTAKTAK-ták!"

Wat vindt u bij uw werk de fijnste fase, die van het informatie verzamelen of juist het tekenen en schrijven zelf?
"Op pad gaan vind ik fantastisch. Omdat je dan heel intens op een plek bent of heel intens een ontmoeting hebt met iemand. Het liefst zou ik alleen dat doen, maar ik weet ook dat zonder het eindproduct dat achter zo'n bezoek of ontmoeting zit, ik nooit diezelfde concentratie zou hebben."

Is het geen gepiel al die informatie die u heeft verzameld in één tekening te verwerken?
"Ja. Ik moet heel veel weggooien; ik heb altijd te weinig ruimte. Dat is frustrerend, maar maakt het ook spannend. Het is een voortdurende zoektocht: hoe kan ik in één beeld een veel groter verhaal vertellen?"

Kunt u nog wel onbevangen door de stad lopen of ­fietsen?
"Ik kijk wel op een heel eigen manier. Waar gaat het over? Is dit een onderwerp? Hoe is er een tekening van te maken? Maar zo kijken vind ik wel een rijkdom."

Jan Rothuizen: Veranderstad Amsterdam, De zachte Atlas II (Uitgeverij Nieuw Amsterdam), €19,99. Vanavond wordt het boek gepresenteerd in De Balie, 20.30 uur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden