Plus Recensie

Surreëel zwemmen de ledematen rond in Val

Schweigman toont in muziektheaterstuk Val de ploeterende mens die we uit haar voorstellingen kennen als totaal bevrijd: los van ruimte en tijd, zonder houvast.

In het eerste deel van Val komen vijf performers in slow motion vanuit de theaternok naar beneden zeilen. Beeld Kamerich & Budwilowitz/EYES2

Het is een hele sprong van Grond, de voorstelling die Boukje Schweigman elf jaar geleden voor kleine theaters maakte, naar de grote zaalproductie nu. Toen worstelden twee spelers zich begeleid door één muzikant stukje voor stukje uit een laag aarde naar boven. Eerst een hand die het licht zocht, dan de arm, een voet, een hoofd.

In het eerste deel van Val komen vijf performers in slow motion vanuit de theaternok naar beneden zeilen. In het donker, spaarzaam aangelicht in een scenografie van Theun Mosk, en begeleid door gelukzalige klanken van rietkwintet Calefax.

Torso’s vouwen in en uit, ledematen ‘zwemmen’ door de lucht, hoofden verschijnen en verdwijnen. Het levert een surrealistische wereld op waarin af en toe creaturen à la Bacon lijken op te doemen. Zo onalledaags dat we soms het idee hebben naar een film te kijken of te dromen.

Cherubijntje

Hier toont Schweigman de ploeterende mens die we uit haar voorstellingen kennen als totaal bevrijd: los van ruimte en tijd, zonder houvast. Ontwaren we daar de opvolger van Icarus, wiens was smolt omdat hij te hoog vloog?

Niet alleen de mimers zijn vastgegespt, ook de musici bespelen hun instrument terwijl ze als een lieflijk cherubijntje zonder bladmuziek diagonaal in beeld bungelen of loodrecht ondersteboven hangen.

Het publiek is de derde partij die bij wijze van proloog wordt uitgedaagd zijn comfortzone te verlaten. Minutenlang zitten we in het aardedonker, met alleen de klanken van Calefax om ons op te vangen. Componist Yannis Kyriakides bewijst dat hij ons heeft begrepen: musici die dichtbij staan en lage tonen spelen, stellen gerust, klanken die in één beweging maximaal naar boven glijden openen oren.

Mosk voegt daar stapsgewijs licht aan toe en toont dat licht er is bij de gratie van duisternis. De fel oplichtende horizontale balk die vanaf de vloer in één beweging naar boven schuift, brengt de ruimte in beeld. Die lichtlijn verwijst tevens naar het plaatje dat de naar voren vallende mens ziet: een horizon die naar boven schiet. Hierna staan onze ogen op scherp voor wezens die zacht naar beneden komen.

Vijftig keer twijfelen

In het tweede deel van de voorstelling brengt Schweigman iedereen weer met beide benen op de grond. De eerder zo zorgvuldig geconstrueerde magie legt hierbij helaas het loodje. Het speelvlak is helverlicht, spelers blijven op en neer rennen richting afgrond: de orkestbak. Vijftig manieren om te twijfelen, moed te verzamelen, voor- of achterwaarts te springen, te rollen of te vallen en weer terug te keren, luidt de samenvatting. No nonsense, herkenbaar, maar qua beweging en structuur niet erg spannend of verrassend vormgegeven.

Hoewel een kleurrijke compilatie ontstaat en het uithoudingsvermogen van de spelers bewondering oproept, verlangen we terug naar de in het zwart zwevende mens. Het eerste deel van Val alleen is niet het veelgevraagde avondvullende spektakel. Wel is het hier dat Schweigman een universum presenteert dat krachtig tot de verbeelding spreekt en je bijblijft.

MUZIEKTHEATERVal

Door Schweigman&
Gezien 20/9 Stadsschouwburg Utrecht
Te zien 14/10 en 5/11 ITA

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden