Plus Achtergrond

Ted van Lieshout: ‘Ik houd voor de zekerheid van alle kleuren.’

Voor Ze gaan er met je neus vandoor ontvangt Ted van Lieshout 1 oktober de prestigieuze Boekensleutel. In zijn nieuwe boek Kleuren legt hij uit hoe we kleuren zien, waar ze vandaan komen en hoe ze door de eeuwen heen zijn gebruikt. Een kleine kleurenwaaier.

Ted van Lieshout Kleuren Leopold, €15,99 78 blz.

‘Een tentoonstelling over kunst en kleur’ is het boek Kleuren van Ted van Lieshout waarin hij aan de hand van kleuren, van typografie, van kunst en verhalen laat zien hoe kleuren elkaar beïnvloeden. En hoe we ze op verschillende manieren ervaren – de kleuren in zijn teksten ook letterlijk gekleurd.

‘Vroeger waren mijn lievelingskleuren rood en geel,’ schrijft Van Lieshout. ‘Op een dag, toen ik vijf was en mijn broertje vier, kregen we onze eerste fiets. Ze stonden fonkelnieuw naast elkaar: een rode en een blauwe. De rode was voor mijn broertje en de blauwe was voor mij. Ik was wel blij met mijn fiets, maar teleurgesteld omdat ik dacht dat iedereen wel wist hoe mooi ik róód vond. Toch kwam het niet in me op om te ruilen. De blauwe fiets was van mij en bleef van mij.’

‘Later kreeg mijn broertje een ongeluk met zijn ­rode fiets. Hij lag vier weken in het ziekenhuis. Nog weer later werd zijn rode fiets gestolen. Ik kreeg met mijn blauwe fiets nooit een ongeluk. Nooit. En hij werd ook nooit gestolen. Niemand wilde zo graag een blauwe fiets als een rode. Daar heb ik van geleerd: als je houdt van kleuren waar verder niemand om geeft, komt niemand om ze af te pakken. Daarom houd ik voor alle zekerheid van alle kleuren.’

Eerlijk kijken

‘Om kleuren te kunnen zien heb je licht nodig. Ga maar eens in een kamer zitten terwijl de avond valt, zonder het licht aan te doen. Hoe donkerder het wordt, hoe meer kleur verdwijnt. Je dénkt dat je nog heel lang kleur kunt zien, maar dat is omdat je wéét dat de plant groen is en het gordijn blauw. Als je eerlijk kijkt zul je zien dat alles langzaam grijs wordt en ten slotte zwart. Pas als de ochtend aanbreekt, krijgen kleuren hun kleur weer terug. Omdat het licht erop begint te schijnen. Licht is wit, zwart is de afwezigheid van licht.’

Olifant

‘Bijna niemand vindt grijs mooi, behalve als het een olifant is. Niemand zet een stoel buiten om op zijn gemak naar een grijze lucht te kijken. Aan de andere kant: niemand vindt grijs lelijk. Al verven veel mensen die grijs worden hun haren eerst een poos blond of bruin of zwart vóór ze accepteren dat grijs mooi genoeg is. Dat doen ze omdat we bij grijs denken aan oud en saai. Behalve als het een olifant is.’

Poep en vuil

‘Hoe kom je aan spul om een kleur van te maken? Je kunt een klaproos uitpersen, maar er komt geen rood sap uit. Je kunt boterbloemen in een potje doen en schudden, maar het wordt geen gele verf. Niemand weet hoe het blauw in korenbloemen komt en niemand weet hoe je het er weer uit kunt halen.’

‘Maar iedereen weet dat als je een klodder klaprozenrode verf door een lik boterbloemgele verf roert en je doet daar wat korenbloemblauwe verf bij, je niet de mooiste kleur op aarde krijgt maar iets grijsachtig bruinigs. Bruin is het stiefkind onder alle kleuren: het is de kleur van poep en vuil en modder. Het is de lievelingskleur van geen enkel kind. Niemand trekt een bruine feestjurk aan. Bruin is nooit sprankelend of fris of helder.’

Luisjes

‘De Azteken, een volk dat leefde in Midden-Amerika, vonden uit hoe je aan een prachtige rode kleurstof kwam. Ze vonden die op cactussen. Als ze de cochenilleluis tussen hun vingers pletten, werd die prachtig rood. Ze moesten wel een heel luizenvolk uitmoorden om aan genoeg kleurstof te komen voor een klein potje karmijnrood.’

‘De cochenilleluis wordt nog steeds gebruikt in de industrie. Niet alleen om stoffen te verven, maar ook om opmaakspullen en eten rood te kleuren. Als je wilt weten of de snoepjes waar je zo van houdt rood gekleurd zijn met luisjes, kijk dan op de ingrediëntenlijst. Staat daar E120, dan weet je nu hoe je snoep zo rood komt.’

Warm gevoel

‘Kleuren geven ons een bepaald gevoel. Rode en gele tinten vinden we warm, blauw en groen juist koel. Dat komt doordat we het zo ervaren in de natuur: water en lucht zijn koud en de zon en vuur zijn warm, Dus als je met je schilderij een warm gevoel wilt oproepen, dan moet je ­rode en gele tinten gebruiken.’

Lapis lazuli

‘Er bestaat een blauw dat kostbaarder is dan goud. Je moet ervoor naar Afghanistan, waar lapis lazuli te vinden is in mijnen onder de grond. Brokken worden uitgehakt, naar boven gebracht en vroeger werd het eerst naar Irak vervoerd. Daar werd het verwerkt tot kleurpigment en dan ging het verder naar Europa. Daar komt ook de naam van het soort blauw vandaan: ultramarijn. Dat betekent: van over de zee. “

Nog meer stralen

Waarom zijn er eigenlijk niet meer kleuren dan er zijn? Als je de kleuren bij elkaar zet, waarom stopt het dan bij rood aan de ene kant en violet aan de andere? Daar zouden best nog kleuren bij kunnen. Welnu, die zíjn er ook, maar mensen kunnen ze niet zien. Sommige dieren wel (vooral insecten).’

‘Verder aan de linkerkant zit nog infrarood. Dat kun je wel voelen: als je achter een raam staat en de zon schijnt, voel je de warme, ook al zit er een ruit tussen. Dat is infrarood licht. Aan de andere bevindt zich ultraviolet. Dat kun je niet voelen, maar wel merken. Als je te lang in de zonneschijn bent, verbrand je. Dat komt door ultraviolette straling. Links van infrarood en rechts van ultraviolet heb je nog veel meer stralen. Het gaat om onder meer radiostralen, microgolfstralen (magnetron) en röntgenstralen. Maar dat zijn geen kleuren meer. De kleuren zijn op.’

Veelvuldig bekroond

Illustrator, grafisch ontwerper en schrijver Ted van Lieshout (63) ontvangt 1 oktober de Boekensleutel, een literatuurprijs die sinds 1979 bij hoge uitzondering wordt toegekend aan een vernieuwend kinderboek, op voordracht van de Griffel- en Penseeljury gezamenlijk.

Ze gaan er met je neus vandoor, waarin witte en zwarte letters zowel grafisch als in dichtvorm met elkaar strijden, is volgens de jury een ‘kunstwerk van taal’ dat een unieke plek opeist in kinderboekenland. ‘Een kunstig samenspel van beeld en woord, van typografie en inhoud.’

Van Lieshout, geboren in Eindhoven, verloor zijn vader een maand voor zijn achtste verjaardag. Hij schreef Begin een torentje van niks over het opgroeien zonder vader. Voor deze bundel kreeg hij de Gouden Griffel in 1995.

Als jongen kreeg hij een relatie met een volwassen man. Hierover schreef hij Zeer kleine liefde (1999), dat werd bekroond met de Nienke van Hichtumprijs, en de roman Mijn meneer (2012). In 2009 werd de driejaarlijkse Theo Thijssenprijs (60.000 euro) aan hem toegekend voor zijn hele oeuvre.

In 2012 kreeg hij een Zilveren Griffel en de Woutertje Pieterseprijs voor zijn innoverende dichtbundel Driedelig paard.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden