Werk van Mishka Henner.

PlusAchtergrond

Technologie verwoest de aarde, en zorgt dat er mooie foto’s van zijn

Werk van Mishka Henner.Beeld Mishka Henner

Technologie heeft vooruitgang gebracht maar ook de aarde verwoest. Fotografen leggen het vast, met diezelfde technologie. Over dat dualisme gaat On Earth in Foam.

In Foam waart de geest rond van Timothy O’Sullivan (1840-1882). De Amerikaanse fotograaf was een pionier van de geo–photography, een discipline op het snijvlak van wetenschap en kunst. Met zijn camera legde O’Sullivan de ongerepte natuur zo exact mogelijk vast. Revolutionair in een tijd waarin fotografie nog schilderkunstige tradities volgde en er een flinke dosis romantiek op het landschap werd geprojecteerd.

De 27 deelnemers aan de tentoonstelling On Earth – Imaging, Technology and the Natural World werken ruim anderhalve eeuw na O’Sullivan. De wereld is in de tussentijd veranderd, de fotografie ook. Toch is ook hier sprake van landschapsfotografie die de blik wil kantelen.

Net echt

Fabio Barile staat het dichtst bij O’Sullivan. Hij legde de Sardijnse kust vast: schuimvlokken contrasteren met gegroefd graniet op een formaat zo groot dat je er bijna in kunt stappen. Maar daarnaast hangt een serie foto’s van huis-tuin-en-keukenexperimenten waarin de kunstenaar erosie simuleert met crackers en gekleurde kneedgom als stand-in voor tektonische platen. Het resultaat is net echt.

Barile wil maar zeggen: als hedendaags fotograaf met vliegschaamte hoef je eigenlijk de deur niet uit en de wereld over om die wereld vast te leggen.

In een tijdperk dat wordt aangeduid als antropoceen, waarin klimaat, landschap en atmosfeer blijvend zijn getekend door mijnbouw en industriële uitstoot, is elk landschap cultuurlandschap. De natuur is definitief gevormd door menselijke sporen. Waarom zou de weergave

ervan dan ook niet een construct zijn? De fotografische weergave is dan eigenlijk de vervolmaking – of perfecte misvorming – van het maakbare landschap.

Werk van Drew NikonowiczBeeld Drew Nikonowicz

Altaar voor natuurbeleving

Het werk van Mark Dorf ondersteunt dat pleidooi. Hij bewerkte foto’s van planten en bomen met rudimentaire filters en combineerde ze met kunstgras en platen van plexiglas tot een altaar voor de ultieme artificiële natuurbeleving. Thomas Albdorf benadert de ‘ecokitsch’ vanuit de toeristische hoek. Door promofoto’s van Oostenrijk te kantelen en verknippen ontstaat een weird en soms beangstigend beeld van zijn vaderland, met versplinterde sneeuwvlaktes en bergen die transformeren tot woeste ijsgoden.

Het meeste werk in de tentoonstelling is van het alarmerende soort. De fotograaf treedt op als klokkenluider die ons het bewijs van milieucriminaliteit onder de neus duwt. De kracht die The Blue Marble had in 1972 is anno nu natuurlijk onhaalbaar. Die foto, gemaakt door de bemanning van Apollo 17, was het eerste ruimtebeeld van de aarde – een eyeopener voor de gehele wereldbevolking. De kwetsbare blauwe knikker was bovendien vastgelegd in hetzelfde jaar dat de Club van Rome met het rapport Grenzen aan de groei voor het eerst onomwonden vaststelde dat het zo niet verder kon met de roofbouw.

Wat impact betreft komt Mishka Henner toch dicht in de buurt van The Blue Marble. Uit talloze satellietbeelden stelde hij bovenaanzichten van gemechaniseerde ranches in Amerika samen. Honderdduizenden runderen staan als stipjes op vierkante stukken grond, met daarnaast stallen en meertjes die bloedrood kleuren van de chemicaliën en mest. Met antiklokkenluiderwetten die toegang tot het gebied verbieden wordt geprobeerd het corpus delicti te verdoezelen, maar de aarde is hier zichtbaar verwond.

Mark Dorf in Foam.Beeld Postmasters Gallery

Vervuilde meren

In een paar gevallen wordt het geweld nog tastbaarder. Zo gebruikte Matthew Brandt het water van vervuilde meren om zijn foto’s van die waterlichamen te ontwikkelen, met ronduit impressionistische resultaten. De fotogram die Douglas Mandry maakte van een smeltende gletsjer – het ijs één op één afdrukken op het lichtgevoelige papier – is al even verontrustend mooi.

Na alle onheil eindigt de tentoonstelling met een bijna nostalgische noot. Adam Jeppensen, die in 487 dagen van de Noord- naar de Zuidpool reisde, legde op ouderwetse wijze het majestueuze berglandschap vast dat hij tegenkwam.

Benoît Jeannet laat in dezelfde zaal echter zien hoe vals het natuurverlangen vaak is. Zij fotografeerde posters van Hawaï, het archetypische paradijs, met een harde flits, waardoor een witte vlek ontstaat die onherroepelijk doet denken aan de kernproeven die vanaf de jaren vijftig zijn gehouden in de Stille Oceaan.

Zo keert de hedendaagse landschapsfoto­grafie elke keer terug naar misstappen uit het verleden. Dat is het grote verschil met O’Sullivan. De Amerikaanse pionier schoot op het eind van zijn leven verleidelijke plaatjes om landverhuizers naar het Wilde Westen te trekken. De wereld lag nog open, het geloof in de vooruitgang onaangetast. In de landschappen van nu ontbreken dat soort vergezichten. De mens heeft zijn stempel gedrukt en het verkloot, en de fotografie is medeschuldig.

On Earth – Imaging, Technology and the Natural World: t/m 2 september in Foam, Keizersgracht 609.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden