Plus Opera

Tannhäuser is een bijna vier uur durende zindering

Bij de Nationale Opera is deze maand de Weense versie van Tannhäuser te zien en te horen. 'Dit is een van die zeldzame voorstellingen waarin alle onderdelen elkaar versterken.'

De onderdelen van deze Tannhäuser passen wonderwel bij elkaar. Beeld Monika Rittershaus

Met geen opera worstelde Richard Wagner zo als met Tannhäuser. Het stuk ging in 1845 in Dresden in première en werd later opgevoerd in Parijs (1861, in het Frans) en in Wenen (1875), in wezenlijk andere versies. Over geen ervan was hij tevreden, wat hem in 1883 op zijn sterfbed deed verzuchten dat hij de wereld nog een Tannhäuser verschuldigd was.

De worsteling lijkt eenvoudig genoeg te verklaren. Wagner had met name na Tristan und Isolde (1859) compositorisch zo'n diepgaande ontwikkeling doorgemaakt dat de sterk toegenomen chromatiek in zijn harmonische taal op gespannen voet kwam te staan met de eenvoudiger taal van de Italiaanse opera, Beethoven, Weber en Marschner in zijn vroegere muziekdrama's. Tegelijkertijd kun je beweren dat die spanning het stuk juist zijn bijzondere aantrekkingskracht geeft.

Bij De Nationale Opera is deze maand de Weense versie van Tannhäuser te zien en te horen, de variant die dirigent Marc Albrecht prefereerde boven de hybridische versie die Hartmut Haenchen in 2007 bij DNO op de planken bracht. Vanwege voortschrijdend geestelijk verval heb ik geen herinnering meer aan die vorige productie, maar die van zaterdagavond leek me onvergetelijk.

Zindering
Deze Tannhäuser is een van die toch zeldzame voorstellingen waarin alle onderdelen elkaar versterken. Met het Nederlands Philharmonisch Orkest in de bak en met Marc Albrecht op de bok is de muziek een lange, bijna vier uur durende zindering, of het nu gaat om de wulpse, sensuele, broeierige lijnen en akkoorden in de stijl van Tristan in de Venusbergscènes (bijna had ik venusheuvel geschreven), met Tannhäuser als een man die moet zingen alsof hij een permanente erectie heeft, of de soberder, devotere en tederder scènes met Elisabeth en Wolfram von Eschenbach in de hoofdrol.

En dan heb ik het nog niet gehad over het grandioos zingende koor van DNO, zichtbaar op het toneel, of onzichtbaar vanachter de bühne, voor een extra toverachtig effect. Het NedPho geeft Albrecht wat hij vraagt en houdt zelfs op de ­allerkwetsbaarste en intiemste momenten - tedere harmonieën door fluiten en klarinet in akte drie - de spanning vast.

Lust en geilheid
Lof ook voor regisseur Christof Loy, die tekent voor de overtuigendste openingsscène in jaren, waarin een gezelschap van in chique pakken gehulde heren zich in een grote ruimte vergrijpt aan jonge ballerina's (en aan elkaar) in een groots crescendo van lust en geilheid, voortgestuwd door Wagners Ouverture en Bacchanaal.

Dat Loy daarna ook alle andere scènes in diezelfde ruimte moet laten plaatsvinden, zorgt soms voor wrijving, maar het kost geen enkele moeite daar overheen te stappen.

Die ruimte inspireerde Loy op de coulissen van de Parijse Opéra, waar een select gezelschap van hooggeplaatse heren zich placht te vermeien met de artiesten. 

Wat ook helpt, is een fantastische cast, met Daniel Kirch in de moordend zware titelrol van Tannhäuser (hij komt pas in akte drie op stoom), Björn Bürger als een prachtige Wolfram, Ekaterina Gubanova als een sybaritische Venus, Svetlana Aksenova als een kwetsbare Elisabeth en Stephen Milling als een krachtige, autoritaire voorzitter van de herenclub.

U mag dit niet missen.

Tannhäuser, Richard Wagner
Door De Nederlandse Opera
Gehoord 6/4, Nationale Opera & Ballet
Nog te horen 14, 18, 21, 24, 28/4 aldaar

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden